GOUDA - Boerderij Gouda staat in de gelijknamige plaats aan een rustieke weg met sloten en bomen en is een van de boerderijen in Nederland waar mensen met een verstandelijke handicap werken. Enkele van de zes boeren zijn er vanaf het begin (1974) bij. Zij mogen zich met recht pioniers noemen. “Het project is uit behoefte geboren”, zegt Rob Paul, vaste begeleider van de zes mannen die op de boerderij wonen en werken.
“Voor verstandelijk gehandicapten die niet meer terecht konden op de boerderij van hun ouders, was destijds nergens een geschikte plaats. En als er niks is, creëren we iets”, aldus Paul. De mensen die in aanmerking komen voor een plaats op boerderij Gouda, moeten van huis uit boer zijn of affiniteit hebben met het boerenleven. “Het is niet bedoeld voor mensen die alleen maar van dieren houden. Ze moeten het echt in zich hebben en zelf willen.”
Aan de koffietafel is het rond tien uur een vrolijke boel. Over en weer maken de heren grappen en een van hen vertelt een schuine mop. Maar ook de toestand van de beesten en het zachte weer zijn onderwerp van gesprek. “Onvoorstelbaar”, zegt Nico van Leeuwen. “Sinterklaas komt zaterdag al, terwijl de koeien nog in de wei staan.”
Het werk op de boerderij is zeer arbeidsintensief. De tien koeien worden bijvoorbeeld met de hand gemolken. En ook boter, kaas en karnemelk maken de boeren zelf. Paul: “We hebben een vaste taakverdeling en daarbij gaan we uit van de mogelijkheden van de mannen. Niet van de beperkingen.”
Piet Kastelein loopt mee langs de stallen. Af en toe geeft hij uitleg. “Deze stal is net helemaal schoon gemaakt.” Hij wijst naar de zichtbaar geboende muren. Daar komen deze winter de jonge dieren te staan. Piet is zesenzestig jaar en woont vanaf het begin op de boerderij. Vorig jaar augustus ging hij met pensioen. “Over een tijdje ga ik in een huisje hier in de buurt wonen.”
Boerderij Gouda draait als volwaardig bedrijf. De biggen van de acht zeugen worden door de boeren zelf afgemest en gaan rechtstreeks naar het slachthuis. Tweehonderdvijftig legkippen leveren scharreleieren en in de moestuin groeit onbespoten groente. Verder gelden melk- en mestquota en komt ook de keuringsdienst van waren van tijd tot tijd langs. “We doen het lang niet slecht. Maar als je de lonen en de kosten van de zorg erbij optelt, is het natuurlijk niet rendabel”, aldus Paul. Het gat in de financiering wordt gedicht met geld van het budget van de gemeentelijke dienst voor sociale werkvoorziening (GDSW). Bovendien kan de stichting Gemiva, waaronder de boerderij valt, als financieel vangnet dienen.
De boeren zijn in dienst van de GDSW en krijgen een volwaardig loon naar leeftijd en ervaring. “De bewoners betalen voor hun verblijf hier een eigen bijdrage. Het geld dat ze overhouden is zak- en kleedgeld. Ze moeten normaal rond kunnen komen”, vertelt Paul. “Bij de een lukt dat beter dan bij de ander. Maar dat heb je overal.”
De projecten die onder de Algemene wet bijzondere ziektekosten vallen, krijgen subsidie van de overheid. De financiering is dan geen probleem. Voor boerderijen die hun financiën uit de eigen produktie of gedeeltelijk uit inkomsten van de werknemers moeten krijgen, is het moeilijker.
Boerderijprojecten kwamen begin jaren zeventig voor het eerst van de grond. In Driebergen en Egmond aan den Hoef begonnen in 1973 de allereerste. “Daarvoor hadden praktisch alle psychiatrische centra een boerderij”, vertelt Derk Klein Bramel, coördinator bij een boerderijproject in Vorden (Gld.) en voorzitter van de overkoepelende stichting Omslag, die boerderijprojecten in Nederland wil stimuleren. “Op den duur raakten de boerderijen bij psychiatrische centra uit. Men vond dat het niet kon, patiënten aan het werk zetten. En zeker niet aan het 'minderwaardige' boerenwerk. Maar na verloop van tijd kwamen er toch weer boerderijen. Noord- en Midden-Nederland liepen daarbij voorop, omdat de landbouwgebieden voornamelijk daar zijn.”
Er zijn verspreid over Nederland nu ongeveer 25 boerderijprojecten voor mensen met een verstandelijke handicap. Daarnaast bieden soortgelijke projecten plaats aan mensen met een psychiatrische stoornis, drugsverslaafden en delinquenten. Volgens Klein Bramel is het heel logisch dat het werken in de landbouw aanslaat bij 'hulpvragers'. “Zelfs psychiaters werken zeker een paar uur per week in de tuin. Werk, vooral in de natuur, geeft structuur en inhoud aan je leven. Je komt daar dingen tegen die je in jezelf ook meemaakt, zoals groei, ontwikkeling en afsterven. Er ontstaat begrip. Een crisis bij voorbeeld wordt daardoor meer als proces ervaren en niet als iets blijvends.”
De boerderijprojecten variëren in grootte en bieden werk aan gemiddeld vier tot vijfentwintig mensen. Met uitschieters bij projecten die naast het boerenbedrijf andere activiteiten bieden. Zo heeft de Dijckhof-Hondspol in Driebergen ook nog een bakkerij, een houtwerkplaats en een weverij. Er werken veertig mensen.
Bij veel boerderijen leeft, naar de aard van het bedrijf, een aantal van de werknemers intern.
De projecten zijn erg belangrijk voor de integratie. Veel boerderijen hebben een winkel waar de zelfgemaakte produkten worden verkocht. Op die manier komen de mensen in contact met andere bewoners van de stad of het dorp. Ook door over en weer werkzaamheden te verrichten ontstaat een band met boeren uit de omgeving. Paul, van boerderij Gouda: “Klanten die in de winkel eieren of kaas komen kopen, nemen vaak ook een kijkje op de boederij. De mannen maken dan een praatje met ze en vertellen over het werk.”
Boerderij de Lindeboom in Harreveld (Gld.) heeft zelfs de doelstelling om verstandelijk gehandicapten op de boerderij het vak te leren, zodat ze in een ander bedrijf een (gedeeltelijke) baan kunnen krijgen. Paul noemt het een nobel streven, maar vraagt zich af of het haalbaar is. “In de wet staat wel dat de mensen die in dienst zijn van de sociale werkvoorziening uiteindelijk moeten doorstromen naar de maatschappij, maar dat is op de boerderij nauwelijks te doen”, zegt Paul. “Ten eerste komen er steeds minder boeren en ten tweede werken boeren met steeds modernere machines. Voor een verstandelijk gehandicapte is het moeilijk te volgen en hij zal daardoor sneller aan de zijlijn staan.” Toch vindt Paul het streven op zich goed. “Je moet het altijd blijven proberen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.