Van onze parlementsredactie ROTTERDAM - Minister Sorgdrager (D66) van justitie en de top van het openbaar ministerie hebben hun conflict over de zeggenschap van de minister over het OM bijgelegd.
In maart bespreekt het kabinet een wetsvoorstel van Sorgdrager dat de nieuwe organisatie van het openbaar ministerie regelt en de zeggenschap daarover vastlegt.
De gezagsverhouding tussen de minister van justitie en het openbaar ministerie was lang een punt van (soms hoog oplopende) discussie tussen die twee partijen. Sorgdrager stelde zich op het standpunt dat uit de politieke verantwoordelijkheid die zij als minister van justitie heeft, logisch voortvloeit dat zij het OM aanwijzingen kan geven om in een bepaalde zaak niet of juist wel te vervolgen. En in dat laatste geval zou ze zich ook met het requisitoir van de officier van justitie mogen bemoeien.
Sorgdrager wilde wel bepalen dat elke tussenkomst van de minister van justitie schriftelijk moest worden vastgelegd, zodat een en ander controleerbaar zou worden voor de Tweede Kamer. De volksvertegenwoordiging steunde Sorgdrager in haar benadering. Maar volgens het openbaar ministerie, geleid door het college van procureurs-generaal onder voorzitterschap van Docters van Leeuwen, ging de minister te ver en zou ze meer afstand moeten bewaren.
Sorgdrager heeft over haar wetsvoorstel overleg gevoerd met het college van procureurs-generaal. Docters van Leeuwen toonde zich gisteren in Rotterdam tijdens een bijeenkomst van het openbaar ministerie redelijk tevreden over de uitkomsten daarvan.
“Gegeven de keuze die de minister gemaakt heeft, zijn we elkaar een heel eind genaderd”, aldus de voorzitter van het college. De Nederlandse vereniging voor rechtspraak (waarin rechters en officieren van justitie zijn verenigd) moet nog oordelen over het voorstel.
Dat geeft de minister uitdrukkelijk de bevoegdheden waarvan Sorgdrager stelde dat ze die al had. Het voorziet niet in de mogelijkheid dat een officier van justitie in beroep gaat tegen een aanwijzing van de minister. Wel is sprake van een zorgvuldigheidstoets door het college van procureurs-generaal. Maar aan de uitkomst daarvan is de minister niet gebonden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.