DEN HAAG - Sylvie Guillem zorgde met haar exclusieve programma voor het Holland Dance Festival voor een primeur in het Haagse Lucent Theater. Na de eerste twintig minuten mocht 'de beste ballerina aller tijden' een lauw applausje met boegeroep incasseren.
De volle zaal reageerde woensdag aangeslagen op haar 'Classic Instinct', waarin ze minutenlang close ups van haar poppengezichtje met ontsierende wrat aan poeha-filmbeelden van haar ballet- en dansballast paarde. Van de 'Sommerlicher Tanz' en 'Hexentanz' van Mary Wigman bleef vrijwel niets over. Zelf bracht de danseres nog weinig van haar fenomenale lichaamsbeheersing ten tonele. Het leek er eerder op dat ze zich een marionet, hangend aan een touw uit de theaternok wist, op een plankier dat letterlijk onder haar werd weggetrokken. Groot was de publieke deceptie.
En toch... deze pretentieuze uitglijder in ijdelheid is ook een val waarin Sylvie Guillem haar publiek lijkt te willen strikken. Het is haar wanhopige manier om de dilemma's waarmee ze worstelt te verduidelijken. Want het zal je maar overkomen: dát lichaam, die kunst en dat succes! Hoe die drie in evenwicht te houden, zonder er zelf aan onderdoor te gaan? Wat dat lijf betreft: geen vrouw ter wereld met zulke lange benen en armen kan deze zo razendsnel en tegelijk zo messcherp plooien, strekken, opwerpen. Maar hoe moet zij, belast met die gave en de zorg van het onderhoud daarvan, met de successierechten van de klassieke-en-moderne-dans-erfenis omspringen?
De eerste twintig minuten van haar totale programma zijn niet meer dan een misleidende warming up; Guillem spaarde zich nog even, om in 'Work 1' de honneurs van haar kunst ruimhartig met freelancer Michael Schumacher te delen. In dit duet, op haar verzoek door Forsythes assistente Dana Caspersen op hen gemaakt, zijn alle schermen, gazen doeken en ook toneelpoten weggehaald. In het zwarte, wijd open toneelgat raast een storm (Kevin Volans 'Sweet honey in the rock'). Pas als die gaat liggen komen de twee op, ploeterend als twee aan elkaar gekleefde werkers in een Hof van Eden. Alle gender-specificaties die de danskunst aan de prima ballerina en haar partner oplegde, zijn hier bewust achterwege gelaten.
In hun lichtbruine shorts en op hun kousenvoeten vormt dit paar een ambigue eenheid, die uit elkaar getrokken wordt. In hun ontkoppeling glijden, zwiepen, flitsen zij door de ruimte. Eerlijkheid gebiedt: de dynamische souplesse van Schumacher wist mijn aandacht meer te vangen dan de vilein scherpe motoriek en sfinxachtige lenigheid van Guillem.
De werkelijke goedmaker met uitsmijterallure had zij natuurlijk voor haar derde programmaonderdeel bewaard, en dat is 'Steptext', al vijftien jaar geleden door Forsythe op een chaconne van Bach gemaakt. Forsythe offreert Guillem op haar best: van hem mag zij op het scherp van de snede het onhaalbare bezweren, zich aan de risico's uitleveren en haar fysieke articulatie onder druk zetten. Als een groene slang kan zij haar gif in het zwart-witte triumviraat van Peter Abegglen, Brian Reeder en Michael Schumacher verspreiden. Ik keek ernaar, geloofde mijn ogen niet en besefte: ik heb het briljante poppetje gezien, het is inderdaad onwaarschijnlijk en de volgende keer zal het extremisme van haar taalgebruik niet anders zijn. Wat een gruwelijk verhaal, welbeschouwd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.