SAN SEBASTIAN - Hein Verbruggen is gisteren aan zijn laatste termijn als voorzitter van de UCI begonnen. Zoals bekend, vindt de geboren Helmonder het in 2001 na dertig jaar in de wielersport wel genoeg. In de tien jaar die hij er kort na de eeuwwisseling als UCI-preses heeft opzitten, zal hij kunnen terugblikken met het gevoel veranderingen in zijn sport teweeg te hebben gebracht. Maar hij heeft het cyclisme niet naar zijn model kunnen restaureren. De tijd die hem rest, is veel te kort om daadwerkelijk geschiedenis te schrijven.
Verbruggen heeft nog één laatste kunstje in gedachten: hij hoopt de dopingproblematiek tot aanvaardbare proporties terug te brengen. Hij werkt aan een plan de verantwoording bij de ploegartsen te leggen. Die moeten in de toekomst vooraf gezondsverklaringen van renners overleggen. Wordt dan toch een coureur op het gebruik van verboden stimulerende middelen betrapt, dan hangt niet alleen de betrokken renner maar ook zijn arts een schorsing boven het hoofd. Dit bijna afgelopen seizoen voegde Verbruggen al een nieuwe dimensie toe aan zijn kruistocht tegen de stimulantia. Hij voerde bloedtesten in, die bepaalden of een renner 'gezond' genoeg was om aan een wedstrijd deel te nemen. Bedroeg de hematocriete waarde meer dan vijftig - het bloed zou dan te stroperig zijn - dan volgde onverbiddelijk een startverbod van twee weken. Sinds februari werden 750 renners vier uur voor de koers van hun bed gelicht, tien konden daarna hun koffers pakken. Met het project was een kleine zeven miljoen gulden gemoeid.
Op de Europese sportconferentie die vorige week in Amsterdam werd gehouden, verzuchtte Verbruggen dat het voor een 'amateurorganisatie' nauwelijks meer te doen is om gelijke tred te houden met het hele leger zaakwaarnemers, artsen, vertrouwensmensen en vooral juristen, waarmee de in financiële luxe badende renners zich omringen. “Wil je voorzitter zijn van een internationale sportbond, dan zul je moeten wonen in de stad waar de bond domicilie heeft gekozen, tachtig procent van je vrije tijd in de sport steken en bereid zijn golven van kritiek over je heen te laten komen.” Verbruggen is inmiddels verhuisd naar Lausanne en als marketing-adviseur dermate financieel onafhankelijk dat hij het zich kan veroorloven 'slechts' enkele leuke klanten te bedienen. Het is geen wonder dat we de slag tegen de professionals verliezen, zo hield hij zijn gehoor voor.
Gedurende zijn ambtstermijn woedden tal van stormen over het hoofd van Hein Verbruggen, maar hij bleef pal in zijn vernieuwingsfilosofie die slechts met vallen en opstaan gestalte kreeg. Zo werd zijn mondialiseringsdrang een farce. Wereldbekerwedstrijden in andere continenten dan Europa sloegen niet aan. Hij heeft er daarom maar een andere draai aan gegeven. De UCI wil in werelddelen waar bepaalde disciplines van het cyclisme populair zijn, hun positie versterken. Dat betreft dan de weg in Europa, mountainbike in de Verenigde Staten en de baan in Australië. Hij trachtte combines en het onderhands verkopen van wedstrijden uit te bannen door een puntenstelsel in het leven te roepen. Die quoteringen bepalen de toegang tot grote koersen en de salarissen van de renners.
