*

 
dossier

Archief

Spreken van 'geaardheid' past bij aparte diersoort

GEA ZIJLSTRA − 30/01/98, 00:00

Het artikel van de arts Harm Menger in Trouw van 24 januari over het onstaan van homoseksualiteit biedt enkele ambivalente gedachtegangen die tot dubieuze conclusies leiden.

1. Enerzijds wordt er een beroep gedaan op Foucault en wordt nadrukkelijk gesteld dat homoseksualiteit een maatschappelijke constructie is. Anderzijds geeft Menger er op tal van plaatsen blijk van dat hij homoseksualiteit ziet als een 'geaardheid', die is 'ontdekt' rond 1870 en die van alle tijden moet zijn geweest. Goed, men is nog op zoek naar de 'biologische basis' voor het 'anders zijn' - een afwijkende hersenconstellatie, of een 'homo-gen' -, maar Foucault en velen na hem zien homoseksualiteit niet als iets wat in de mens zit, maar als een etiket dat op gedragingen en verlangens kan worden geplakt. Een etiket waar je voorzichtig mee om moet gaan omdat het gevaar van uniforme beeldvorming op de loer ligt. En juist van die valkuil laat Menger ons de bodem zien. De traditionele beeldvorming over 'de homo' (een man die zich vrouwelijk gedraagt, erg op zijn uiterlijk is - of als vrouw: juist zo oncharmant mogelijk gekleed is en bovengemiddeld kunstzinnig begaafd) heeft plaatsgemaakt voor een nieuw beeld: mensen die geen 'diep-gevoelsmatige' band met iemand van het andere geslacht kunnen aangaan. Waar haalt hij het vandaan? Of meent Menger ook dat een hetero geen 'diep-gevoelsmatige' band met iemand van hetzelfde geslacht kan aangaan?

2. Ik stel voor de term 'geaardheid' af te schaffen. Vooralsnog is alle gespeculeer over een 'biologische basis' onbewezen. Dertig jaar geleden werd geschreven dat 'het' door 'de hormonen' kwam; later dacht men aan verschillen in de hersenen; en vervolgens kwam de idee van een 'homo-gen'. Wie weet wat voor fantastische oorzaak men over tien jaar bedacht heeft. Ik voel mij door het spreken over een 'geaardheid' bijkans bestempeld tot lid van een aparte diersoort.

En de 'homo-identiteit'? Dat begrip acht ik uitsluitend nog bruikbaar indien het wordt gehanteerd als een constructie die anno 1998 nog nodig is voor het verwezenlijken van wensen van een divers conglomeraat van mensen met een seksuele voorkeur voor iemand van hetzelfde geslacht. De eventuele biologische achtergrond daarvan lijkt me even interessant als die van mijn voorkeur voor bier boven wijn.

3. Er is nóg een valkuil bij het hanteren van de term 'geaardheid'. Al lang wordt juist in de meer behoudende regionen van de kerken gepleit voor het maken van onderscheid tussen 'geaardheid' en 'gedrag', waarbij de 'geaardheid' geaccepteerd moet worden omdat je daar niets aan kunt doen. De beleving is echter taboe. Dit is een verwerpelijk onderscheid, juist ook op bijbelse gronden. In het Hebreeuws betekent 'dabar' zowel woord als daad - je bent wat je doet. Scheiding van geaardheid/gevoel en van gedrag/daad maakt mensen tot gespleten wezens.

4. Waar leidt het model van de 'homoseksuele identiteit', zoals door Menger gehanteerd, toe? Tot een simpele tweedeling: hetero-huwelijk en homo-huwelijk. Hopelijk ruimt Trouw ooit nog eens plaats in voor al die mensen die, al dan niet met een partner, weigeren in één van beide bootjes te stappen.

mailIcon print |