*

 
dossier

Archief

'Ondergelopen is erg, kapotgeschoten toch iets anders'

Door: redactie − 28/07/97, 00:00

Van een onzer verslaggevers JELCZ-LASKOWICE - Korporaal Stefan Feij (22) snapt best dat de overstroming van het dorpje Jelcz-Laskowice een ramp is voor de bewoners. Maar echt raken doet het hem niet. “Als ik nu in Nederland van die varkens zou moeten ophalen, man, daar zou ik emotioneel echt helemaal aan kapot gaan.”

Hij houdt samen met collega Victoire Looman (soldaat, 20) uit de 230ste transportcompagnie uit Nunspeet de wacht bij de vrachtwagen met spullen. Hun eenheid is sinds afgelopen week in het Poolse rampgebied om pompen te installeren.

Alletwee waren ze eerder in Bosnië. “Daar werden de huizen aan flarden geschoten. Ondergelopen is ook erg”, zegt Feij, “maar het is niet hetzelfde.”

“De eerste dagen hebben we hier een beetje op onze kop lopen tikken. Er was maar één man van Rijkswaterstaat mee en die moest alles van die pompen coördineren. Dat schoot dus niet op. Eergisteren zijn er nog vier gekomen. Nu kunnen we in ploegen werken en kunnen we echt wat doen.” Totaal zijn er 80 Nederlandse militairen in West-Polen.

Hij vindt de ontvangst door de Poolse collega-soldaten haast gênant. “Ze maakten meteen de beste barakken voor ons leeg en gingen zelf in tenten slapen. Ze komen de tafels voor ons schoonmaken en maken onze asbakken leeg, hoe wij ook zeggen dat dat niet hoeft.”

Maar zegt Looman: “Met vrouwelijke soldaten weten ze geen weg. Ze roepen de hele tijd in het Pools hoer tegen me als ik voorbij loop. Of ze vragen aan mijn collega's of die niet kunnen regelen dat ze even met mij alleen kunnen zijn.” Over de bevolking weer niets dan lof. Feij laat een glazen pot met sardientjes zien. “Zijn ze net komen brengen om ons de bedanken. Vreselijk aardig, maar ik hoef het niet.”

Alleen met een boot is het punt te bereiken waar de soldaten echt aan het werk zijn. Het water in het dorp staat nog bijna tot een meter hoog. Het water is door de felle zon lauw geworden. Door de dorpsstraat trekken nu enkel kano's, boten, zwaluwen en zwermen muggen. Op een landtong tussen de twee rivierarmen die het dorpje omgeven, takelen de Nederlanders er een net gloednieuwe pomp in.

Jan Zondag (58) onderhoudt normaal stuwen voor een Utrechts waterschap. Afgelopen vrijdag is hij met spoed naar Polen gevlogen. “Toen ze me oppiepten, liep ik juist op de truckersdag in Assen.” Het gaat goed, zegt hij. “Maar het duurt hier wel lang. Dat hebben ze van de communisten. Niemand durft hier zelfs iets te beslissen. Waar ik in Holland zo de telefoon voor pak en in 20 minuten voor mekaar heb doen zij hier twee dagen over.” Vier weken denkt hij nog in Polen nodig te zijn.

mailIcon print |