Van onze redactie economie AMSTERDAM - De Amerikaanse belastingbetaler helpt sinds kort mee het Nederlandse drinkwater betaalbaar te houden. Een fiscale truc, waarbij de waterschappen hun apparatuur aan Amerikaanse bedrijven verkopen om het vervolgens terug te huren, levert honderden miljoenen guldens op.
Het eerste schap dat deze overigens volkomen legale constructie toepast, is het Hoogheemraadschap Uitwaterende Sluizen in Edam. Het schap verkocht de eerste installaties in het afgelopen voorjaar 'op papier' aan de Bank of America. Onlangs ging ook de rest van de activa over in Amerikaanse handen. Daarvan is de nieuwe eigenaar een combinatie van General Electric en Philip Morris. De constructie is zo opgezet dat het waterschap over 22 jaar opnieuw eigenaar wordt van de installaties.
Zowel de Amerikanen als de Nederlanders varen wel bij de constructie. De ondernemers die een installatie kopen, kunnen de kosten in de Verenigde Staten van de hoge winstbelasting aftrekken. Met deze aftrekpost wil de Amerikaanse overheid de investeringen in eigen land een impuls geven, maar de Nederlandse waterschappen profiteren mee. De verkoop biedt een eenmalige bron van inkomsten van tientallen miljoenen guldens.
Volgens een woordvoerder van het schap in Edam levert deze sale and lease back-constructie een bedrag op van tussen de 20 en 30 miljoen gulden. “Dat gaan we gebruiken om de tarieven voor de klant te egaliseren”, zegt hij. De komende jaren moeten de waterschappen veel geld investeren voor stikstof- en fosfaatverwijdering. In het afgelopen jaar hing daar al een prijskaartje aan van in totaal 180 miljard gulden. De Unie van Waterschappen verwacht niet dat de schappen er dit jaar goedkoper vanaf komen. De fiscale truc kan voorkomen dat de noodzakelijke milieu-aanpassingen de prijs van drinkwater onaanvaardbaar doet stijgen.
Om die reden hebben inmiddels tien van de 66 schappen de knoop doorgehakt. Twee weken geleden ondertekenden de schappen Vallei en Eem, en Veluwe een leasecontract. De nutsbedrijven denken daar respectievelijk 13,5 miljoen en 12,3 miljoen gulden aan over te houden. Voor de andere waterschappen die staan te popelen om ook een contract af te sluiten, kan de winst nog hoger oplopen. Zo denkt Rijn en IJssel bijna 15 miljoen binnen te halen en rekent Regge en Dinkel op zo'n 20 miljoen.
Dat de milieu-investeringen deels door de Amerikaanse belastingbetaler worden betaald, en niet door de gebruiker, kan niet iedereen waarderen. Bij het waterschap Veluwe stemde een bestuurslid tegen wegens ethische bezwaren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.