*

 
dossier

Archief

Veenstra wilde tot de zomer korpschef blijven

ANNEMARIE KOK − 09/01/98, 00:00

GRONINGEN - Hij had het falende politieoptreden in de Oosterparkwijk verder willen onderzoeken en zou om de rellen niet zijn opgestapt. Hij verwachtte pas in maart een openbaar debat over het deze week uitgelekte rapport over de slechte samenwerking tussen politie en justitie in Groningen. Hij wist dat hij er in dat rapport niet echt slecht van af zou komen, dus het had hem de kop niet hoeven kosten. Dacht Veenstra. Hij wilde in de zomer vertrekken.

Het gesprek met Veenstra (55) komt al snel op iets dat bij hem nog de meest wrange nasmaak moet hebben achtergelaten. In een niet-openbaar eindconcept van het externe onderzoeksrapport over de samenwerking tussen politie en justitie in Groningen werd 'aanmerkelijk minder' kritiek op zijn functioneren geuit dan in de uitgelekte definitieve versie. Wie is verantwoordelijk? “Wist ik het maar”, verzucht de oud-korpschef. Hij eist dat 'de onderste steen boven komt' en vindt dat de rijksrecherche daarvoor moet zorgen.

Of in het eindconcept, dat op 22 december onder meer met Veenstra is doorgenomen, ook over korpsbeheerder Ouwerkerk en hoofdofficier Daverschot een ander oordeel werd geveld, zegt Veenstra niet te weten. “Ik heb geen tijd gehad om beide versies op alle punten met elkaar vergelijken.”

Bij het hoofdbureau hing gisteren de vlag halfstok. Binnen klonk er 's morgens applaus voor Veenstra, na een toespraak voor het personeel en tijdens de bijeenkomst van het regionaal college. Daar lieten de Groningse burgemeesters weten met Ouwerkerk van mening te zijn dat Veenstra deze afloop niet had verdiend. Toch was het Ouwerkerk die dinsdagavond, bij het bekendmaken van het vertrek van de korpschef, verklaarde dat hij er anderhalf jaar geleden bij de korpschef al op had aangedrongen te vertrekken.

Ziekte

Veenstra wil niet ingaan op de precieze aanleiding. Dat Ouwerkerk de korpschef niet capabel genoeg vond om nog langer leiding te geven aan het regiokorps, wuift hij weg. “Het had wel te maken met de moeizame verhoudingen binnen de driehoek van korpsbeheerder, korpschef en hoofdofficier. En met mijn ziekte. Ik heb de ziekte van Parkinson.”

Waarom heeft hij zolang gewacht met weggaan? Veenstra: “Bij mij ontwikkelt de ziekte zich heel, heel traag. Het werkte niet nadelig uit op mijn werkzaamheden. Daarom zag ik geen reden om op te stappen. Pas omstreeks de zomer wilde ik dat.”

Maar het liep anders. En het was nooit zo gegaan wanneer er niet was gelekt over het rapport, is de stellige overtuiging van de ex-korpschef. Om de Oosterparkwijk-rellen had Veenstra, die de bewuste nacht niet werd gewaarschuwd, niet willen vertrekken. Wel had hij zich voorgenomen de zaak goed 'af te regelen'. Afgelopen maandag, toen hij in een raadscommissie-vergadering een eerste rapportage over het falende politie-optreden kwam toelichten, vroeg hij om nader onderzoek en kondigde diverse maatregelen aan. Nu echter kort daarna zijn functioneren zwaar wordt bekritiseerd in een extern rapport, dat minister Sorgdrager had laten instellen naar aanleiding van de zaak-Lancee, kwam zijn positie in een ander daglicht te staan.

Veenstra denkt dat er vanuit de 'justitie-hoek' is gelekt. Hij is er hoogst verontwaardigd over. Want was het normale traject afgelegd, dan zou het rapport pas in maart in de openbaarheid zijn gekomen. In februari wilde Sorgdrager het aan het college van procureurs-generaal sturen voor commentaar, om het vervolgens in maart naar de Kamer te zenden, aldus Veenstra. Op die manier, zegt hij, had hij ruim de tijd gehad om volledige tekst en uitleg te geven na de rellen in de Oosterparkwijk. Het rapport van justitie, met daarin het oordeel over zijn functioneren binnen de driehoek, had dan 'als apart document' bezien kunnen worden. Nu kwam alles tegelijk en leek alles met elkaar te maken te hebben. Veenstra kon het niet meer uitleggen.

mailIcon print |