*

 
dossier

Archief

Chirurg had angstige uren in Freetown

Door: redactie − 16/01/99, 00:00

“Het was alsof we dagenlang in een schuilkelder zaten. Ik heb eerder dit soort beschietingen meegemaakt, maar dit was echt heftig.”

De Nederlandse Rode Kruis-chirurg Willem Boere komt in buurland Guinee op adem van de burgeroorlog in Sierra Leone, het West-Afrikaanse land dat hij donderdag met andere buitenlandse hulpverleners moest verlaten. In de door burgeroorlog geteisterde stad zitten sinds het vertrek van het Rode Kruis geen buitenlandse hulpverleners meer.

Boere (48) werkte eerder in oorlogsgebieden in Joegoslavië, maar in Freetown had hij het echt benauwd. Dat kwam vooral door de lukrake beschietingen met artillerie. “Onze grootste angst was getroffen te worden door een granaat. Die zijn vaak onnauwkeurig. Als je getroffen wordt, ben je weg. Geweervuur is minder erg, daar raak je aan gewend na een paar dagen.”

Boere en vier collega's van het Internationale Rode Kruis moesten donderdag gedwongen de Sierraleoonse hoofdstad verlaten. Volgens de regering van Sierra Leone voor hun eigen veiligheid. Boere vindt het vreemd dat ze weg moesten, op een moment dat er veel humanitaire nood is in het land.

Een mogelijke reden zou kunnen zijn dat de Rode Kruis-medewerkers apparatuur hadden waarmee ze berichten van de vredesmacht Ecomog konden opvangen of afluisteren.

De buitenlandse hulpverleners moesten zeer plotseling vertrekken. “We konden geen bagage meenemen. Het shirt dat ik nu draag is van de Amerikaanse helikopterpiloot die ons naar Guinee heeft gebracht. Ik heb alleen mijn identiteitspapieren bij me.”

mailIcon print |