*

 
dossier

Archief

Hoe kleine kerken ook zonder fusie kunnen voortbestaan

GERARD DEKKER − 06/02/97, 00:00

De auteur is godsdienstsocioloog.

'Lutheranen zijn moe van het gefuseer en dreigen met vertrek', aldus Trouw van vorige week. En gezien wat er de laatste tijd gepasseerd is, is deze reactie ook wel begrijpelijk. Je moet je als kleine kerkelijke groepering wel machteloos voelen tegenover twee kerkgenootschappen die hun macht van tijd tot tijd laten voelen. Dat gebeurde bij de voorstellen rond de reorganisatie van de predikantsopleiding. En het kan ook gevoeld worden na het lezen van de in Trouw geciteerde uitspraak van de voorzitter van de gereformeerde synode, 'dat de Evangelisch-lutherse kerk uit lijfsbehoud wel moet blijven meedoen met het SoW-proces'. Een gedachtegang die, zo lijkt het mij, door velen gedeeld wordt.

Maar is dat ook zo? Kunnen kleine kerken - en dat geldt niet alleen voor de luthersen - niet zelfstandig blijven bestaan? Ik denk dat bij die gedachtegang nog wel wat kanttekeningen zijn te maken.

In de eerste plaats moeten we ons ervoor hoeden te denken dat een kleine kerk niet volwaardig kerk zou zijn. Het 'gehalte' van een kerk hangt toch waarachtig niet van haar omvang af. Kleine kerken hebben zelfs het grote voordeel dat zij geen grote organisatie hebben op te bouwen of in stand te houden, zodat zij een weliswaar organisatorisch zwakker, maar inhoudelijk vaak levendiger geloofsgemeenschap kunnen vormen. Zij zijn ook vaak beter in staat om een bepaalde identiteit te handhaven, hetgeen voor sommige gelovigen juist de aantrekkelijkheid van zo'n kerk vormt.

Bovendien zouden we misschien wat meer moeten luisteren naar nieuwe studies uit de VS, die erop wijzen dat het godsdienstige leven van de mensen in een land juist gebaat is bij het bestaan van veel verschillende godsdienstige groeperingen en bewegingen.

Zo'n kleine kerk is echter een ander soort kerk dan de 'leiders' van de grote kerken voor ogen staat. Achter de gedachtegang dat kleine kerken voor hun voortbestaan wel moeten samengaan met grote(re) kerken zit namelijk een bepaald kerkbeeld, en wel het bestaande kerkbeeld: dat je om als kerk te kunnen blijven bestaan wel allerlei materiële voorzieningen en ook vrijgestelde (dus betaalde) voorgangers nodig hebt. Dat vereist dus een behoorlijke economische basis en dus ook een omvangrijk ledental.

Maar kunnen kerkleden ook niet op een andere manier bij elkaar komen en hebben we dan nooit gehoord van de 'tentmaking minister' (iets waar Bonhoeffer, met wiens woorden we zo graag koketteren, al om vroeg)? En begrijpen we dan nog niet dat veel mensen, met al hun religiositeit, het juist niet zoeken bij die grote en goed georganiseerde kerken, maar in gemeenschappen op menselijke maat?

Maar, zo kan men vragen, moeten de kerken dan, om in onze gecompliceerde samenleving adequaat op te treden, niet goed georganiseerd zijn en beschikken over deskundige vrijgestelden? Ik denk dat kerken daar inderdaad veel deskundigheid en een goede organisatie voor nodig hebben. Maar dat kan ook op een andere manier gerealiseerd worden dan door middel van fusie. Je kunt ook als kerken samenwerken in instellingen die expliciet voor het verrichten van bepaalde noodzakelijk geachte activiteiten worden opgericht (zoals bijvoorbeeld de Stichting Oecumenische Hulp).

Het mooiste zou zijn als we alle landelijke menskracht en deskundigheid bij de Raad van Kerken onderbrachten en als alle kerken van daaruit en met behulp daarvan in de samenleving konden optreden waar dat gewenst of noodzakelijk is. De kerken zouden dan van elkaars deskundigheid kunnen profiteren en de kleine kerken zouden dan kunnen beschikken over de deskundigheid en de menskracht die zij zelf niet kunnen opbrengen, maar die zij voor het verrichten van bepaalde activiteiten wel nodig hebben.

Dit vraagt echter van de grote kerken de bereidheid om hun organisatie en menskracht ook ter beschikking te stellen van de kleinere kerken in ons land. Dit lijkt, gezien de wijze waarop kerken nu vaak optreden, geen eenvoudige opgave. Maar het zou toch juist in het kerkelijk leven moeten kunnen. Zijn het immers de kerken - ook de grote kerken - zelf niet die zeggen dat macht er niet is om te heersen, maar om te dienen?

mailIcon print |