TEL AVIV - “Je kan een stad toch niet bevriezen, in de ijskast stoppen?” Sjimon Peres, Israëls minister van buitenlandse zaken, leek zich gisteren niet in het nauw te willen laten drijven onder de storm van kritiek op Israëls bouwplannen in Oost-Jeruzalem.
Marokko en Tunesië dreigen met een verkoelen van de betrekkingen. Egypte waarschuwt voor een ontploffen van de vredesbesprekingen en de Palestijnen staan op hun achterste benen.
Het gegoochel met cijfers van Peres, dat het wel meevalt met de landonteigeningen, ontlokte de Palestijnse onderhandelaar Sa'eb Arekat de opmerking dat Peres een briljant leugenaar is. Een woedende Peres eiste dat hij zijn excuses zou aanbieden. Arekat bond in: hij had niet gezegd dat Peres een briljant leugenaar is, alleen dat het een briljante leugen was. Peres zelf is intussen met een typische Peres-oplossing gekomen; Israël moet gewoon nog meer land confisceren en dan ook woningen bouwen voor de Palestijnse inwoners van Jeruzalem.
De tocht langs de Scylla en de Charibdis moet een pleziertochtje zijn geweest in vergelijking met de huidige cruise van de Palestijns-Israëlisch vredesboot. Twee jaar geleden, bij het sluiten van het verdrag van Oslo, leek het de grootste wijsheid om de moeilijke kwesties voor het laatst te bewaren. Het lot van Jeruzalem viel vanzelfsprekend in die categorie. Toch blijft de in haar lange geschiedenis al zeventien maal verwoeste stad een constante schaduw over de besprekingen werpen.
Israëliërs en Palestijnen proberen om het hardst een zo gunstig mogelijke uitgangspositie te bemachtigen, voor als volgend jaar het overleg over de stad mag beginnen. Beiden eisen de 'hoofdstad der hoofdsteden' op, de Palestijnen als hoofdstad van de toekomstige Palestijnse staat, Israël als ondeelbare eeuwige hoofdstad van de Joodse staat.
Ook de rest van de wereld wil meespelen. Jordanië heeft in zijn verdrag met Israël vastgelegd dat het een speciale rol heeft ten aan zien van de islamitische heilige plaatsen. Saoedi-Arabië meent dat die rol het Saoedische koninkrijk toekomt en onderstreept dit via allerlei investeringen in de stad. De koning van Marokko weet als hoofd van het speciale islamitische Jeruzalem-comité dat ook hij recht heeft een woordje mee te spreken. En de Heilige Stoel houdt vanuit Rome nauwlettend de rechten van de tientallen verschillende christelijke denominaties en kerken in de gaten.
Gezien dit aantal uit naam van God en Allah sprekende 'belangstellenden' is het onvermijdelijk dat elke verklaring over Jeruzalem als in een Pavlov-reactie onmiddellijk tumult veroorzaakt. De Amerikaanse senator Robert Dole moet dit geweten hebben. Desondanks heeft de leider van de Republikeinen nog eens olie op de vlammen gegooid met zijn voorstel de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem verhuizen. Een doorzichtige verkiezingsstunt, waarmee hij de joodse stem voor zich wil winnen. De Arabische wereld en de Palestijnen kunnen het daarentegen slechts zien als verraad, want ook Washington was partij bij de belofte dat tot aan de besprekingen niets aan de status van Jeruzalem mag worden veranderd.
De echte strijd om Jeruzalem vindt intussen in de stad zelf plaats. De Palestijnen trachten zoveel mogelijk officiële instituten in het oostelijk (Arabische) deel van de stad te vestigen. Hun pronkstuk, het Orient House, dat dienst doet als PLO-ministerie, annex Palestijns ministerie van buitenlandse zaken, was deze week weer in het nieuws vanwege onduidelijke bouwactiviteiten. Volgens de Palestijnen ging het slechts om herstelwerkzaamheden aan de gebrekkige fundering, een 'beetje loodgieterwerk'. De ijlings toegesnelde Israëlische gemeente-inspecteurs dachten er anders over: er was sprake van uitbreiding zonder vergunning. De werkzaamheden dienden onmiddellijk gestaakt.
