*

 
dossier

Archief

RIJMROES

RUUD VERDONCK − 04/12/96, 00:00

Beter Bed gaat naar de beurs en meteen schieten mij de wildste gedachten te binnen over slapend rijk worden, liggende gelden en een ronkende toekomst. Dat komt, ik heb er nog een stuk of twintig te gaan, sinterklaasgedichten. Een belangrijk bestanddeel van dit werkje is het bedenken van voldoende bijvoeglijke naamwoorden waarop simpel te rijmen valt. Want een beetje sinterklaasgedicht mag kreupelheden en inversie bevatten.

Het is een halve haat-liefdeverhouding tot het sinterklaasgedicht, als tot het plakken van een lekke band. Ten eerste heb je er zelden echt zin in. Ten tweede zijn het klussen die op een gegeven moment geen uitstel meer gedogen (ook al behoort het tot de traditie dat de aanvang der feestelijkheden nog even moet worden uitgesteld omdat iemand nog niet helemaal klaar is). En ten derde is het zo prettig gaandeweg te merken dat het nog steeds lukt.

Het helpt helemaal wanneer je kort na aanvang der werkzaamheden al besprongen wordt door de rijmroes, ik zou hier liever niet van muze spreken. Jaren terug hebben we, ik geloof vanwege de derde wereld of armoede in het algemeen, sinterklaas nog eens teruggebracht tot één presentje (een typisch rijmwoord in plaats van cadeautje) per persoon plus een gedicht. Eén gedicht. Na twintig regels begon ik een beetje op gang te komen en vanwege de rijmroes regen de regels zich aaneen tot makkelijk een vel of drie, vier voordat eindelijk de verveling begon toe te slaan en ik abrupt iets verzon van: maar onderhand snak je, naar de inhoud van dit pakje. Nog even SINTERKLAAS eronder en klaar. De volgende avond bleek dat iedereen hier last van had gekregen, met als gevolg dat we 's nachts om drie uur nog zaten te luisteren naar die even traditioneel zwak gedeclameerde verzen.

Bij een stuk of twintig krijg je op de helft al dat gevoel van: zo, nu weer wat anders. En dan wordt de rest inspiratieloos taai doordouwen. Maar gelukkig wel in de overtuiging dat het uiteindelijk zal lukken, want in de kast liggen mijn 5 december-verzekeringspapieren: een stevige stapel sinterklaasgedichten, want ik gooi er nooit een weg. In geval van nood kan ik daar op terugvallen. Niet uitgesloten moet dan ook worden dat nummer achttien zal beginnen met regels die rijmen langs de ijzersterke aanhef: bedenken, schenken.

mailIcon print |