*

 
dossier

Archief

Lust & Gratie

T. VAN DEEL − 20/02/98, 00:00

Charlotte Delbo (1913 - 1985), een Franse schrijfster die Auschwitz overleefde, is in ons land onbekend. Zelfs S. Dresden, die een paar jaar geleden een befaamde monografie schreef over 'Vervolging, vernietiging, literatuur', besteedt geen aandacht aan haar werk.

Als hij dit gekend had zou hij er zeker op in zijn gegaan, want Delbo vertegenwoordigt de overlevende die van mening is dat zij in Auschwitz gestorven is: “In mij, in ons, gaat de tijd niet voorbij. Hij haalt nergens de scherpe kantjes af, verslijt niets. Ik ben niet levend. Ik ben in Auschwitz gestorven en niemand die het ziet.” Zij kan het kamp, wanneer zij schrijft over haar traumatische ervaring, niet in het verleden situeren, het is altijd present, een heden dat aan geen tijd meer onderhevig is. Over de tijd en de herinnering in haar werk schrijft Ernst van Alphen een introducerend, maar helder en diepgaand essay. Hij stelt Delbo's werk, haar trilogie 'Auschwiz et après', ver boven de gemiddelde holocaust-memoires en vergelijkt het in literair opzicht met de gedichten van Paul Celan. Delbo: “Auschwitz is zo diep in mijn herinnering geëtst dat ik geen enkel moment ervan kan vergeten. Betekent dat dat je met Auschwitz leeft? Nee, ik leef ernaast. Auschwitz is daar, onveranderlijk, precies, maar gehuld in de huid van de herinnering, een ondoorlaatbare huid die het isoleert van mijn huidige zelf.” Mieke Bal vertaalde een prozafragment en enkele aangrijpende gedichten van deze opzienbarende schrijfster.

mailIcon print |