Boontje komt om z'n loontje, zegt de Rotterdamse hoogleraar politicologie Rinus van Schendelen over de historisch lage opkomst bij de statenverkiezingen.
Elke vier jaar kreunt iedereen na weer een magere opkomst dat de provinciale bestuurslaag op de helling moet, minister Peper incluis. Maar daden, ho maar!
Van Schendelen wijt de dalende belangstelling voor de provincies aan de niksigheid van de middelste bestuurslaag. De provincie heeft nu ,,te weinig taken, te weinig bevoegdheden en te weinig budget''. Alle provincies bij elkaar hebben evenveel geld als Rotterdam-Noord. ,,Voor Rotterdam-Noord houden we ook geen verkiezingen.''
De provinciale verkiezingen mogen van hem worden afgeschaft, zolang de staten niet veel meer bevoegdheden krijgen. Het debat over het zorgenkindje van de Nederlandse democratie komt echter geen steek verder doordat de minister van binnenlandse zaken het er telkens bij laat zitten, vindt Van Schendelen. ,,Ook Peper heeft deze week z'n prevelement gehouden anti de provincie, maar ik verwacht dat ook hij z'n opvolger de provincie-oude stijl nalaat.''
De verkiezing van de Eerste Kamer door leden van provinciale staten, vindt hij ook niets. ,,Dat gebeurt nu op achterbakse wijze. De ayatolla's en mullah's van Nederland worden in achterafkamertjes aangewezen.''
Van Schendelens ideaal is een Eerste Kamer van 75 regionale leden die volgens een districtenstelsel zijn verkozen. Hij is niet beducht voor politisering van de senaat. ,,De Eerste Kamer is nu al in hoge mate partijpolitiek, zonder gevolgen overigens. Ze sputtert wel vaak over wetsvoorstellen, maar slikt het allemaal.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.