Provinciale Staten van Noord-Holland moeten maandag besluiten over een voorstel 700 000 gulden beschikbaar te stellen voor een Japanse kersentuin in het Amsterdamse Bos. De tuin moet bijdragen aan de feestelijkheden ter gelegenheid van vierhonderd jaar handelsbetrekkingen tussen Japan en Nederland.
Het is een initiatief van Amsterdam, Amstelveen en Aalsmeer. Als de Japanse keizer Akihito volgend jaar op bezoek komt, zou de tuin klaar moeten zijn. Japanse vrouwen, verenigd in de Japan Women's Club te Amstelveen hebben al in 1993 besloten hiervoor 400 Japanse kersenbomen te schenken. De totale kosten bedragen meer dan 3,3 miljoen gulden, waarvoor onder meer Economische Zaken, de luchthaven Schiphol en het bedrijfsleven zijn aangesproken.
Het voorstel heeft nogal wat beroering gewekt bij hen die te maken hebben met de gevolgen van de Japanse bezetting van het voormalig Nederlands-Indië. Vertegenwoordigers van de ouderenpartijen hebben schriftelijke vragen gesteld waarin ze dit gebaar een ,,klap in het gezicht'' van de overlevenden uit de oorlog rond de Stille Oceaan noemen.
Over de plannen voor de kersentuin is geen contact geweest met vertegenwoordigers van de Indische organisaties. Dat is een ernstig verzuim van GS. Er is volstrekt geen rekening gehouden met de gevoeligheden die bij de slachtoffers leven. Het is duidelijk dat het college zich alleen heeft laten leiden door de handelsbelangen.
Het nieuwe college in Noord-Holland heeft bij zijn aantreden het nieuwe collegeprogram het motto 'Op de burger betrokken' meegegeven. Wie zijn die burgers, zo kan men met recht vragen. Kennelijk niet die zij, die nog dagelijks de gevolgen dragen van de ontberingen of de martelingen die ze hebben ondergaan. En dan niet te vergeten hun kinderen die met de problemen van hun vader of moeder opgroeiden en er een flinke tik van meegekregen hebben.
Als het nu zo was dat in Japan de verzoening met de slachtoffers van de Japanse terreur hoog op de agenda staat, dan zou een kersentuin als teken van verzoening bespreekbaar zijn. Maar de Japanse regering heeft tot op heden geweigerd excuses aan te bieden aan de Nederlandse slachtoffers van de Japanse bezetting. De Japanse premier Kaifu heeft weliswaar enkele jaren geleden bij een bezoek aan ons land zijn leedwezen betuigd over leed en verdriet aan Nederlanders aangedaan, maar een officieel excuus namens regering en volk van Japan was dat niet.
In Japan wordt het eigen volk gezien als slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog, wat natuurlijk vooral bevorderd wordt doordat twee atoombommen de genadeklap betekenden voor de Japanse droom van het Aziatisch rijk. In Japan worden jaarlijks de eigen slachtoffers plechtig herdacht. De geschiedenisboekjes zwijgen over de gewelddadigheden in de bezette gebieden in Azië en de Stille Oceaan, zodat jongeren onwetend over het oorlogsverleden opgroeien. Een kleine minderheid van de Japanners beseft het aangedane kwaad wel en handelt ernaar. De regering heeft overigens wel een gebaar gemaakt tegenover de zogenoemde 'troostmeisjes', vrouwen die tot prostitutie met militairen werden gedwongen, uit Zuid-Korea. Dit echter pas na zware druk van die vrouwen en hun organisatie. De eis van schadeloosstelling van de Stichting Japanse Ereschulden is afgewezen.
Het wordt hoog tijd dat GS van Noord-Holland tot bezinning komen, het voorstel terugnemen en vooral eerst eens het gesprek aangaan met de vertegenwoordigers van de Indische organisaties.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.