*

 
dossier

Archief

Groeisprong

DOLPH KOHNSTAMM − 21/01/98, 00:00

Frans Plooij en zijn vrouw Hetty de Rijt menen plotselinge versnellingen in de ontwikkeling van baby's te hebben waargenomen en hebben over de regelmaat en betekenis van die 'groeisprongen' een bestseller geschreven: Oei, ik groei!

Nauwkeurige observaties door een promotie-assistent van Plooij, bij vier baby's die wekelijks in hun ontwikkeling werden gevolgd, hebben de waarnemingen van Plooij en De Rijt niet kunnen bevestigen. Plooij, hevig teleurgesteld, houdt vast aan zijn theorie, meent dat de gegevens van het nieuwe onderzoek eenzijdig geïnterpreteerd zijn en maakt een knallende ruzie met zijn provomenda.

Zij zoekt en krijgt de steun van andere hoogleraren en zal over enige tijd toch nog promoveren. Mede als gevolg van dit conflict wordt Plooij's Groningse aanstelling op een bijzondere leerstoel, ingesteld door een Stichting met de omineuze naam 'psycho-sociale stress' niet verlengd.

Een mooi academisch drama, vooral ook omdat het gefascineerd zijn door het verschijnsel van plotselinge versnellingen in de ontwikkeling zo een belangrijke plaats inneemt in de ontwikkelingspsychologie. Wie nooit gehoopt heeft zulke groeisprongen te kunnen aantonen en verklaren is geen echte ontwikkelingspsycholoog. Daarom heb ik ook met Plooij te doen, omdat hij geloofd heeft te hebben gevonden waar de grootsten op ons gebied, zoals bijvoorbeeld de Zwitser Jean Piaget, altijd al naar zochten. Bij Piaget waren het de plotselinge veranderingen in denkschema's, woordloze en praktische inzichten bij baby's en peuters, in taal gevatte inzichten bij kleuters en oudere kinderen. Je probeert een kind inzicht bij te brengen in een logische relatie. Je geeft het tal van voorbeelden, telkens weer maakt het fouten. Dan, op een bepaald moment, lijkt het inzicht door te breken zoals de zon op een regenachtige dag. Het kind geeft je eerst aarzelend, maar na enige aanmoediging en goedkeuring opeens stralend de goede antwoorden. Heureka! Ik heb het gevonden!

Wij nemen een plotselinge verandering waar in het gedrag. De vraag is nu hoe plotseling er ook in het kinderbrein echt iets veranderd is. Is zo'n moment van inzicht in de diepte van het brein niet in alle geleidelijkheid - en natuurlijk onbewust - voorbereid? Wat springt er nog meer in de natuur en de geest?

Mijn grootvader - Philip Abraham - was gefascineerd door het autobiografisch verhaal van de Amerikaanse Helen Keller die met 19 maanden doof en blind geworden was. Zie het doofstomme meisje staan aan de pomp. Haar gouvernante, de zelf halfblinde Anne Sullivan, laat het water over Helen's hand stromen terwijl ze telkens weer opnieuw de letters w - a - t - e - r in Helen's handpalm tekent. Plotseling breekt een dramatisch inzicht door in Helen's bewustzijn: die bewegingen van die vinger en die stromende koude nattigheid hebben iets met elkaar te maken! Helen ontdekt opeens het principe van taal. Een groeisprong van jewelste. Telkens als ik mij die scène voorstel wellen de tranen in mijn ogen.

mailIcon print |