AMSTERDAM - Op 1 mei stapt Jan Willem Loot als algemeen directeur over van het Nederlands Philharmonisch Orkest naar het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij heeft dit naar aanleiding van geruchten in de pers gisteren aan de Nedpho-musici medegedeeld.
Formeel moest het bestuur van het Concertgebouworkest gisteravond de benoeming nog goedkeuren, maar de voordracht vermeldde slechts één naam. Er heerst verbazing onder de musici van het Nedpho dat de 53-jarige Loot weggaat, nog wel naar het lastige Concertgebouworkest. Loot kreeg het de laatste tijd namelijk steeds moeilijker bij het Nedpho, aangezien de musici, met de ondernemingsraad als speerpunt, om normale toepassing van de inspraakregels vroegen.
Loot wordt omschreven als een zeer capabel manager die heel veel heeft gedaan om uit de fusie (twaalf jaar geleden) tussen drie orkesten een samenhangende, nieuwe organisatie op te bouwen. Maar het was bijna onmogelijk om met hem op democratische wijze samen te werken, zo verwoordt de voorzitter van de ondernemingsraad, Peter Scholcz, het. Het Concertgebouworkest kent juist een lange en stevig bevochten traditie van inspraak.
In zijn eerste reactie zegt chef-dirigent Hartmut Haenchen: “Loot laat een gezonde onderneming achter. Hij heeft het Nedpho door moeilijke tijden geholpen.” Loot en Haenchen vormen bij het Nedpho net zo'n sterk koppel als Truze Lodder (zakelijk) en Pierre Audi (artistiek) bij De Nederlandse Opera. Het verbreken van die band zet Haenchen niet aan tot snel vertrek, ook al onderhandelt hij wel met twee Duitse operahuizen.
“Wij hadden samen nog veel plannen samen. Wat dat betreft vind ik het jammer dat hij weggaat, maar ik gun het Concertgebouworkest een directeur met zoveel ervaring.” Aangezien Haenchen met zijn ene been in het Nedpho staat en door zijn positie eerst als muzikaal directeur en later 'chef-dirigent' met zijn andere been in de Opera, was Loot nauw betrokken bij de spanningen en confrontaties tussen Haenchen enerzijds en Lodder-Audi anderzijds.
In zulke omstandigheden betoonde Loot zich zeer stressbestendig, hield zijn chef-dirigent uit de wind en verdedigde met meesterhand de belangen van zijn organisatie. Naar buiten toe merkte je aan hem nooit iets van de stormen tussen het Muziektheater aan het Waterlooplein en de Beurs van Berlage aan het Damrak, de thuishaven van het Nedpho. Loot ontpopte zich als 'sfinx in de Beurs'. Pas met de benoeming vorig jaar door De Nederlandse Opera van Edo de Waart als nieuwe muziekchef, kwam er iets naar buiten over heersende onvrede binnen het orkest.
Hij begon zijn carrière in de wereld van de symfonie-orkesten in 1971 toen hij op 27-jarige leeftijd werd aangesteld als directeur van het toenmalige Overijssels Philharmonisch Orkest in Enschede. Hij kwam uit Groningen waar hij rechten had gestudeerd en als amateur-musicus (Loot speelt goed cello) veel tijd aan muziek besteedde. In 1979 werd hij in Amsterdam directeur van het toenmalig Amsterdams Philharmonisch Orkest, het orkest van Anton Kersjes. Dat was sedert zijn oprichting halverwege de jaren vijftig autoritair geleid door Jan Huckriede. Bij diens vertrek heersten er grote spanningen binnen het orkest, maar Loot slaagde er in de organisatie (mét Kersjes) tot rust te brengen. Hij bleef ook de situatie de baas toen midden jaren tachtig Kersjes met pensioen ging, het orkest een opvolger-kandidaat afstemde en vervolgens de rijksoverheid plannen ventileerde om het APhO op te heffen. Loot slaagde er daarna ook over de troebelen heen te komen van de fusie met het Nederlands Kamerorkest en het Utrechts Orkest, en het brute 'neen' van Edo de Waart tegen het nieuwe Nederlands Philharmonisch. Hij haalde bovendien een huzarenstukje uit door de Oost-Duitser Hartmut Haenchen als nieuwe chef te introduceren, zowel bij het Nedpho als bij de Opera. Met de broos ogende Loot haalt het Concertgebouworkest in ieder geval de meest doorknede, meest gelouterde en krachtige orkestdirecteur binnen die maar denkbaar is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.