*

 
dossier

Archief

Te kijk gezet

SUSANNE PIET − 03/02/96, 00:00

Sinds kort is er een codicil dat ons beschermt tegen hinderlijke cameraploegen. Bij vertoning van dat voor vijftig gulden bij ene advocaat Plasman te bekomen papier zouden de persmuskieten verschrikt wegscheren. Columnist Frits Abrahams schamperde in NRC/Handelsblad over de behoefte aan zo'n wapen. Er zouden maar twintig mensen hebben gereageerd en die hadden persoonlijk nog nooit last gehad van een ongenode ploeg. Wat hem betreft is het met de reality-televisie in Nederland helemaal niet zo erg gesteld.

Nu is het mij niet ontgaan dat Abrahams een fan is van Catherine Keyl. In haar praatprogramma treden door advertentie-oproepen aangetrokken mensen op met een probleem, een geheim, een wrok of een andere bom die in de studio tot ontploffing moet komen. Mensen die vrijwillig voor de camera verschijnen zijn geen slachtoffer, kun je zeggen. Als je tenminste negeert dat sommige personen (totaal ongewapend in sociale vaardigheden, ten prooi aan de verleiding van via massale blootstelling lonkende identiteitsbevestiging) die overmacht van tijdsdruk, apparatuurvertoon en geschoolde vraagtechniek helemaal niet kunnen pareren.

Wat Catherine doet heet nog reality-televisie, maar benadert een nieuwe trend: confrontatie-televisie. Amerikaanse voorbeelden daarvan worden ons nu al voorgeschoteld door Ricki Lake en vooral Jerry Springer. De formule hier is dat ketens van vrienden en familieleden elkaar voor de camera confronteren met onthullingen, verdrongen wrok en woede, geheimen en verwijten. Bij Springer is de selectie van het basismateriaal zo zelfkanterig dat regelmatig toevlucht wordt genomen tot vechtpartijen. Springer is niet te beroerd om de deelnemers daartoe op te stoken. Zwaaiend met vingers en spiekbriefjes waarop 'Jerry Springer' staat (wie heeft eigenlijk de grootste identiteitsbehoefte?), dirigeert hij zijn grimmige circus, waarbij ook het joelende publiek beurtelings aan zijn trekken komt of wordt beledigd. In het laatste geval sust Jerry altijd weer: 'Just a joke'. De hypocrisie van dit alles wordt fijntjes afgemaakt met een toefje vette altijd-goed-moraal van de presentator zelf, waarna onder de eindtune jongeren in de camera roepen: 'We love you Jerry, we come from Oklahoma'.

Voorbeelden van hoe iets ver weg succesvol erger kan, vrijwaren ons niet van potentiële navolging en al helemaal niet van de wel degelijk reële privacyproblematiek, veroorzaakt door onze volgens Abrahams zo tamme reality-televisie. Wij kunnen immers allemaal van de ene op de andere dag vanuit de anonimiteit voor miljoenen getuigen te kijk worden gezet, omdat we door rood licht reden (het programma 'Blik op de weg'), omdat onze vrienden vinden dat wij vanwege onze goedheid een bos bloemen of een taart door de televisie aan de deur aangeboden moeten krijgen ('Vijf Uur Show en verwanten), omdat we getuige zijn van een ongeval of vechtpartij, of omdat we zo ongelukkig zijn om Ralph Inbar met een verborgen camera op ons pad te vinden. Moet je dan hetzelfde doen als al die anderen? Of het risico nemen dat je weigering en stijgende boosheid compleet en ongekuist worden uitgezonden? In Afrika bestaan nog stammen die beweren dat je je ziel verliest als je foto wordt genomen. Ook een fameuze Nederlandse schrijfster wil niet voor de camera uit angst voor zielverlies. Maar voor de rest lijkt heel Nederland, behalve die twintig Plasmanklanten dan, bevangen te zijn door de illusie van het omgekeerde. En de televisie maakt er gebruik van.

Of misbruik? Wie mag het zeggen? De al dan niet oprechte journalist die zich (zoals Piet Storms onlangs ongecensureerd deed jegens Theo van Gogh) beroept op het verworven recht op vrije nieuwsgaring? Of de burger die zich in retrospect kan beroepen op het recht van privacy, door twee Amerikaanse juristen een eeuw geleden gedefinieerd als: 'Het recht om met rust gelaten te worden'. Om dat ook te kunnen genieten heb je nu, ook in Nederland, méér dan een codicil nodig: geestelijke noodweer, een soort verbale karate. Maar zoals Plasman handel kan hebben aan zijn codicil, kunnen anderen verdienen aan verweercursussen. Zodat we tenslotte toch terugvallen op de enige reële moraal van nu: geld geldt.

mailIcon print |