*

 
dossier

Archief

Er valt (weer) wat te kiezen, leve de verkiezingsprogramma's

KEES KLOP − 21/10/97, 00:00

De persconferenties waarop de politieke partijen hun ontwerp-verkiezingsprogramma's presenteren zitten overvol met journalisten. Terecht. Er is, naast veel overeenstemming, een aantal kenmerkende verschillen tussen de partijen.

Blijkens haar gisteren gepresenteerde concept-program wil de VVD de ziekenfondspremie niet langer baseren op solidariteit tussen rijken en armen, het minimumloon verlagen, korten op de huursubsidie, de eigen bijdragen voor de AWBZ verhogen, de WW-uitkering beperken, de studiefinanciering ouderonafhankelijk houden, op ontwikkelingssamenwerking bezuinigen, minder televisienetten voor een centraal bestuurde publieke omroep en de euthanasie straffeloos laten. Al deze aanslagen op de sociale cohesie moeten worden gecompenseerd door slechts vijfduizend agenten extra, die er al hadden moeten zijn. Een hard program dat een stem op de liberalen tot een welbewuste keuze maakt voor een geheel andere samenleving dan welke bijvoorbeeld het CDA wil.

Ook tussen de PvdA en het CDA zijn er verschillen die een welbewuste stem mogelijk maken. In sommige commentaren is naar voren gebracht dat de financiële paragrafen van beide partijen sterk op elkaar lijken. Maar twee miljard voor gezinsbeleid zal men bij de PvdA vergeefs zoeken. Belangrijker is echter nog dat de overheid op de eerste plaats wetgevend is. Het scheppen van de juiste rechtsverhoudingen beïnvloedt de samenleving wellicht méér dan het doen van uitgaven. Het wetgevingsprogramma van de christen-democraten onderscheidt zich scherp. In dat wetgevingsprogramma zit hem nu juist de bevordering en bescherming van mensen en hun gemeenschappen: géén centrale sturing van de publieke omroep, een wettelijke bevoegdheid voor gemeentebesturen om publieke manifestaties op menselijke waardigheid te toetsen, afschaffing van de sollicitatieplicht van bijstandsmoeders met kinderen tot twaalf jaar, een Wet economische mededinging die prijsafspraken tussen dagbladuitgevers mogelijk maakt welke de pluriformiteit van de pers dienen, een wettelijke verplichting tot reclamevrije kinderprogramma's op televisie, een wettelijk calamiteitenverlof voor ouders, medisch-ethische toetsingscommissies die de weg naar alternatieven voor euthanasie openen, sluiting van coffeeshops. Langs die weg kan de ook door de VVD gewenste verantwoordelijkheid voor de medemens daadwerkelijk gestalte krijgen. Die hoeft zich niet te beperken tot de individuele sfeer.

Gelukkig is er in de journalistiek een serieuze democratische belangstelling voor de programma's van de politieke partijen. Het moet maar eens afgelopen zijn met het dédain en de gemakzuchtige oppervlakkigheid, waarmee sommigen spreken over de politieke partijen en het politieke systeem. Aan dat dédain heeft de Partij van de Arbeid flink bijgedragen. Haar mislukte polarisatiestrategie van de jaren '70 lijkt, ondanks Den Uyls nadruk op smalle marges, nog steeds de veel te romantische verwachtingen ten aanzien van grote politieke tegenstellingen te bepalen. Die tegenstellingen zijn niet zo groot, maar wel wezenlijk. Haar aanvaarding in 1994 van een regeerakkoord, dat een ongelooflijke afstand behelsde tot haar eigen verkiezingsprogramma, was een slag in het gezicht van de democratie. Dat lukt geen tweede keer. Haar thans voorliggende ontwerp-verkiezingsprogram lijkt daarom maar direct als een, overigens bleek, ontwerp-regeerakkoord te zijn geschreven. Maar waarom zouden de ontwikkelingen in een zieke Partij van de Arbeid als maatgevend moeten worden beschouwd voor alle politieke parijen en voor het politieke systeem als geheel? Het Nederlandse politieke systeeem functioneert en is het waard verdedigd te worden. Burgers kunnen hun stem uitbrengen op basis van wel degelijk verschillende beleidsvoornemens. De pers die hen daarover goed informeert, draagt méér bij aan een gezonde democratie, dan de cynische stuurlui aan wal.

mailIcon print |