Veroordeling op grond van artikel 137c Wetboek van Strafrecht van Leen van Dijke lijkt niet meer zo belangrijk. Tot tweemaal toe bood hij zijn excuses aan voor zijn uitspraak in Nieuwe Revu: “Ja, waarom zou een praktizerend homoseksueel beter zijn dan een dief?” Wat voegt een vonnis daar dan nog aan toe?
Het zou goed zijn dat een rechter eens duidelijk uitsprak dat ook sleutelfiguren uit politiek en kerken zich op basis van de wet dienen te onthouden van beledigende opmerkingen ten aanzien van bepaalde bevolkingsgroepen. Curieus is, dat als het homoseksuelen betreft er meestal een spitse en vergoeilijkende discussie ontstaat. Zou je het woord homoseksueel vervangen door jood, neger of vrouw dan zou de verontwaardiging vrijwel algemeen zijn. Homoseksuelen zijn eeuwenlang voorwerp van christelijke verwerping en veroordeling geweest. Als homoseksueel krijg ik bij de excuses van Van Dijke zoals verwoord op Podium (Trouw 24 maart) een vreemd en dubbel gevoel. Hij verontschuldigt zich haast bij voorbaat voor herhaling van zijn uitspraak: “En inderdaad, als je dat hardop zegt, dan heeft die boodschap, hoe ook verwoord, een bepaalde scherpte en kan zij mensen pijn doen”.
Gelukkig is het al weer heel wat jaren geleden, mede dankzij de hulp van progressieve geestelijken uit diverse kerken en psychiaters, dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen zich hebben ontdaan van negatieve christelijke en psychiatrische etiketten als 'perversen' en 'psychisch gestoorden'. Dat ging niet zonder strijd. Het duurde meer dan tien jaar om homoseksualiteit als ziekte uit 'The international classification of deseases' van de WHO te krijgen. Ook de invoering van de 'Wet gelijke behandeling' vroeg ruim tien jaar. In grote delen van de kerken worden homoseksuelen nu, na lange discussies, als volwaardige gemeenteleden geaccepteerd.
De stelling van Van Dijke dat sprake is van beperking van de vrijheid van godsdienst of van meningsuiting als zo'n uitspraak niet meer zou mogen, is misleidend. Daarmee miskent hij de betekenis van artikel 1 van de Grondwet en het recht dat groepen hieraan kunnen ontlenen. De vrijheden van godsdienst en meningsuiting zijn niet absoluut maar geclausuleerd: immers 'behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet'. De beperking ligt in artikel 1 van de Grondwet, waar discriminatie op welke grond dan ook wordt verboden. Het is dit artikel dat homoseksuelen eindelijk bescherming biedt en waarop zij nu een beroep kunnen doen. Dat dit nog steeds nodig is, bewijzen gevallen van concrete discriminatie die op basis van de 'Wet gelijke behandeling' aan de Commissie Gelijke Behandeling worden voorgelegd. Stuitend vind ik Van Dijke's oproep tot soepelheid. Hij zou zich eens kunnen verdiepen in de verwoestende rol die geloof en bijbel in het leven van menig homoseksuele man en lesbische vrouw heeft of heeft gehad. En die moeten nu soepelheid en begrip betrachten en mogen niet overgevoelig zijn? Ik kan hem vandaag nog meenemen naar gemeenten met een overwegend christelijke bevolking die homoseksuelen ter plekke het leven onmogelijk maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.