Veel te groot is hij, met onhandig brede schouders en slungelig lange armen. Maar Peter Timofeeff heeft het wel gemaakt als weerman. Langzaam maar zeker overtreft hij de populariteit van zijn voormalige KNMI-collega Erwin Kroll. “Er is geen plek meer waar ik in de zomer heen kan zonder herkend te worden. Afgelopen jaar was ik met mijn gezin in Mexico en zelfs daar hoorde ik het: Hé, Timo! Maar onaardig zijn ze nooit.”
RTL 5 is veranderd. Het station heet sinds 1 januari 'RTL 5 Nieuws en Weer', en brengt geleidelijk aan steeds meer informatieve programma's. Er verschijnen nieuwsbulletins, weerverslagen en -vooruitzichten en documentaires, die vooralsnog allemaal lijken te zijn overgenomen van het eerder in Nederland geflopte Discovery Channel.
De verandering is afgedwongen door de Europese Comissie, die eerder had geconstateerd dat de firma HMG een te grote greep had op het Nederlandse televisie-aanbod. Eén van de stations moest veranderen of verdwijnen. Met het plan voor een nieuwszender ging Brussel akkoord. Zo'n zender trekt een veel kleiner publiek dan de amusementszenders en een ander soort adverteerders. Maar voor zo'n zender, die snel van de grond moest komen, zijn ook stapels nieuwe presentatoren nodig en programma-formules. Dat verzin je niet op een achternamiddag.
Wie wel een idee had, was Peter Timofeeff. Die was koud een half jaar uit dienst van het KNMI, in los verband aan het werk bij het nieuwe Weerkanaal in Londen. Daar was hij net klaar de overige, van oorsprong niet-weerkundige presentatoren van het kanaal op te leiden in de grillen van weer en wind, of hij ging alweer naar Hilversum. Om daar de leidende rol te spelen in het nu twee keer, maar straks drie keer per dag uitgezonden bulletin 'Weer en verkeer'. “En wat voor weer het morgen is, zien we op dit plaatje.”
Timofeeff, doodgewoon weervoorspeller, hield het vorig jaar na zes jaar NOS-weer bij 'de ambtenaren' van het KNMI voor gezien. Hij ging naar The Weather Channel in Londen. Na een half jaar had RTL 5 een betere aanbieding: een eigen programma, zonder vast format. Timofeeff vertrok weer, om bij 'nieuws en weer' opnieuw als freelancer te gaan werken. Dat was eerst eng, maar viel wat betreft onzekerheid voor de veertiger ontzettend mee: “Ik zit hier geloof ik ook in een pensioenregeling en er zijn maar weinig mensen in de meteo-wereld die kunnen presenteren.”
Toen Timofeeff zeven jaar geleden voor het eerst het weer presenteerde, hielden de kijkers hun buik vast van het lachen. Wat deed deze Haags pratende kleerkast, die volkomen foute jasjes droeg, op de televisie? Maar het duurde maar even. De kijkers wenden eraan, en bij het KNMI hielden ze al snel weer op met hun aanvankelijk stevige bemoeienissen met zijn kleren en accent. Die hadden toch al matig resultaat. Want Timofeeff liet zich wel enige kledingadviezen aanleunen, maar weigerde pertinent op spraakles te gaan. “Ik kom uit De Haag, en dat mogen ze best horen, niet dan?” Het zou wat anders zijn, denkt hij, als de mensen hem niet konden verstaan. Maar dat is niet het geval. “Soms zijn ze verbaasd als ik zeg dat ik uit de Hofstad kom.”
Peter Timofeeff kan met enorm enthousiasme praten over zijn vak: het weer. Een tijd geleden schreef hij er ook een boek over: 200 begrippen over het weer. Terwijl hij toch maar toevallig bij het KNMI in dienst trad, twaalf jaar geleden, zonder enige affiniteit met regen of sneeuw, zonneschijn of wolkenvelden.
“Ik had een avond-hts weg- en waterbouw. Daar had ik dertien jaar op gestudeerd, vanaf de mavo, en toen ik dat eenmaal af had, wilde ik wel hogerop. Ik ging maar wat solliciteren, op van alles uit de krant: tachtig brieven heb ik geschreven. Op de een of andere manier ben ik toen bij het KNMI aangenomen om daar de interne opleiding tot meteoroloog te volgen. Dat duurde drie jaar. Als ik op een andere dag in de krant had gekeken had ik nooit meteorologie gedaan.”
