*

 
dossier

Archief

Mozart-feest rond boomlange charmeur opera

PETER VAN DER LINT − 06/06/94, 00:00

Herhaling: dinsdagavond (uitverkocht). TV-uitzending vrijdagavond Ned. 3 vanaf 19.17 uur.

Met 'Don Giovanni' zondagmiddag in het Concertgebouw was het al niet anders. De produktie werd na afloop onthaald op een uitzinnige ovatie; in herinnering de luidruchtigste die Gardiner hier ooit oogstte, maar het kan zijn dat mijn eigen enthousiasme de herinnering enigszins vertroebelde. Het begrip semiscènisch was voor deze 'Don Giovanni' zeer opgerekt, want meer dan ooit werd de nadruk gelegd op opkomsten, afgangen (de een nog spectaculairder dan de ander), rekwisieten en het in de rol blijven van de zangers.

Die hadden dan wel net een serie echt scènische produkties achter de rug in het operatheater van Parma, maar in korte tijd hebben ze zich de hoeken en gaten van het Concertgebouw eigen gemaakt. In vliegende vaart namen ze soms trappen en afstapjes alsof er zes weken repetities aan vooraf waren gegaan. Met veel inventiviteit werd het Concertgebouw door Gardiner omgetoverd tot een speelbühne. Heel spannend was al vanaf het begin de gedachte hoe Gardiner Giovanni's hellevaart in beeld zou brengen. Toen de uiteindelijke oplossing zich aandiende (waarin zelfs enkele toeschouwers mochten participeren), leverde dat een van de allerspannendste scènes op die ik ooit in enige opera mocht aanschouwen. Tot verhoging van de vreugde van diegenen die nog gaan kijken, zal ik een en ander niet verklappen. Het publiek was in ieder geval na die scène niet te houden, hoezeer Gardiner ook zijn best deed het slotsextet naadloos te laten aansluiten.

Ondanks Gardiners geweldige orkest, was deze 'Don Giovanni' toch eerst en vooral een vocaal feest. De Mozartzangers die hier bijeen gebracht waren, mogen werkelijk allemaal in een gouden lijstje. Goed op elkaar ingespeeld en uitgebalanceerd in timbre stond hier een cast om te zoenen. Nog nooit zag en hoorde ik zo'n geile Giovanni als die van Rodney Gilfry. In vocale uitwerking en fysieke uitstraling was dit een rolinterpretatie om nooit te vergeten. Het was volslagen geloofwaardig dat Zerlina al na luttele minuten voor deze boomlange charmeur viel. Enkele maatjes korter, maar ook met een uitstekende présence, was de Leporello van Ildebrando d'Arcangelo. Donkerder getimbreerd dan Gilfry was hij diens perfecte knecht.

Het trio dames werd aangevoerd door Charlotte Margiono, die eindelijk haar Donna Elvira in Amsterdam kon laten horen. Margiono kleurde Elvira met lef en felheid in, groots in haar scène in de tweede akte en uitermate komisch in de eerste. Luba Orgonasova was even groots als Donna Anna. Met haar zwarte pruik en haar staalharde uitingen van wraak rees het beeld van de vocaal ongenaakbare Birgit Nilsson even op, maar Orgonasova liet in haar laatste aria horen dat zij over een uitnemende frasering en dynamiek beschikte. Eirian James was alles wat je je van een Zerlina kunt wensen; vocaal perfect en met een innemende persoonlijkheid.

Christoph Prégardien (Ottavio), Julian Clarkson (Masetto) en Andrea Silvestri (Commendatore met een stem als een graftombe) pasten geweldig in dit geheel. Gardiner dirigeerde zijn English Baroque Soloists subliem, met fantastische overgangen tussen recitatieven en aria's. De fluisterende begeleiding van Giovanni's serenade was tekenend voor de allure van dit modelorkest, waarvoor ook Mozart uit zijn dak was gegaan.

mailIcon print |