*

 
dossier

Archief

Indonesië vervolgt geen christenen'

WERA DE LANGE − 08/02/97, 00:00

AMERSFOORT - Onlangs zag het er in Soerabaja even naar uit dat er een kerk zouden worden aangevallen door een meute relschoppers. Christelijk Soerabaja sloeg alarm. Jongeren van de (gematigde, democratische) moslimorganisatie Nahdatul Ulama (NU) vormden een ring om de kerk en de aanvallers dropen af.

Zo werd het de synodevoorzitter van de Nederlandse hervormde kerk, ds. Wim Beekman, door gesprekspartners (moslims, christenen) in Indonesië verteld toen hij de afgelopen week op Java rondreisde. De angst voor steeds meer en steeds heviger anti-christelijke rellen in Indonesië is dáár. Maar in dat angstige, onzekere klimaat wordt de verstandhouding tussen christenen en de islamieten in de NU op diverse plekken beter, ook al moet er aan beide kanten diep ingevreten wantrouwen worden weggenomen.

“Ik heb zelf mogen meemaken hoe de regionale leiding van de NU in Malang voor het eerst een gesprek had met de leiders van de Oost-Javaanse protestantse kerk GKJT. Wij, de drie Nederlandse bezoekers, fungeerden daar als de verbindende schakel. Nuttig. Tijdens die ontmoeting werden er allerlei vervolg-afspraken gemaakt voor samenwerking tussen de jongerenorganisaties, en dergelijke”, vertelt Beekman.

De aanleiding voor het bezoek van de synodevoorzitter Beekman en enkele gedelegeerden waren de onlusten in het najaar in de Oost-Javaanse plaats Situbondo, waarbij 25 kerken in brand werden gestoken. “Als je broer of zuster iets ergs overkomt, is het minste dat je kunt doen op bezoek gaan”, zegt Beekman.

De Nederlandse delegatie ging vorige week ook naar Situbondo zelf. Daar was juist op dat moment een ramadan-markt aan de gang. In broederlijke eendracht hadden moslims, protestanten en katholieken er voor gezorgd dat er voor sterk gereduceerde prijs rijst te koop was voor de armsten in de stad. Zo'n gezamenlijke aktiviteit hadden de moslims en christenen van Situbondo nooit eerder ondernomen - “ze waren er zelf net zo van onder de indruk als wij”. De wederopbouw van de kerken in Situbondo was in volle gang.

Zowel in de moslimorganisaties als in kerkelijke burelen van christenen gonst het van de geruchten en de roddels over de achtergronden van de gewelddadige incidenten. Officiële gesprekspartners hebben het daar niet over, maar in de wandelgangen wordt als een vaststaand feit aangenomen dat de rellen tussen moslims en christenen in Indonesië worden georganiseerd van hogerhand. De incidenten en de angst voor meer geweld zijn een instrument in het voor buitenstaanders volstrekt ondoorzichtige machtsspel tussen generaals, krijgsmachtonderdelen, partijfacties en wellicht tusen de ene Suharto-telg en de andere.

De oude president Suharto heeft niet het eeuwige leven; in mei wordt er een Volkscongres gekozen dat hem weer tot president zal kiezen, maar tegelijkertijd zijn plaatsvervanger en daarmee zijn vermoedelijke opvolger mag aanwijzen. Het hele corrupte staatsapparaat van Indonesië staat daarom bol van de intriges. En in dat klimaat komt het sommigen goed uit zo nu en dan een paar vrachtwagens met gehuurde 'moslims' op kerkgebouwen af te sturen.

De protestantse en katholieke gesprekspartners van Beekman stelden met nadruk: van christenvervolging is in Indonesië is geen sprake. Ook al is het voor een christen sinds de de-kolonisatie niet zo makkelijk om carrière te maken, ook al wordt het steeds lastiger om toestemming te krijgen voor de bouw van een kerk, de staatsideologie garandeert de christenen in principe alle rechten die zij begeren.

Maar de toestand in Indonesië zou zich op den duur kunnen ontwikkelen in de richting van een klimaat waarin de staat islamieten systematisch gaat voortrekken. Of in de richting van een chaotische, uitslaande geweldsgolf tegen christenen (waaronder veel Chinezen), van de omvang die na de coup van 1965 een half miljoen communisten en vermeende communisten op Java het leven kostte.

De conservatief-islamitische leider Rais van de organisatie Muhammadiya haastte zich tegen Beekman te verklaren dat de incidenten met religieuze twisten eigenlijk weinig te maken hebben. Hij ziet de oorzaken geheel en al in de toenemende ontworteling als gevolg van de snelle industrialisatie en als gevolg van de groeiende tegenstelling tussen arm en rijk. “Het gras is zo droog geworden, één vonk is genoeg...”, volgens de Muhammadiya-leider.

De verregaande meningsverschillen tussen de moslimorganisaties maken het de christenen niet makkelijker vriend en vijand te onderscheiden. Maar andersom is dat ook niet eenvoudig. De 'evangelicalen' zijn ijverig aan het kerstenen in Indonesië, zoals in de hele Derde Wereld. En de methodes die hun - vaak Amerikaanse - zendelingen gebruiken zijn niet altijd even fijn- en cultuurgevoelig. De christen heeft op Java drie cliché-gedaantes: een rijke Chinees die geheel buiten de inheemse samenleving staat, een Javaanse dienstklopper die bij de koloniale macht in het gevlei probeert te komen, en tegenwoordig ook een evangelische, agressief bekerende 'botterik'.

“In Indonesië weten moslims en christenen heel weinig over elkaar,” zegt Beekman. De Nederlandse kerken ondersteunen daarom een interreligieus instituut in Yogyakarta, dat een wederzijdse voorlichting doet.

mailIcon print |