*

 
dossier

Archief

Eindexamentijd is ook voor ouders heel erg spannend

ESTHER HAGEMAN − 23/05/95, 00:00

In de tijd van de eindexamens bevinden de ouders van de kandidaten zich lijdelijk op de achtergrond. Ze moeten het maar afwachten. En dan daarna; wat wil het kind eigenlijk worden?

Els van de Weerd, Saskia en de drie andere kinderen zitten zaterdagmorgen aan de koffie of er de afgelopen week niks bijzonders aan de hand was. Alsof het helemaal geen examentijd is. Saskia moet zo naar het restaurant waar ze een baantje heeft. Het leven gaat door, examen of geen examen. Dat is een hindernis die ze bij Van de Weerd heel terloops nemen. Saskia doet het VBO-examen consumptieve technieken.

“Al weet ze al heel lang dat ze de horeca in wil hoor, dus het is wel menens”, zegt Els. “Ik denk dat ze acht was. Toen maakten ze op school stickers en Saskia schreef daar op: Restaurant van de Weerd. We hebben weleens gewaarschuwd: als een ander vrij is, moet jij werken. Vijf mei nog. Toen zei iemand tegen 'r: je hebt dit gemist, en dat gemist. Maar dat vindt zij helemaal niet erg. Zij vindt dat ze het op zo'n dag óók leuk heeft in de horeca.”

“Ik ben zelf niet geworden wat ik op de lagere school wilde worden: handwerklerares. Maar daar moest je staatsexamen voor doen. En ik voelde aankomen: ik struikel op taal. Ik ben geen leer-mens. Ik ben een doe-mens. Dus ik ben naar de huishoudschool gegaan en daarna naar de opleiding tot bejaardenverzorgster. Nu werk ik in de thuiszorg. Dan vervang je de huisvrouw. Daarvoor moet je het leuk vinden om ten dienste van de mensen te staan. Wat dat is, is heel moeilijk te omschrijven. Ik heb zelf een ontiegelijke hekel aan huishoudelijk werk. Maar voor iemand die ziek is doe ik 't graag. Dat zit in je. En dat is met haar het zelfde.”

Spannend is het eigenlijk alleen geweest toen Saskia in februari met haar rechterarm door een ruit ging. Met de arm dus die ze hard nodig had bij de praktijkexamens, in april. Els: “Als dat fout was gelopen, als die wond tot op de spier was gegaan, dan was het een probleem geworden. Dan moet je over een ander beroep gaan denken.”

Saskia: “Maar in april had ik er minder last van dan nu.” Els: “Je hebt je geen tijd gegund om pijn te hebben.”

Saskia: “Ik vind 't heel belangrijk dat je ouders achter je staan. (Tegen haar moeder:) Ik vind het leuk dat jij leuk vindt wat ik ga doen.”

Els: “Net als met haar vader. Die is onderhoudsschilder. Die zegt altijd: word alsjeblieft geen schilder. Toen het ging over Saskia's vervolgopleiding zei hij ook: waarom zou je via het leerlingwezen de horeca in gaan, als je ook naar een hotelvakschool kan? Waarom zou je die gelegenheid niet nemen? Want dan kan je toch meer kanten uit. De keuken, in het restaurant, of dieet-assistente in een ziekenhuis.”

Bij de familie Kroonenberg zijn ze niet zo terloops over het eindexamen van zoon Sal (18). “Misschien dat ik het nog wel spannender vind dan hij”, zegt Corry Kroonenberg (47), Sals moeder. Sal is bezig met het eindexamen VWO. “Afgelopen week merkte ik dat ik me er ontzettend druk over loop te maken. 't Kost me moeite om het van me af te zetten. Sal is de jongste, dus ook de laatste die nu examen doet. Gisteren hadden we het er nog over: dat zijn zus drie jaar geleden een zoveel geruislozer examentijd had. Die had haar schoolonderzoeken zo goed gemaakt dat het examen niks meer uitmaakte. Ik herinner me er ook nauwelijks iets van, daardoor. Zij zelf wel: dat het prachtig weer was en dat ze op een terras in de zon zat toen alles achter de rug was.”

