AMSTERDAM - Slaagpercentages van amper zestig procent zijn niet ongebruikelijk in de grote steden. Maar ook daarbuiten zijn er scholen die slecht scoren. Dat blijkt uit gegevens van het ministerie van onderwijs, die zijn vrijgegeven nadat Trouw een beroep deed op de Wet openbaarheid van bestuur.
De havo-afdelingen van de Esprit scholengroep in Amsterdam kwamen schooljaar 1995/'96 op een slaagpercentage van 59 procent. Dat is een stuk lager dan het Bernard Nieuwentijtcollege in de hoofdstad, dat het op de havo tot een slaagpercentage van 79 bracht. M. Weisglas van de Esprit Scholengroep: “Onze school is vrijwel helemaal allochtoon: 98 procent van de leerlingen komt uit het buitenland. Een groot deel daarvan is pas net in Nederland, en is daardoor 'taalzwak'. Bovendien is het beleid van onze school om jongeren niet in de voorlaatste klas te laten zitten, met het doel een jaar later betere slaagcijfers te hebben. Dat vinden wij flauw. Dus ja, onze slaagcijfers zijn misschien niet zo hoog als op een school in makkelijker omstandigheden. Maar wij moeten er veel voor doen.”
Het gemiddelde slaagpercentage van de havo-afdelingen in grote steden ligt op 76 procent. Dat doen diverse gemeenten niet veel beter. Zo komen Zeist, Zwolle, Lelystad, Voorburg en Dordrecht op gelijke of lagere slaagpercentages uit. Het Christelijk College in Zeist haalt bijvoorbeeld een percentage van 76 procent op de havo.
Slechte examenresultaten zijn voor de onderwijsinspectie geen reden om bezorgd te raken over de kwaliteit van een school, aldus een woordvoerder. “Inspecteurs kijken ook naar omstandigheden, er kunnen allerlei redenen zijn waarom een school weinig geslaagden heeft.” Zoals een zieke directeur, een fusie of een leerlingenpopulatie die grotendeels afkomstig is uit achterstandswijken.
Als een inspecteur constateert dat een school het over meerdere jaren slecht doet, in verschillende opzichten, en er is geen sprake van verbetering, dan kan hij besluiten de minister te waarschuwen. De minister bepaalt dan wat er met die school gebeurt. De afgelopen jaren heeft de inspectie geen scholen aangemeld bij de minister, aldus de woordvoerder.
- Vervolg en meer nieuws op pagina 9
Prestaties school voortaan openbaar VERVOLG VAN PAGINA 1
Trouw kreeg de schoolresultaten na een jaar procederen tegen het ministerie van onderwijs. Het ging om twee principiële zaken: de openbaarheid van schoolprestaties en het gratis verstrekken daarvan. Op beide aspecten heeft Trouw gelijk gekregen. Het ministerie van onderwijs besloot in het verloop van de procedure zelf tot het gratis verstrekken van slaagpercentages van scholen. Voor het aantal zittenblijvers, uitvallers en het gemiddelde cijfer voor een aantal examenvakken per school, gegevens die niet op het ministerie van onderwijs liggen maar bij de Inspectie, moest Trouw naar de rechter. Die bepaalde op 20 augustus dat het gevraagde materiaal openbaar moet worden gemaakt en binnen vier weken aan Trouw moet worden verstrekt. Daarmee is het in principe mogelijk geworden om net als in Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten, ranglijsten van scholen en hun prestaties te maken.
Afgelopen week heeft staatssecretaris Netelenbos van onderwijs de scholen een brief gestuurd om hen te waarschuwen voor het vrijgeven van de schoolresultaten. Daarin legt zij uit dat ze zich tegen de levering van de gegevens heeft verzet omdat harde cijfers niets zeggen over de achtergrond van een school. Maar: 'De president van de rechtbank te Amsterdam heeft overwogen dat het algemeen belang van openbaarheid zwaarder weegt' schrijft Netelenbos.
De besturenorganisaties hebben zich altijd verzet tegen het vrijgeven van schoolresultaten, om concurrentie te voorkomen. Niettemin is al in 1994 wettelijk vastgelegd dat scholen hun prestaties openbaar moeten maken in een jaarverslag. Scholen hangen dat echter niet aan de grote klok, waardoor velen niet weten dat ze om die gegevens kunnen vragen. De inspectie, die de gegevens verzamelt, weigert ze te geven.
Schoolresultaten kunnen ouders helpen bij de schoolkeuze. Dat was een belangrijke reden voor Trouw om de cijfers te vragen. Overigens moet het materiaal flink worden bewerkt alvorens het geschikt is voor publicatie. Enkele weken nadat alle gegevens binnen zijn zal Trouw in een speciale bijlage de resultaten bekend maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.