MOSKOU - De massale gijzeling in Dagestan en de zware hand waarmee Rusland die te lijf is gegaan, hebben het wespennest van de noordelijke Kaukasus door elkaar geschud. Welke gevolgen dat zal hebben is onvoorspelbaar, want dit gebied is berucht om zijn eindeloze conflicten en zijn goede geheugen voor historisch onrecht.
De lappendeken van volkeren, stammen en clans die over de noordelijke uitlopers van het Kaukasusgebergte ligt, heeft de afgelopen tien dagen nieuwe scheuren opgelopen. En elke scheur maakt het toch al ingewikkelde weefsel brozer.
In het westen van deze streek tussen Kaspische en Zwarte Zee heeft Abchazië zich bloedig losgescheurd van Georgië. In het midden hebben Ingoesjiërs het aan de stok met Noordossetiërs en hebben de Zuidossetiërs geen vrede met hun inlijving bij Georgië. En dit zijn alleen nog maar de opvallendste conflicten in het gebied, afgezien van Tsjetsjenië. De schaal en de hevigheid van de strijd om Tsjetsjenië zijn ook naar Kaukasische maatstaven verpletterend.
De Tsjetsjenen zijn altijd al berucht geweest als vechtersbazen, die in vorige eeuwen razendsnelle uitvallen deden om vee of mensen te kapen. Volhardender dan andere volkeren waren ze in hun verzet tegen de Russische tsaren die het gebied onder de voet liepen.
De Tsjetsjenen zelf houden de legende levend, in liederen en verhalen, maar het laatste jaar opnieuw ook op het slagveld. Altijd weer komt de naam Sjamil op de proppen. Het overvalcommando speelde in het dorp cassettebandjes met een heroïsch lied over hem en de kapers van de veerboot op de Zwarte Zee noemen zich de 'Kleinzonen van Sjamil'. Tsjetsjeense mannen fantaseren graag over zichzelf als een nieuwe Sjamil, als een nieuwe verlosser van Tsjetsjenië.
Helaas voor de Tsjetsjenen heeft de echte Imam Sjamil van de negentiende eeuw niet de bevrijding gebracht. Na tientallen jaren van gevechten tegen de tsaristische troepen en spectaculaire ontsnappingen, werd hij in 1859 gepakt. De Russen hadden echter zoveel respect voor zijn krijgskunst, dat hij naar St. Petersburg werd gebracht voor een luxueuze gevangenschap.
Ook jammer voor de Tsjetsjenen is het feit dat Imam Sjamil eigenlijk geen Tsjetsjeen was, maar een Dagestaan. Maar daarmee hebben ze uiteindelijk wel vrede: als Sjamil een echte Tsjetsjeen was geweest, zeggen ze, dan had de tsaar hem nooit te pakken gekregen en waren we de vorige eeuw al onafhankelijk geweest.
Feodaal De droom van Sjamil ontgaat de Tsjetsjenen steeds weer. Ook in de Sovjet-tijd, toen het ene na het andere volk zijn nationale aspiraties vergat, bleven de Tsjetsjenen broeien. In de Sovjet-propaganda was Sjamil een feodale heerser die alleen door middel van terreur onder eigen mensen zijn leiderschap kon handhaven (Jeltsin slaat dezelfde toon aan over Doedajev). Maar de propaganda kon de legende niet de baas. Toen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog door de Kaukasus oprukten naar de olievelden aan de Kaspische Zee, begon het weer te rommelen in Tsjetsjenië. In de chaos van de oorlog zagen de Tsjetsjenen een kans om onder de Sovjet-Unie van Stalin uit te komen.
Maar Stalin (geen Rus, maar een Kaukasiër afkomstig uit de zuidelijke uitlopers) sloeg onverbiddelijk hard terug. Het Tsjetsjeense volk werd voltallig gedeporteerd. Wie de barre tocht in veewagons overleefde, heeft jarenlang moeten wonen in de steppen van Kazachstan.
Pas in 1956 kregen de Tsjetsjenen en enkele andere gedeporteerde volkeren het recht op terugkeer naar eigen land. Net als de meeste Tsjetsjenen van zijn generatie is de huidige opstandelingenleider Doedajev geboren in Kazachstan. Daar werd opnieuw het zaad gezaaid voor het nationalisme dat nu zo agressief herleeft.
Dat de leider van het gijzelingscommando, Salman Radoejev, ondanks de omsingeling van het dorp Pervomaiskoje, met een flink aantal van zijn strijders, heeft kunnen ontsnappen, zal worden bijgezet in de historie die de Tsjetsjenen zo graag bezingen. Maar dat uitgerekend Dagestan het slachtoffer werd van deze nieuwe Sjamil is tragisch.
De Russische deelrepubliek Dagestan was een oase van harmonie vergeleken met de rest van de noordelijke Kaukasus. De rust van Dagestan was extra opmerkelijk, omdat er ogenschijnlijk conflictstof genoeg zou moeten zijn. Want deze landstreek telt officieel tien verschillende bevolkingsgroepen (onofficieel zijn het er een stuk of dertig) op een oppervlakte die een derde groter is dan Nederland. Op de een of andere manier hebben die groepen een onderling evenwicht gevonden dat uniek was in de noordelijke Kaukasus. Met dezelfde omzichtigheid waarmee Avaren, Darginiërs, Koemikiërs en Lesghiërs - om de belangrijkste bevolkingsgroepen te noemen - omgaan met elkaar, hebben ze de afgelopen jaren ook de Tsjetsjenen en de Russen bejegend. Ze hebben zich zorgvuldig neutraal gehouden in de strijd om het buurland. Ze lieten de Russische militairen hun gang gaan, terwijl Tsjetsjeense vluchtelingen bij tienduizenden welkom waren.
Nu lijken de Tsjetsjenen het 't ergst te hebben verbruid. Want ze hebben de belangrijkste regel geschonden die geldt in alle Noordkaukasische gemeenschappen, de regel van gastvrijheid en dankbaarheid. Dat klonk gisteren door op een vergadering van de Dagestaanse gemeenschap in Moskou. “Voor het eerst in de geschiedenis van Kaukasische volkeren, hebben de strijders van Doedajev hun Dagestaanse broeders betaald met ondankbaarheid voor het onderdak en het brood dat is gegeven aan 150 000 Tsjetsjeense vluchtelingen”, luidde de verklaring van de Dagestanen.
Onmin Ook de Russen kunnen rekenen op Dagestaanse onmin. Dat de leiders van het Kremlin zo weinig belang hechten aan de levens van de gijzelaars dat ze zelfs de zware Grad-raketten op het dorp Pervomaiskoje afschoten, wordt hen diep kwalijk genomen. Als er Russen gegijzeld waren geweest, dan was het wel anders verlopen, zeggen de Dagestanen nu. Helemaal waar is dat niet, want een half jaar geleden, bij een massale gijzeling van Russen, schrok het Kremlin ook niet terug voor grof geweld, dat aan meer dan honderd mensen het leven kostte. Hoe dan ook, de Dagestanen ervaren het Russische geweld als diep krenkend.
De vraag is of de Tsjetsjenen dit effect hebben voorzien, of ze erop hebben gegokt dat de Russen met een overmaat aan geweld de Dagestanen tegen zich in het harnas zouden jagen. De speculatie dat de Tsjetsjeense leider Doedajev met deze gijzeling zijn onafhankelijkheidsstrijd wilde uitspreiden over Dagestan en vervolgens de gehele noordelijke Kaukasus, is evenveel waard als de gissing dat hij een stomme fout heeft gemaakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.