*

 
dossier

Archief

Jos van der Kooy stelt verwaarlozing van het Cavaillé-Coll-orgel in Haarlem aan de kaak

Christo Lelie − 16/01/99, 00:00

Op een steenworp afstand van het fameuze Müller-orgel in de Grote of Sint Bavokerk staat een nagenoeg vergeten orgel van een bijna vergelijkbaar belang: het Cavaillé-Coll-orgel in het Haarlemse Concertgebouw. Het is verreweg het grootste van de zes orgels in ons land van Aristide Cavaillé-Coll. Bovendien is het het best geconserveerde orgel van deze belangrijke 19e-eeuwse, Parijse bouwer dat niet voor een kerk, maar voor een zaal werd ontworpen.

In tegenstelling tot het Müller-orgel wordt de Haarlemse Cavaillé-Coll maar zelden bespeeld. De treurige staat waarin het al jaren verkeert, staat in fel contrast tot de roem die het had toen het nog in het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt stond. De Haarlemse stadsorganist Jos van der Kooy wil die verwaarlozing aan de kaak stellen tijdens een gratis toegankelijk open huis, morgen tussen 14 en 16 uur; hij speelt er dan de geëigende Frans-romantische muziek op.

Het instrument werd in 1924 vanuit Amsterdam 'geïmporteerd'. Het dateerde van 1876, en was voor die tijd een hypermodern, symfonisch orgel van drie klavieren, 46 registers. Vele jaren gold het als een trekpleister met de organist J.B. de Pauw als vaste bespeler en met beroemde gastorganisten als Guilmant, Vierne, Dupré en Duruflé.

Na de opening van het Amsterdamse Concertgebouw in 1888 verloor het Paleis van Volksvlijt zijn functie als concertzaal. Toen De Pauw in 1899 zijn orgelbespelingen stopte, raakte het orgel al snel in verval. Het was de Haarlemse stadsorganist Louis Robert die omstreeks 1916 de waarde van het instrument inzag.

Met behulp van geldschieters uit Bloemendaal kon hij het aankopen voor plaatsing in sociëteit 'De Vereeniging' te Haarlem. Hij ondervond daarbij veel tegenwerking. Plaatsing was mogelijk nadat gemeente de sociëteit had opgekocht en verbouwd tot concertgebouw.

De verplaatsing van het orgel ging gepaard met wijzigingen in het mechaniek. Minstens zo ingrijpend was de restauratie in 1965 door de firma Vermeulen. Daarbij kreeg het een elektrische tractuur. Het pijpwerk werd met respect behandeld, al werden enige stemmen toegevoegd die niet bij het klankbeeld passen. Bovendien werd het register 'unda maris' (letterlijk: golf van de zee) verwijderd. Na dertig jaar plaatste Vermeulen dit onlangs in een nieuw orgel in Barendrecht.

Vorig jaar kwam het Cavaillé-Coll-orgel plotseling in het nieuws. Muziekjournalist Kees Husen van het Haarlems Dagblad signaleerde dat de gemeente Haarlem 25.000 gulden gereserveerd had voor de aankoop van een oud Italiaans orgel ten behoeve van de Internationale Orgelacademie. Waarom geld besteden om er een orgel bij te kopen, als het Cavaillé-orgel dat eigendom is van de gemeente zo staat te verpieteren, luidde Husens vraag.

De publiciteit kreeg een vervolg in twee artikelen in De Orgelvriend (november en december 1998). Hierin gaf René Verwer een beeld van de historie van dit orgel. Ook hij gooide de knuppel in het hoenderhok door te schrijven: “In de Sint Bavokerk speelt men nog steeds zonder enige reserve Franck, Widor, Vierne en Messiaen, terwijl het Cavaillé-Coll-orgel 'om de hoek' smacht om voor deze muziek te worden ingezet.”

Jos van der Kooy, vaste bespeler van zowel het Müller- als het Cavaillé-Coll-orgel, is het met deze uitspraak niet eens. Hij meent dat het voor hem allerminst noodzaak is muziek op het authentieke instrument te spelen. “De vertaalslag van romantische werken naar een barokorgel is een onderdeel van het vak”, vindt hij. Hij voegt er aan toe dat dit voor hem gemakkelijk is omdat hij die stukken op het Cavaillé-Coll-orgel kan uitproberen.

Dit orgel gaat hem dan ook zeer aan het hart. Vandaar dat hij de recente commotie aangrijpt om zondag het publiek in spel en woord te overtuigen van de waarde van dit unieke orgel. In een voorproefje demonstreerde hij mij de nog aanwezige klankschoonheden van het nog altijd imposante orgel.

Minpunten verdoezelt hij niet. “Na de restauratie van 1965 is het nooit echt goed geweest. Toen ik in de jaren '70 bij Piet Kee studeerde, heb ik hier vaak voor hem geregistreerd. Ook toen waren er al problemen.”

Toch wil Van der Kooy benadrukken dat het orgel klankmatig niet zo slecht is als wel wordt beweerd: “Men meent dat het akoestisch niet in deze zaal past. Dat is onzin: het is gebouwd als zaalorgel en niet als kerkorgel. In ons land is het zaalorgel nogal problematisch, maar in het 19e-eeuwse Parijs was het een belangrijk verschijnsel. Guilmant speelde bijvoorbeeld in het Trocadéro voor 5000 mensen.”

Volgens Van der Kooy is restauratie van het Cavaillé-Coll orgel noodzakelijk. “Ik vind dat het teruggebracht moet worden naar de oorspronkelijke staat, want er is nog zoveel van bewaard.”

Het orgel staat nog niet op de monumentenlijst, maar de procedure is gestart om dat te bewerkstelligen. Ook als het voor subsidie in aanmerking komt, moet er nog veel geld bijeen worden gebracht. Jos van der Kooy weet dat uit ervaring, want hij is ook bespeler van het in 1992 gereconstrueerde orgel van de Amsterdamse Westerkerk. Ook voor Haarlem wil hij graag het voortouw nemen in de fundraising. Met een eventuele restauratie wil hij echter geen haast maken.

“Je moet wachten op het juiste moment. Er zijn plannen het Concertgebouw op te knappen. Dat kan zo'n moment zijn. We hopen dat de politieke wil er is dit cultuurobject voor Haarlem te behouden. In de 'orgelhoofdstad van de wereld' is er zeker genoeg draagvlak om het een mondiale betekenis te geven.”

mailIcon print |