Hij trapte op de rem van al te ver doorgevoerde technologische vernieuwingen door bij reglement te bepalen dat een fiets er als een fiets hoort uit te zien, en niet als een vreemdsoortig Mir-ruimtestation op wielen. Hij verplaatste de wereldkampioenschappen naar oktober, 'verbande' de Vuelta naar september en beroofde de drie grote rondes van een paar wedstrijddagen. Het seizoen was te kort. Sponsors moeten meer aan hun gerief komen; er is behoefte aan meer lucht tussen de wedstrijden. Mede daarom wil Ard Schenk, wanneer hij eenmaal als opvolger van Jan Charisius in de technische commissie van de ISU is beland, voorstellen het schaatsseizoen al in september te laten aanvangen. De wielersport is gebaat bij kwalitatief betere sponsors, zo had Verbruggen zich verder ingeprent.
De massage heeft voor een deel gewerkt. Geluiden dat klassiekers voor zeventig mille of meer worden verhandeld, hoor je inderdaad niet meer. Louche geldschieters hebben plaats gemaakt voor sterke concerns. Verbruggen refereert in dat verband graag aan grote banken en bedrijven als Once en Telekom. Er gaat momenteel bijna 400 miljoen gulden aan sponsorgeld om in het wielrennen, volgens zijn berekening meer dan in welke andere tak van sport. Het rumoer rond de data van het WK en de Ronde van Spanje is daarentegen nog niet verstomd. In de Spaanse krant El Diario Vasco toonde Verbruggen zich wat geïrriteerd over een vraag van die strekking. “Op het laatste WK dat in augustus werd georganiseerd, dat van in 1994 op Sicilië, ontbraken Indurain, Jalabert, Bugno en Fondriest. Nu is alleen Ullrich er niet. Er is geen enkele reden de klok terug te draaien.” En dat de grote rondes met 23 dagen aan de korte kant zijn, vindt hij onzin. Wat hem betreft kunnen er nog wel een paar etappes worden geschrapt. “Want wie interesseert zich nog voor de laatste week van de Vuelta, de Giro of de Tour?”
Doorgaans breed glimlachend inhaleert Verbruggen die vormen van kritiek. Het waren in ieder geval nooit redenen zijn zin niet door te drijven. Alles met het oogmerk de sport in zijn eenvoud en herkenbaarheid open te houden voor een zo'n breed mogelijk publiek. Het doet hem daarom zichtbaar pijn dat hij op één onuitroeibaar fenomeen nauwelijks greep heeft gekregen: doping. Erger nog dan de hoon van een deel van het publiek, voor wie in het peloton alleen maar drugsverslaafden rondrijden, treffen de mokerslagen die andere internationale sportbonden - vaak in een poging zichzelf wit te wassen - de strijdbare voorman van de UCI als een dolk in de rug. Op het jongste IOC-congres maakte de voorzitter van de medische commissie, Alexander Prins de Mérode, gewag van vier positieve gevallen in de jongste Tour de France. Slechts één renner werd bestraft (Abdoesjaparov), drie onbekende anderen gingen vrijuit. 'Abdoe' was zo stom zich te laten betrappen op het maskeringsmiddel Bromantan, dat sinds 1 februari dit jaar op de dopinglijst van het IOC staat. De UCI voegde het produkt drie maanden later toe aan haar zwarte lijst. Met Bromantan wiste Abdoesjaparov dit seizoen tot zeven keer toe de sporen van het 'ouderwetse' hormoon clenbutorol weg. Dat brengt Verbruggen terug bij de kern van zijn betoog in Amsterdam. Het ontbreekt de UCI (en in haar spoor de andere wereldsportbonden) aan kennis en middelen om daadwerkelijk een effectieve strijd tegen het kwaad van de doping te voeren. Niet voor niets heten de bloedproeven van dit seizoen 'gezondheidstesten' en was de renner bij een te hoog hematrocrietgehalte niet positief, maar te ziek om aan de wedstrijd deel te nemen. Ook ten aanzien van andere stoffen bepleit de UCI-voorman nu dus preventieve maatregelen. Met al het welluidende dat Verbruggen heeft gecomponeerd, blijft de dopingproblematiek een onvoltooide symfonie, waarmee ook zijn opvolger in de komende eeuw wordt opgezadeld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.