Het oorlogsarchief van de Nederlandse Spoorwegen beslaat maar twee meter. Er zitten geen foto's in die laten zien hoe Joden naar en van Westerbork werden vervoerd. Ook ontbreken de rekeningen die de NS het Duitse bestuur voor deze transporten zond. Maar op de herdenkingstentoonstelling Rijden of Staken worden ze getoond.
“Spoorwegpersoneel, bedenkt dat iedere trein die geladen met slaven door u vervoerd wordt, ter slachtbank gaat.” Met die woorden probeerde verzetsman Gerrit van der Veen het NS-personeel te bewegen niet langer mee te werken aan de transporten van Joden, krijgsgevangenen en mannen voor de Arbeitseinsatz. Tevergeefs; pas toen in september 1944 van hogerhand de spoorwegstaking werd afgekondigd, legden de NS'ers het bedrijf plat.
De spoorwegstaking en de Jodentransporten bepalen het tweeslachtige beeld van de Nederlandse Spoorwegen in de oorlogsjaren. Het bedrijf zweeg jarenlang over zijn loyale opstelling en herinnerde liever aan zijn verzetsdaad, zegt historicus Jos Zijlstra, verbonden aan het Spoorwegmuseum in Utrecht. Maar vijftig jaar na de bevrijding willen de Spoorwegen op een herdenkingstentoonstelling de hand in eigen boezem steken. Met zo min mogelijk commentaar en zonder beschuldigend vingertje, benadrukt Zijlstra.
Toch schrikken sommige oud-personeelsleden die de tentoonstelling bezoeken: “Zij hebben hun herinneringen en daar wordt nu iets aan toegevoegd. Dat maakt ze boos. 'Jij bent er niet bij geweest' zeggen ze mij.” Zijlstra meent echter dat Rijden of Staken de juiste snaar weet te raken. Een enkele keer vindt hij een bos bloemen die een bezoeker uit eerbetoon achterliet.
ZWARTE WAGON Die bloemen lagen in de zwart geschilderde goederenwagon, de middelste van de drie treinstellen waarin de expositie plaatsvindt. Zijlstra hoopt dat het inklimmen van een goederenwagon de bezoekers al doet huiveren; zij nemen de stap die vijftig jaar geleden miljoenen in het verderf stortte. In de zwarte wagon hangen de foto's van Joden die op transport worden gesteld en worden films vertoond die in het kamp Westerbork zijn gemaakt. Dat kamp werd destijds via een speciale aftakking van de spoorbaan verbonden met de Randstad, Duitsland en Polen, waar de kampbewoners vandaan kwamen dan wel heen gingen. Die aftakking werd door de kampbewoners aangelegd.
Veel van het materiaal in de zwarte wagon is geleend, want in de NS-archieven zijn alleen de meer onschuldige documenten bewaard gebleven, zoals de opdrachten om troepentransporten uit te voeren.
Voor de oorlog was de NS een trots, paternalistisch bedrijf, zegt Zijlstra, een spoorwegfamilie. De NS-directie wilde na de Duitse inval zo veel mogelijk baas in eigen huis blijven en was bereid daarvoor de prijs te betalen: het loyaal uitvoeren van Duitse opdrachten. Maar 'kom niet aan ons spoor' bleef de leuze en Duitse pogingen om materieel te vorderen _ wagons, locomotieven maar ook rails _ en NS-personeel in Duitsland te werk te stellen, zijn door de directie zo veel mogelijk gedwarsboomd, aldus Zijlstra. De bescheiden manier waarop de NS voor de spoorwegstaking de strijd met de bezetter aangingen, is weergegeven in de rode wagon.
'Kom niet aan ons spoor' gold ook voor het verzet. Sabotage werd door de NS-top niet gewaardeerd. Alleen direct na de Duitse inval stuurde de directie een telegram met 'codewoord Martini', voor de stationchefs van Leeuwarden en Zwolle het teken om hun stations op te blazen. Deze opoffering was bedoeld om de Duitsers te hinderen in hun opmars. Dat is niet gelukt, ook al omdat daarvoor veel meer strategische stations moesten worden vernield. De geschiedenis vertelt niet of slechts twee stationschefs 'Martini' hebben doorgekregen, of dat velen de destructieve opdracht naast zich hebben neergelegd.
Toch verloor de NS gaandeweg veel materieel _ door vordering en geallieerde bombardementen _ en moest ook het dagelijkse personenvervoer met goederenwagons gebeuren. De eerste twee jaren na de oorlog heeft het bedrijf puin geruimd en weer opgebouwd. De beelden daarvan hangen in de groene wagon.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.