*

 
dossier

Archief

'Ik heb recht op mijn plichten'

HUUB DONKEN − 10/08/94, 00:00

De auteur is werkzaam bij het Gereformeerde instituut voor kerk en samenleving Den Haag.

Enige overdrijving kan geen kwaad, was mijn eerste reactie. Maar toch, zijn standpunt liet mij niet los, temeer daar in Den Haag door de gemeente en particulier initiatief momenteel hard gewerkt wordt aan de (her)inschakeling van mensen die sociaal kwetsbaar zijn. Daarbij wordt nadrukkelijk gedacht aan het uitvoeren van maatschappelijk zinvol en nuttig werk.

Ds. Harrewijn laat zich erg ongenuanceerd uit over het inzetten van uitkeringsgerechtigden. Wellicht heeft hij het voornamelijk over de oud-werknemers van de Droogdok en andere werkloze arbeiders, bij wie hij jarenlang zeer nauw betrokken was. Maar de inzet voor maatschappelijk zinvolle taken heeft meerdere facetten en betreft meer groepen dan bovenstaande.

Ik zou hierbij niet in eerste plaats denken aan mensen die na jarenlange arbeid op straat werden gezet. (Hoewel het in dit verband relevant is erop te wijzen dat het bij de Haagse afdeling van 'Gered gereedschap' voornamelijk oudere werkloze en arbeidsongeschikte bouwvakkers zijn, die oud gereedschap weer bruikbaar maken voor gebruik in Derde-wereldlanden; over maatschappelijk zinvol en nuttig werk gesproken!) Nee, ik denk dan aan de mensen met wie ik in mijn werk onder ex-verslaafden, ex-gedetineerden, ex-psychiatrische patiënten te maken heb.

Is het van hen die daar fysiek en psychisch toe in staat zijn, te veel gevraagd om zich in te zetten in de samenleving? Is de benadering van Ds. Harrewijn niet wat dogmatisch en ook enigszins ouderwets? Heeft hij hier met mogelijke kandidaten voor deze taken over doorgepraat?

Een van hen zei onlangs: “Ik heb recht op m'n plichten, maar niemand heeft me blijkbaar nodig”, en hij had het toen niet alleen over betaald werk. En een ex-psychiatrisch patiënt schreef me onlangs dat hij betaald werk had gevonden, en dat hij ervan overtuigd was dat het vooral dankzij het eerder door hem verrichte vrijwilligerswerk was dat hij weer aan de slag was gekomen. Hij had daardoor weer zelfvertrouwen opgebouwd en kon steeds wat meer aan.

Ervaring

In de loop der jaren is mijn mening over deze kwestie mede op grond van mijn ervaringen gewijzigd. Zo heb ik geen moeite (meer!) met het Jeugdwerkgarantieplan en de Banenpool. Hierdoor kunnen jongeren en oudere, langdurig werklozen worden ingeschakeld in allerlei werk. En uit recent onderzoek naar de ervaringen in de banenpool bleek dat dit tot redelijke tevredenheid verloopt van de deelnemers.

Het pogen zoveel mogelijk mensen in te schakelen in allerlei werk is zinvol voor de persoon en noodzakelijk in de samenleving. Tegenover recht op uitkering mag de plicht tot inzet staan.

Deze verandering in mijn denken is mede ingegeven door de contacten met mensen uit de verschillende doelgroepen. Ik heb gemerkt hoe belangrijk voor hen het hebben van dagritme, het opdoen van werkervaring, het krijgen van contacten met anderen is. Daarom durf ik tegen hen te zeggen: 'Trek er op uit, kom uit je kamer of je huis, ga werk zoeken of activiteiten doen. Probeer voor jezelf, binnen je mogelijkheden, nuttig bezig te zijn.'

Sedert vorig jaar wordt in Den Haag hard gewerkt om te komen tot 'maatschappelijk herstel' van mensen die (extra) sociaal kwetsbaar zijn: ex-gedetineerden, -verslaafden, dak- en thuislozen, zwerfjongeren, ex-psychiatrische patiënten, kortom, mensen die om nog andere redenen dan dat zij uitkeringsgerechtigd zijn, uit de maatschappelijke boot vallen of dreigen te vallen.

Het gaat in Den Haag om zo'n 10 000 mensen, landelijk om vele tienduizenden.

Het zijn mensen die de Arbeidsvoorziening, getuige de recente uitspraken, het liefst meteen wil afschrijven voor arbeidsbemiddeling. Mensen die niet of nauwelijks aan bod komen op gebieden van wonen en werken. Meestal zijn ze aangewezen op huurkamers met hoge huurprijzen en absurde borgsommen. In het arbeidsaanbod, zeker bij de teruglopende vraag van de achterliggende jaren, worden zij niet gezien en blijven aangewezen op een uitkering. Dit terwijl een belangrijk deel van hen (rest)mogelijkheden heeft om zich in de samenleving in te zetten.

In het kader van 'Maatschappelijk herstel' worden werkgevers en woningbouwcoörporaties nu aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid voor werk en huisvesting. En, zeker niet minder belangrijk, worden de hulpverlenende instellingen aangesproken op hun plicht alles te doen om te komen tot maatschappelijk herstel van hun cliënten.

Een werkgever zei bij een openbaar debat over deze actie: “Er is nog nooit een hulpverlener bij mij geweest met een concrete vraag om iemand te plaatsen in mijn bedrijf; ik wil graag meewerken, maar ik moet wel kunnen terugvallen op de hulpverlening.” Inmiddels heeft deze directeur in de achterliggende maanden meerdere hulpverleners over de vloer gehad. En, wat belangrijker is, er zijn enkele leden van de doelgroepen in het bedrijf aan de slag gegaan.

Een belangrijke vraag bij 'Maatschappelijk herstel' is: blijven we zoveel investeren in deze activiteiten zonder daarbij ook eisen aan de deelnemers/leden van de doelgroepen te stellen? We weten uiteraard dat niet iedereen staat te dringen en dat bij een aantal van hen enige (wellicht soms zware druk) uitgeoefend moet worden om tot inzet te komen. Toch stel ik voor hierin niet te schromen en niet te bang te zijn om de cliënt de plicht op te leggen mee te doen in de samenleving.

Ten slotte: wat is erop tegen dat bij deze inschakeling ook maatschappelijk zinvolle taken komen? Taken waarvan er in Den Haag bij de vleet zijn! Is dat slavenarbeid? Is dat uitbuiting? Dat gaat mij te ver.

Uiteraard zou ook ik voor iedereen betaald werk willen en een goede beloning. Wellicht komen we mede door deze aanpak tot de ontdekking dat ook voor de maatschappelijk zinvolle en nuttige taken geld beschikbaar moet komen en dat herverdeling van inkomen dringend nodig is.

Maar soms ben ik bang dat er te veel voor de ander gedacht wordt, met het risico dat velen daardoor langdurig in een isolement blijven steken. Daarvoor wil ik geen verantwoordelijkheid nemen.

In Den Haag worden op dit moment samenwerkingsprojecten opgezet in het kader van werktoeleiding, huisvesting, maatschappelijk zinvolle taken en banenbemiddeling van ex-verslaafden en ex-gedetineerden. Als we te star blijven denken zal er niet veel van de grond komen. Gelukkig bemerk ik brede instemming en dat geeft kans op succes.

mailIcon print |