*

 
dossier

Archief

Een beetje netjes in de krant

PAUL CLITEUR − 04/02/97, 00:00

Donderdag doet de rechter uitspraak in het Hakkelaarproces. Het is een voorlopig eind, want de gevolgen van het proces met zijn karakteristieke stijl van procederen zullen nog lang besproken worden.

Een van de nieuwe fenomenen in dit strafproces is het inhuren van een public relations adviseur door het Openbaar ministerie (OM). Het gaat om Dig Istha, directeur van Berenschot-communicatie. In NRC Handelsblad wordt hij sprekend opgevoerd met een mapje met krantenknipsels op zijn schoot. Volgens een kop in Tubantia staat de Hakkelaar “op punten achter”, signaleert Istha tevreden. “Dat artikel staat in alle regionale kranten en bereikt dus de meeste lezers.”

De adviseur van het OM omschrijft zijn taak als “adviseren hoe we de media moeten aanpakken”. Immers alles moet “een beetje netjes in de krant” komen. Het voor de periode van deze zaak inhuren van de speciale adviseur kostte het Amsterdamse OM 48.750 gulden. Het verschijnsel schijnt opgang te maken. Marcel Haenen, de schrijver van het artikel waaraan ik deze informatie ontleen, spreekt van een “Istharisering van de media”.

Wat moeten we daarvan denken? Er zitten twee dingen scheef. Het eerste is dat in een goed functionerende rechtsstaat het niet mogelijk is de pers zodanig te manipuleren dat zaken “een beetje netjes in de krant” komen. Iedereen die daarover even nadenkt, ziet dat het niet lukt en ook in dit proces niet gelukt is. Istha heeft de kop in Tubantia niet gedicteerd. Een kop in een krant kan zelfs door de schrijver van het artikel nog niet gedicteerd worden, laat staan door een volslagen buitenstaander. Dat heeft te maken met het feit dat wij in een rechtsstaat leven. Dat is een staat met persvrijheid, beschermd door de grondwet. Er is verder een pluriform aanbod van kranten. Onder dergelijke omstandigheden is de informatiestroom per definitie onvoorspelbaar én onbeheersbaar.

Nog een voorbeeld. Tijdens het proces van de Hakkelaar meldde zich een Belgische wethouder met belastende informatie over één van de getuigen die door justitie is opgeroepen. Dat was een 'toevallig' feit, dat voor Istha even onbeheersbaar is als voor u of voor mij. De halve ton overheidsgeld als honorarium voor adviezen hoe “dingen een beetje netjes in de krant” komen is dus weggegooid geld.

De enige overheid die erin slaagt om de pers te manipuleren, is een overheid die over de pers censuur kan uitoefenen. Saddam Hoessein kan zorgen dat dingen 'een beetje netjes in de krant' komen, Dig Istha niet. Wie de media wil beheersen moet een 'saddamisering van de pers' voltrekken en voor dat klusje is Berenschot niet beschikbaar.

Dat brengt ons dan bij het tweede bezwaar tegen het inhuren van public relations-adviseurs door de overheid. Uit het voorgaande blijkt: verspilling van overheidsgeld is niet eens het belangrijkste bezwaar tegen het inhuren van de communicatie-deskundigen. Wij leven immers niet alleen in een rechtsstaat, maar ook in een democratie. In een democratie worden overheidsorganen gecontroleerd door het volk, doorgaans vertegenwoordigd door speciale beroepscontroleurs. In Nederland zijn dat de Kamerleden in Den Haag. Het is de bedoeling dat die Kamerleden zich een zo getrouw mogelijk beeld kunnen vormen van de handel en wandel van overheidsorganen. Het zou een beetje vreemd zijn wanneer wij zouden instemmen met het inhuren van communicatiedeskundigen die zich toeleggen op foefjes om onze controleurs zand in de ogen te strooien. Welk publiek belang zou daarmee gediend zijn?

Aangezien het OM hiërarchisch ondergeschikt is aan de minister van justitie is het misschien een goed idee dat een van onze volksvertegenwoordigers informeert naar het oordeel van mevrouw Sorgdrager over de - gelukkig vergeefse - pogingen van het Amsterdams OM om het democratisch controlerecht te frustreren.

mailIcon print |