“Nu, met Sal, is het allemaal veel spannender. Hij heeft hetzelfde pakket als z'n zus, op Duits na. Ik probeer niet teveel onzekerheid uit te stralen, maar van de week dacht ik nog: joh, ga wat doen. Sinds oktober speelt hij gitaar. Gaat hij van de week een nieuwe greep zitten oefenen. Zelfs in een week als deze vindt-ie dat véél interessanter dan z'n scheikunde. Sal heeft z'n draai nog niet gevonden. Hij weet niet wat hij wil. Hij heeft een pakket met exacte vakken, maar eigenlijk vindt hij daar niet zo veel aan. Destijds hebben zijn vader en ik gezegd: kies nou maar een pakket waarmee je alle kanten uit kunt. Hij had geen flauw idee wat-ie wilde worden. Nu nòg niet. Vrij snel na z'n pakketkeus had-ie het idee: dit is eigenlijk het verkeerde pakket voor mij. Waarom kies je geen aardrijkskunde?, zeiden we. Want z'n vader is fysisch geograaf, al is hij hier in Wageningen hoogleraar geologie.”

“Sal is ook wel eens met twee vrienden wezen kijken bij geografie in Amsterdam, of dat niet iets zou zijn. Daar zat een rondleiding bij door de duinen. De vader van een van die andere jongens doet ook iets dergelijks. Bij die rondleiding zijn ze toen voortijdig weggelopen, want ze wisten het eigenlijk allemaal al. Ik geloof dat ze de man die 'm gaf hier thuis ook al eens hadden ontmoet. Het is niet zo eenvoudig, in de voetsporen van je vader te treden. Hoewel, die derde jongen is wel geologie gaan doen, geloof ik.”

“We hebben lang in het buitenland gewoond. De kinderen zijn in Suriname geboren, en we hebben in Colombia en Costa Rica gewoond. Dat speelt een rol, ook voor Sal. Als je eenmaal in een boeiend land hebt gewoond, vind je het in Nederland al snel zo benauwd. Toen we net weer in Nederland woonden en ik op straat het hoofd van de basisschool tegenkwam, dacht ik: moet ik die nou nòg ontmoeten als ik 65 ben? Zo'n klein wereldje. Iedereen heeft hier in Wageningen ook iets met de Landbouwuniversiteit te maken.”

“De kinderen wisten allebei niet wat ze wilden hoor - Sals zus ook niet. Die doet nu rechten in Leiden, maar toen ze in de zesde zat zei ze: ik wil in Amsterdam studeren, het geeft niet wat. Om ons op stang te jagen. Ze is toen een jaar naar Florence geweest, naar een kunstopleiding. Toen ze terugkwam wilde ze niet meer naar Amsterdam, maar naar Leiden. Dat heeft iets overzichtelijks, net als Florence. Zij zegt wel eens: ik maak dat rechten zo snel mogelijk af en dan ga ik alsnog een kunstopleiding doen.”

“Toen we in 1987 in Barcelona waren zagen we de kathedraal van Gaudi. Sal was toen nog klein. Hij zei: 'Aaaah! Als ik groot ben wil ik daar bij helpen!' Dat vond ik wel leuk, want ik heb vroeger bouwkunde willen studeren. Toen we terugkwamen uit het buitenland heb ik nog even overwogen om het te gaan studeren, toen ik niet onmiddellijk werk kon vinden. Ik ben zelf ook nogal een twijfelaar. Dat is met Sal net zo. Als kind kraste hij de ene dag nog een poppetje, en de andere dag kon hij het tekenen, met alle details erbij. Dat wisselvallige heeft hij van mij.”

“Wij, Sals vader en ik, we hebben het nooit zo erg gehad dat we dachten: dàt moeten ze worden. Hoewel, over z'n zus hebben we een tijdje gedacht dat het leuk zou zijn als ze dokter zou worden. Ze moeten doen wat ze leuk vinden.”

“Deze generatie heeft het wel veel zwaarder dan wij destijds. In onze tijd was er meer mogelijk. Omdat de studieduur zo kort is geworden, moet je ontzettend goed weten wat je wilt. Terwijl de kans dat je met die studie iets kan, juist kleiner geworden is. Ik weet niet of dat voor Sal ook een rol speelt. Er zijn er bij hem in de klas toch ook een hoop die wèl weten wat ze willen. Al hoop ik niet dat het nou juist onze kinderen zijn, die het niet weten.”

mailIcon print |