*

 
dossier

Archief

Ethiopië pakt journalisten op die opkomen voor Oromo's

Door: redactie − 09/02/98, 00:00

Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - Ethiopië wordt door het Westen geloofd en geprezen, maar met de mensenrechten en vrijheid van meningsuiting is het er beroerd gesteld. De afgelopen weken zijn veertien journalisten gearresteerd en hebben vier tijdschriften hun persen moeten stopzetten. Een van de redenen is hun berichtgeving over de misdaden van het Ethiopische leger tegen de grootste bevolkingsgroep, de Oromo's.

Volgens de Franse organisatie Journalisten zonder Grenzen zitten in Ethiopië de meeste journalisten achter de tralies van heel Afrika. Hoewel de officiële censuur werd afgeschaft na de val van dictator Mengistu Halie Mariam, in 1991, mag nog steeds niet alles worden geschreven. Valse en opruiende informatie en artikelen die etnische groepen tegen elkaar opzetten zijn verboden.

Met als gevolg dat de afgelopen zes jaar zo'n honderd journalisten en uitgevers zijn gearresteerd en er nog zo'n twintig vastzitten. Van de tachtig onafhankelijke tijdschriften die na de bejubelde machtsovername verschenen, zijn er nog maar zo'n twintig over. De redacteuren worden door premier Meles Zenawi roddelpers genoemd en mogen geen persconferenties van de regering bijwonen.

Na verschillende golven van arrestaties heeft de regering nu weer een nieuwe campagne van intimidatie van de onafhankelijke pers gelanceerd, zegt de Ethiopische bond van vrije journalisten. De publicatie van het weekblad Tobia werd twee weken geleden gestopt, nadat de drie redacteuren en algemeen manager waren gearresteerd en het redactiekantoor door een mysterieuze brand was verwoest.

Het weekblad Urji was een maand geleden de klos, met de arrestatie van vier redacteuren. De regering beschuldigt het tijdschrift ervan de spreekbuis te zijn van het Oromo Bevrijdingsfront (OLF), dat strijdt voor zelfbeschikking.

De Oromo's zijn met ruim veertig procent de grootste etnische groep in Ethiopië, maar worden zwaar onderdrukt door de regering. Martelingen, arrestaties zonder aanklacht, executies, verbranding van dorpen, opsluiting in concentratiekampen - het komt allemaal voor in Oromia, in het midden en zuiden van Ethiopië. Volgens de Oromia Support Group in Londen zijn de afgelopen zes jaar ruim 2 300 Oromo's geëxecuteerd en minstens 600 mensen verdwenen. En dat zijn slechts de gedocumenteerde gevallen, met namen en foto's. Wat zich verder afspeelt in afgelegen dorpen, valt te raden.

Regeringen in het Westen knijpen echter een oogje dicht voor deze schending van mensenrechten, zeggen organisaties als Amnesty International en Oromo-steungroepen in Europa. De VS en de Europese Unie geven bijna onvoorwaardelijke politieke en economische steun aan het nieuwe bewind in Ethiopië. Ze zijn vol lof over premier Menes Zenawi, die wordt beschouwd als een van de 'nieuwe, progressieve leiders' in Afrika. Opzienbarend is vooral zijn nieuwe staatsbestel, waarbij het land is opgedeeld in etnische regio's die recht hebben op een grote mate van autonomie.

Maar in de praktijk komt er weinig terecht van het federalisme, en hebben de Tigreërs van Meles Zenawi alle macht in handen. De regering en bijna het hele parlement bestaan uit Tigreërs, die minder dan tien procent van de bevolking uitmaken.

Vanuit de Europese Unie klinkt de laatste tijd wel wat kritiek op de wandaden in Ethiopië, maar vooral Washington zwijgt in alle talen. Angst voor spreiding van het moslimfundamentalisme in noord- en oost-Afrika speelt daarbij een grote rol. De Amerikanen zijn benauwd voor het fundamentalistische bewind in Soedan, dat met geweld de islam over de hele regio wil verspreiden. Washington staat daarom op goede voet met Soedans christelijke buren, Ethiopië en Oeganda, die het Soedanese verzet een thuishaven bieden en militair steunen.

De Ethiopische regering heeft zelf op haar beurt veel last van islamitische verzetsgroepen gesteund door Soedan. Zo vonden vorig jaar twee bomaanslagen plaats in de Ethiopische hoofdstad Addis Ababa, die worden toegeschreven aan moslim-extremisten. In november werden zes Oromo's gearresteerd in verband met deze bommen. Maar volgens Oromo-steungroepen in Europa schildert de regering de Oromo's ten onrechte af als fundamentalisten. Hiermee houdt Addis Ababa hun zelfbeschikking tegen en kan het de natuurlijke hulpbronnen van Oromia blijven exploiteren, aldus critici.

Bovendien maakt de Ethiopische regering gebruik van de angst voor moslimterreur; vorig jaar kreeg ze miljoenen aan militaire hulp van Washington. Daarmee kan Soedan worden aangepakt, maar mogelijk zijn ook de Oromo's de klos van deze Amerikaanse vrijgevigheid.

mailIcon print |