*

 
dossier

Archief

Kankerpatiënt als proefkonijn

SHIRAH LACHMANN − 04/08/95, 00:00

In de periode 1960-1971 voerde de Universiteit van Cincinnati in de Amerikaanse staat Ohio experimenten uit op 88 kankerpatiënten. De proefkonijnen, wier leeftijd varieerde van 9 tot 84, werden over het hele lichaam blootgesteld aan hoge doses straling. Onderzoekers controleerden daarna hun lichamelijke en geestelijke reacties op de bestraling.

Ruim twintig jaar na een eerder onderzoek hoe verantwoord dat experiment was, is ook deze zaak in het kader van de grote 'schoonmaakoperatie' van het ministerie van energie weer boven tafel gekomen.

De eenmalige bestralingen duurden meestal ongeveer een uur. De stralingsdosis kon oplopen tot 300 rad. Dat staat gelijk aan de straling die vrijkomt bij 20 000 röntgenfoto's. (In de nucleaire geneeskunde is bij stralingsdoses boven 100 rad schade geconstateerd.)

Van de 88 patiënten kregen er 48 last van misselijkheid, overgeven, anorexia, pijn in de onderbuik en geestelijke verwarring. Volgens een rapport uit 1972 van drie faculteitsleden overleed zeker een kwart als gevolg van de straling.

Het onderzoek had volgens de radioloog dr. E. L. Saenger een tweeledig doel. Saenger, die het experiment voorstelde, zegt nog steeds dat zijn voornaamste doel was de kankerpatiënten te behandelen. Toen hij in 1993 in een proces over straling werd gehoord als expert zei hij: “Deze mensen waren ziek. Ze hadden kanker in een vergevorderd stadium. We gaven ze deze behandeling om te kijken of we hun conditie konden verbeteren.”

Maar Saenger heeft het voorstel om de veranderingen in bloed, urine en de geestelijke alertheid van terminale patiënten te onderzoeken na gedeeltelijke of totale blootstelling aan hoge stralingsdoses in 1960 ook voorgelegd aan het Pentagon. Hij deed daarbij de aanbeveling dat een dergelijk experiment nuttig zou blijken te zijn op het slagveld van een kernoorlog.

Tegen Saenger pleit ook een uitspraak van dr. D. Egilman. De arts, professor in de stedelijke gezondheidszorg, bestudeerde Saengers experiment. Egilman vertelde de New York Times: “De studie is bedoeld om het effect van straling op soldaten te onderzoeken.” Hij legde uit waarom hij tot die conclusie kwam. “Toen de studie begon, was bekend dat totale bestraling geen effect had bij de vormen van kanker die deze patiënten hadden.” Daar zouden in 1959 al wetenschappelijke gegevens over bekend zijn geweest.

In 1967 stelde een lid van de faculteitscommissie van de Universiteit van Cincinnati die het klinische onderzoek met mensen toetste, de therapeutische waarde van Saengers project ter discussie. In datzelfde jaar uitten ook de Nationale Instituten van Gezondheid hun twijfels. Op ethische gronden verwierpen zij het verzoek van dr. Saenger om zijn experiment te mogen uitbreiden.

Het is de vraag of de patiënten toestemming gaven voor het onderzoek en, zoja, of ze wisten waarvóór ze toestemming gaven. Pas in 1965, toen de overheid de universiteiten opdracht gaf de regelgeving voor experimenten op mensen aan te scherpen, kregen de patiënten papieren voorgelegd, waarin ze officieel afstand deden van hun rechten. Dat het onderzoek werd gesponsord door het Pentagon bleef geheim. Het medisch personeel was geïnstrueerd niet over de neveneffecten te spreken.

Een toetsing van het experiment door het Amerikaanse College voor Radiologie in 1971-1972 liet Saengers reputatie intact. Er zijn aanwijzingen dat Saenger zelf de leden van het onderzoeksteam aanstelde.

Het dossier van dit project is nu openbaar gemaakt. Nabestaanden van patiënten hebben de eerste rechtszaken tegen Saenger, zijn collega's en de universiteit al aangespannen.

mailIcon print |