In de strijd om Jeruzalem trekt Israël, zeker in de voorronde, aan het langste eind. Israël is nu eenmaal de baas in de stad sinds het in 1967 ook het oostelijk stadsdeel veroverde. Sindsdien is het nogal suffige 'dorp' van 1967 uitgegroeid tot een bruisende stad omgeven door een ring van nieuwe wijken. De verleden week groots aangekondigde landonteigeningen voor de bouw van nieuwe (joodse) wijken zijn dan ook slechts een voortzetting van een beleid dat alle Israëlische regeringen hebben gevoerd: Jeruzalem tot een grote ondeelbare overheersend joodse stad te maken. De burgemeester van Jeruzalem, Ehoed Olmert, formuleerde het net even anders: “de Arabische minderheid in de stad moet zo klein mogelijk blijven”.
Jeruzalem telt momenteel 570 000 inwoners, ruim 407 000 joden en (zoals dat in de Israëlische statistieken heet) 170 000 'niet-joden'. Dat wil zeggen Palestijnen en een paar duizend 'anderen'.
De afgelopen tien jaar is het Palestijnse inwoneraantal nauwelijks toegenomen. Velen gaven de voorkeur te vertrekken bij gebrek aan huizen en om niet ingesloten te worden door joodse buren. De gestage toename van het aantal joodse inwoners is voornamelijk toe te schrijven aan de natuurlijke aanwas, vooral van de ultra-orthodox religieuze bevolking die als kool groeit. (Daar staat tegenover dat een fors aantal niet-religieuze Israëliërs de afgelopen jaren de wijk naar Tel Aviv heeft genomen.) Daarnaast hebben ook vele immigranten zich in de nieuwe wijken van Jeruzalem gevestigd.
Sprekender nog dan de demografische verandering, is de metamorfose die de stad heeft ondergaan. Meteen na de verovering van het oostelijk stadsdeel in 1967, besloot Israël de stadsgrenzen te wijzigen. In een klap werd Jeruzalem anderhalf keer zo groot. Het plan luidde: van buiten naar binnen bouwen. In de loop van de jaren werd tienduizenden dunam land onteigend voor de bouw van woningen voor de joodse inwoners. Voor de Arabische bewoners werd geen enkel bouwplan ontwikkeld.
Het gevolg is dat het Arabische deel nu omsloten wordt door de nog oostelijker liggende joodse wijken. In Oost-Jeruzalem, waarvoor traditioneel altijd het bijvoegelijk naamwoord 'Arabisch' wordt gezet, wonen vandaag de dag meer joden dan Arabieren.
De paradox is dat Jeruzalem tevens een steeds verdeelder stad is geworden. Voor het uitbreken van de intifada frequenteerden Israëliërs de Arabische restaurants, namen ze hun bezoek mee naar de markt op zoek naar koopjes. Tegenwoordig is een taxichauffeur uit het westelijk stadsdeel nauwelijks bereid zijn passagier naar het Arabische gedeelte te brengen, hooguit voor een fors hoger tarief en dan nog alleen naar de grote straten. Israëliërs komen niet in het Arabische gedeelte uit angst voor aanslagen. De enige uitzondering vormen de politiek overtuigden die zich juist in het hart van het Arabische deel hebben gevestigd.
De Palestijnen op hun beurt wagen zich niet meer in het joodse deel, waar ze zich om de haverklap dienen te identificeren of worden gefouilleerd. De Palestijnse bouwvakkers, tuinmannen en klusjesmannen zijn zo goed als uit het straatbeeld van het westelijke Jeruzalem verdwenen.
Fysiek is Israël erin geslaagd de stad ondeelbaar te maken. Maar de onzichtbare muur die Israëliërs en Palestijnen scheidt is hoger dan ooit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.