'Timo' wilde ook al helemaal niet presenteren. “Het was me wel gevraagd, bij het sollicitatiegesprek, maar ik dacht toen: als ik nee zeg, willen ze me niet. Dus er stond in mijn contract dat ik verantwoordelijk was voor de weersvoorspellingen en die onder het publiek te verspreiden, op welke manier dan ook. Jarenlang zat ik gewoon in de weerkamer verwachtingen te maken, tot ze op een dag voor de televisie iemand nodig hadden en zeiden: Timo, dat kun jij wel doen.”
Het was het begin van een televisiecarrière. Eerst als invallende weerman, later als vaste weerpresentator bij KRO's 'Ontbijt TV'. Voor het Weerkanaal werden àlle vaste presentatoren benaderd, maar alleen Timofeeff hapte toe. “Ze zeggen dat ik gek ben, dat ik om mijn pensioen moet denken. Maar bij de televisie werkt iedereen op freelance-basis en ik ben er wel gelukkig mee. Ik had het veel eerder moeten doen, het geeft me veel vrijheid.”
Zo mag Timofeeff van zijn bazen bij RTL ook best een EO-programmareeks maken, die deze maand wordt uitgezonden. De hele wereld ging hij daarvoor over, om de 'extremen' van het weer te bekijken. In orkanen, ongelooflijke hitte en extreme kou maakte hij opnamen. Maar hoewel dat allemaal 'heel indrukwekkend' was, raakt Timofeeff het meest enthousiast als hij gewoon over zijn eigen programma 'Weer en verkeer' (binnenkort drie keer per dag, zeven dagen per week) kan uitleggen. Dat heeft hij, met een beetje hulp van het format van het Weerkanaal waar hij een half jaar werkte, helemaal zelf bedacht. Het is het langste weerbulletin op de Nederlandse televisie.
“We proberen altijd een stukje uitleg te geven. Iets over het ontstaan van ijs, wat hoge en lage drukgebieden zijn. Wat wind is. Dan is er altijd terugkijken op de dag, een stukje over Europa. Er zit altijd een gefilmd onderwerp in, dat probeer je aan te laten sluiten op de actualiteit. Nu bijvoorbeeld heb je het over ijs, in de zomer juist over water. Die items hebben altijd met het weer of met het verkeer te maken. Over laagstaande zon, opvriezen, gladheidsbestrijding, ijsbrekers, ik heb een slipcursus gedaan. Dat is allemaal bedoeld om mensen te laten zien wat je kunt doen, hoe je je kunt voorbereiden.”
Timofeeff hoopt zelfs met zijn verkeersverwachtingen (geen filemeldingen, maar aankondigingen van wegwerkzaamheden) de opstoppingen in Nederland te verminderen. “Als je het verkeer goed voorspelt komt de verwachting nooit uit. Automobilisten nemen dan met opzet een andere route. Waardoor er minder auto's op de weg zijn en er dus geen file ontstaat. Dat mechanisme moet je wel een aantal keer uitleggen, want anders denken de mensen toch snel: die kerel staat maar een beetje uit zijn nek te lullen.”
Voor een dergelijk imago is Timofeeff zeer bevreesd, blijkt ook uit het decor van zijn programma. In de studio in Hilversum staan een goedgevulde boekenkast ('die boeken hebben ze in stapels gekocht bij De Slegte, geloof ik', zegt de voorlichtster) en een studieus bureau opgesteld. De boomlange presentator stelt zich meestal half hangend, nonchalant òp dat bureau op, want om onduidelijke redenen moet een weerman altijd staan: “Het weer presenteren is blijkbaar toch altijd iets anders dan ieder ander soort presentatie. Aan de ene kant hebben de kijkers respect voor je kennis als meteoroloog, maar er zijn ook wetten voor de manier waarop je het doet, anders komt het niet goed voor de camera.”
“Dat ik dat blijk te kunnen, is een zegen. Ik ben ervan overtuigd: de enige tak van de meteorologie die overeind zal blijven, is de media-meteorologie. Heel veel kennis en kunde wordt in computers gestopt, die de klant zelf kan bedienen. Een boer heeft machines die uitrekenen wat de neerslagverwachting voor de komende dagen wordt. Alleen de gewone consument heeft de meteoroloog nog nodig om weten wat 'ie morgen aan moet trekken. Daarvoor kijkt hij televisie, want die heeft het meest actuele overzicht.”
“Het is geen vak waarmee je ooit klaar bent. Ik ben dag en nacht met het weer bezig. Ik kijk steeds naar verandering, of het klopte wat ik zei. Dat gaat weleens mis, dan moet je dat de volgende dag weer uitleggen. De natuur is onvoorspelbaar. Die gaat toch gewoon haar eigen gangetje en laat zich niet altijd vangen in computermodellen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.