Een terugblik, als ik even een beetje schoolmeesterachtig op dat woord mag ingaan, is iets anders en een andere manier om het verleden te ontmoeten dan een weerzien.
Wat wij weerzien en in dat weerzien herkennen als hetzelfde wat het was bij het eerste zien is iets wat wij opnieuw zien, na verloop van tijd nog eens zien, zonder dat het eventueel onze bedoeling was het tot een voorwerp van onze aandacht te maken. Het kan zich heel toevallig binnen onze gezichtskring voordoen. En dikwijls gaat dat zo bij een weerzien en het leidt dan ook niet altijd tot spontane herkenning. Van een terugblik daarentegen spreken wij, wanneer wij expliciet onze aandacht richten op iets uit ons verleden en wel met de bedoeling dat nu beter te overzien of het te betrekken in de actualiteit van ons bestaan.
Het gaat hier niet om 'zien' maar om 'kijken'. Dat gebeurt niet toevallig en onverwachts, maar op ons eigen initiatief. Tussen 'zien' en 'kijken' is hetzelfde onderscheid als tussen 'horen' en 'luisteren'. Als wij luisteren, zijn wij ons ervan bewust te horen of willen wij iets horen en als wij kijken, ontgaat het ons niet dat wij bezig zijn een visuele inspanning te verrichten. Wij luisteren en kijken niet zonder het besef dat wij gericht zijn op iets auditiefs of visueels dat zich buiten ons afspeelt en wij concentreren ons op de identiteit daarvan, waaraan wij eerder voorbijgegaan zijn.
Bij een weerzien dringt die identiteit zich op, bij een terugblik wordt zij gezocht. Bij een terugblik op het verleden als een manier van kijken naar wat voorbij is, zijn wij ons ook ervan bewust dat het voorbij is en buiten het bereik van ons kunnen en willen ligt. Wij kijken en denken het achterna, het enige wat wij kunnen. Daarom is het nog geen verleden in de zin van 'passief verwerkt' of 'verteerd'. Want bij de terugblik hoort het besef dat in het voorwerp van onze aandacht bij de eerste ontmoeting en op het eerste oog iets ontgaan moet, misschien wel het meest wezenlijke. Zo kan ons bij de eerste lezing van een ingewikkelde tekst iets belangrijks ontgaan dat bij een herhaalde lezing meer expliciet wordt. Als wij weinig waarde hechten aan een tekst of als wij ons vermogen om daar op het eerste oog alles uit te halen wat erin zit, hoog aanslaan, als wij haast hebben of op de praktijk gericht zijn, is er geen sprake van herlezing, terugblik en reflectie, eerder van snel lezen overslaan en vergeten.
De terugblik op het verleden als herlezing daarvan hoort thuis in een reflexieve cultuur van de aandacht of een cultuur van het tweede oog waarin telkens weer een poging wordt gedaan zoveel mogelijk recht te doen aan wat wij in onze levensloop tegenkomen. Vanuit een praktische instelling kan dat een vorm van 'herkauwen' worden genoemd en als nutteloos introvert gemijmer of gezeur worden afgedaan. Wie de hand aan de ploeg slaat, moet niet omzien, citeren ze dan. Dat is allicht waar, maar het is evengoed waar dat mensen niet dag en nacht bezig zijn handen aan ploegen te slaan en onherroepelijke beslissingen te nemen. Voor de herkauwers is het omkijken in momenten van bezinning een middel om alles uit hun voedsel te halen wat erin zit en wat zij te gretig hebben verzwolgen. Het lijkt zich af te spelen in hun innerlijk of binnen een lus voor hun hoofd, een ballon vol met lucht, maar dat innerlijk heeft geen andere zin dan een plaats te zijn waar een deel van de buitenwereld opnieuw tot voorwerp van aandacht, kritiek en overweging gemaakt kan worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.