*

 
dossier

Archief

Vredesproces in Noord-Ierland weer stap verder

Door: redactie − 10/05/95, 00:00

Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - Na maanden van gehakketak praat een lid van de Britse regering vandaag in Belfast met een delegatie van Sinn Fein. Directe resultaten worden niet verwacht, maar de 'historische' ontmoeting betekent niettemin een stap voorwaarts in het Noordierse vredesproces.

Britse overheidsfunctionarissen en politieke vertegenwoordigers van het Ierse republikeinse leger (Ira) ontmoetten elkaar vorig jaar december voor het eerst openlijk sinds het begin van de 'Troubles' in Noord-Ierland in 1969. Dat was drie maanden na het ingaan van het Ira-bestand. Maar onenigheid over het gespreksonderwerp vormde het belangrijkste obstakel voor het verhogen van de status van de contacten tussen Londen en Sinn Fein.

De Britten eisten dat gesproken zou worden over het inleveren van wapens. Maar de Noordierse republikeinen wensten die troefkaart niet zo snel uit handen te geven. Zij verlangden dat ook de aftocht van het 18 000 man sterke Britse leger, het opheffen van de door hen gehate Noordierse politie (voor 90 procent protestants) en een amnestie voor gevangenen op de agenda zou worden gezet.

Londen noemde dat onaanvaardbaar, en oeverloze onderhandelingen dreigden. De Amerikanen zorgden half maart echter voor een doorbraak met de ontvangst van Sinn Fein-leider Gerry Adams op het Witte Huis. De Britten reageerden op hun teentjes getrapt: Adams sprak met de Amerikaanse president, terwijl er nog geen contacten op ministerieel niveau waren tussen Londen en de Ira-vertegenwoordigers. En premier John Major protesteerde fel.

Maar de transatlantische ruzie werd bijgelegd in een Brits-Amerikaans onderonsje, waarin de Amerikaanse president Major prees voor zijn visie en moed.

Vertraging

Dat was een maand geleden. De protesten van Sinn Fein-aanhangers vorige week bij het bezoek van Major in het Noordierse Derry dreigden opnieuw voor vertraging te zorgen. Maar ook daar hebben de Britten zich overheen gezet. Onduidelijk is nog steeds wat de Britse staatssecretaris voor Noord-Ierland, Michael Ancram, en de tweede man van Sinn Fein, Martin McGuinness vandaag gaan bespreken. Volgens de Ira-vertegenwoordigers staan hun punten op de agenda. Maar Londen ontkent dat. Waarschijnlijk is dat uiteindelijk alle kwesties ter sprake komen, maar dat kan even duren.

Vertrouwen

De bijeenkomst wordt gezien als een mogelijkheid het wederzijds vertrouwen verder uit te bouwen. En als een historische gebeurtenis: het is alweer 23 jaar geleden dat Ira-vertegenwoordigers met de Britse minister voor Noord-Ierland, William Whitelaw, spraken. Zes Ira-leden werden daartoe op 7 juli 1972 in het geheim naar Londen gevlogen, onder hen de toen 22-jarige Sinn Fein-delegatieleider van vandaag, McGuinness.

De sfeer was toen wat anders. McGuinness had een revolver op zak om “zeker een Brit mee te nemen” voor het geval de bijeenkomst een hinderlaag zou blijken. Die voorzorgsmaatregel lijkt nu overbodig.

Na de Brits-Ierse intentie-verklaringen over vrede en acht maanden van rust in Noord-Ierland, is ook een herhaling van de gebeurtenissen na de geheime ontmoeting in '72 onwaarschijnlijk. Toen verbrak het Ira een veertien dagen oud bestand, en met 467 doden en 1800 aanslagen werd 1972 het bloedigste jaar van het Noordierse conflict.

mailIcon print |