We kunnen ons goed voorstellen dat bondskanselier Helmut Kohl in toorn is ontstoken over een aan hem gerichte open brief van dertig vooraanstaande Amerikanen. In deze in de Herald Tribune afgedrukte brief trekken de ondertekenaars, onder wie de filmster Dustin Hoffman en Larry King, de befaamde presentator van het CNN-praatprogramma, een vergelijking tussen de jodenvervolging door het nazi-regime en de manier waarop de Duitse regering anno 1997 de omstreden sekte Scientology aanpakt.
Want hoe men ook over de de Duitse aanpak van Scientology-aanhangers moge denken, een vergelijking met de jodenvervolging is geforceerd, buitenproportioneel en beledigend voor de joden zelf. Alsof het leed van hun stelselmatige uitroeiing ook maar enig vergelijk oplevert met wat de mensen van Scientology nu zouden moeten ondergaan.
De vergelijking is absurder als men bedenkt dat de kritische bejegening van Scientology mede is ingegeven om juist te voorkomen dat Duitsland ooit weer ontspoort. De Duitse overheid ziet immers, terecht of ten onrechte, in Scientology een staatsgevaarlijke organisatie, die uit is op macht. De overheid wil door het de aanhangers van deze sekte moeilijk te maken (bijvoorbeeld door hen uit overheidsbanen te weren) de democratie tegen zichzelf beschermen.
Helaas werkt zo'n streven snel averechts. Want een democratie tekent ook voor vrijheid van godsdienst en juist daarin voelen Scientology-aanhangers zich gedwarsboomd. Waarmee de curieuze situatie ontstaat dat zowel Scientology en haar sympathisanten als de Duitse overheid elkaar met een beroep op de Grondwet het leven zuur maken. Met zo'n strijd om de hegemonie is de democratie allerminst gebaat. Beter is het te streven naar meer tolerantie en ontspanning. Maar juist op die punten zijn de scores van de Duitse overheid én van de Scientology-beweging niet indrukwekkend. Toch ligt daar de oplossing en niet in het grondrechtengevecht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.