*

 
dossier

Archief

Boer, handel, supermarkt en consument wijzen elkaar als schuldige aan

ESTHER BIJLO − 09/11/96, 00:00

De groei van de biologische landbouw in Nederland stagneert. De export floreert, maar in de supermarkten blijft de doorbraak uit. De hoop is gericht op Van Aartsen.

Van alle levensmiddelen die over de toonbank gaan is één procent volgens biologische normen gemaakt. Bestrijdingsmiddelen zijn er niet aan te pas gekomen, kunstmest evenmin en genetische manipulatie is taboe. Producten die aan de regels voldoen krijgen het Eko-keurmerk. Het kan om spaghetti gaan, of pakjes soep, die alleen met biologische ingrediënten zijn gemaakt. Die producten zijn er, de kunst is alleen ze te verkopen. Vooral verse producten (als groenten en fruit) leveren problemen op.

“Het is het verhaal van de kip en het ei”, zegt B. Linthorst, manager van de afzetorganisatie Coet. Biologische boeren van vier verschillende veilingen zijn bij Coet aangesloten. Coet zorgt ervoor dat de biologische penen, uien of en aardappelen bij de groothandel terecht komen.

“De biologische teelt is zo kleinschalig”, constateert Linthorst, “dat iedere extra vraag ook extra geteeld moet worden. Boeren gaan alleen meer telen als ze weten dat de producten worden afgenomen. En supermarkten bieden het alleen aan als ze weten dat ze het kunnen krijgen. Bij gangbare produkten werkt dat niet zo. Daar is het aanbod overvloedig. Vraagt u mij voor morgen om 100 pallets met kroppen biologische sla, dan heb ik dat niet. Maar als een supermarkt volgende zomer sla wil, dan kan dat geregeld worden.”

Er zijn in Nederland ongeveer 600 biologische boerenbedrijven die op ruim 12 000 hectare verbouwen, dat is minder dan één procent van het totale landbouwareaal. Jaarlijks groeit de sector met tien procent. Dat lijkt veel maar in omringende landen gaat het sneller en is de sector groter. Bovendien zit de Nederlandse groei vooral in de export. De helft van de biologische producten gaat naar het buitenland, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek deze zomer. De binnenlandse vraag blijft achter.

Sleutel

De supermarkten hebben de sleutel in handen om die vraag te vergroten, meent A. Grimbergen van de stichting Biologica, organisatie voor biologische landbouw en handel. Nu gaat nog maar 20 procent van de producten naar de supermarkten, het overgrote deel, 75 procent van de afzet, komt via de natuurvoedingswinkels bij de consument.

De 350 natuurvoedingswinkels zijn typerend voor Nederland, zegt Grimbergen. Denemarken wordt vaak als lichtend voorbeeld aangehaald van een land waar supermarkten wel veel biologische waar verkopen. Maar dat land kent weinig natuurvoedingswinkels. Aanvankelijk was biologische waar vrijwel onbekend. Toen één grote Deense supermarkt in biologische producten stapte, was er meteen een grote sprong voorwaarts.

Grimbergen: “De vraag is: hoe interessant vinden Nederlandse supermarkten het?” De klacht van grote ketens dat ze de consument geen constant aanbod van verse producten kunnen bieden en de tussenhandel te versnipperd is, wijst zij van de hand. “Supermarkten kunnen krijgen wat ze willen. Alles is oplosbaar.”

Een paar producten, zoals biologisch penen en aardappelen, is al bij 80 procent van de supermarkten te koop. Albert Heijn heeft sinds kort biologische zuivel van de Groene Koe. Konmar, Nieuwe Weme en Coöp hebben relatief veel, volgens de gegevens van Biologica, Edah, Aldi en Dekamarkt weinig. Daarnaast verkopen groentezaken biologische groenten en bestaat er het groentenabonnement. Daarbij krijgt de consument voor een vaste prijs een grote zak biologische groenten voor de hele week. “Dat loopt goed”, zegt Grimbergen. “er zijn nu 10 000 abonnementhouders.”

Sperwer, inkooporganisatie voor onder meer de Plusmarkt, ziet nog wel problemen. “De sector moet zorgen voor een constante aanvoer van producten die qua uitstraling en prijs kunnen concurreren met de rest”, zegt directeur Van den Doel van Sperwer. “Bij de aardappelen hebben ze hun zaakjes goed voor elkaar. Er zijn milieuvriendelijke aardappelen en biologische. Dat is er genoeg. Het is ook een makkelijk op te slaan product, net als penen en uien. Maar met dagverse groenten als sla, andijvie en spinazie is het moeilijker. Stel dat ik de volgende zomer 100 000 kroppen eko-sla wil hebben maar er komt tegelijk een enorme aanvoer van gewone sla. Die is dan stukken goedkoper en de consument zal snel kiezen voor de gewone sla.”

De biologische sector, stelt Van den Doel, “moet flexibeler met de markt mee bewegen, zowel in prijs als in hoeveelheid”. Linthorst van Coet, afzetorganisatie van biologische boeren, formuleert het zo: “De teler zit nog teveel met zijn hoofd in de natuurvoedingswinkels.” Daar zijn de prijzen meestal hoger dan wat supermarkten redelijk vinden voor verse biologische spullen. “De teler moet wennen aan lagere prijzen en zijn productiviteit opvoeren: meer produceren voor minder geld per kilo.”

Uien

De akkerbouwers die biologische kolen, penen en uien verbouwen zijn, in tegenstelling tot de tuinbouwers, al een aardig eind op weg, constateert Linthorst. “Zij zijn al gewend aan lagere prijzen. Grote vraag kunnen ze aan, in de Flevopolder is een groot areaal. En voor de supermarkten zijn het risicoloze producten.”

Afgezien van wortels en aardappels kost het Coet erg veel moeite supermarkten zo ver te krijgen een goede plek in te ruimen voor biologische producten, is de ervaring van Linthorst. Daarom staat Coet op het punt afspraken te maken met “een landelijke supermarktorganisatie”, welke wil hij nog niet kwijt.

Die weg volgt de sector ook in Noord-Nederland. Daar proberen boeren, winkeliers en afzetorganisaties de consument warm te krijgen voor de Eko-producten. Of dat lukt, is nog niet te zeggen, het project is net begonnen.

Daarnaast heeft het platform Biologische landbouw en voeding begin oktober een publiciteits-offensief ingezet. Het platform kreeg talloze organisaties, variërend van de Consumentenbond en milieuorganisaties tot het Centraal bureau voor de levensmiddelenhandel, zo ver een 'maatschappelijk appèl' te ondertekenen 'ter bevordering van de biologische landbouw'. Minister Van Aartsen van landbouw kreeg het uitgereikt.

De hele sector wacht gespannen tot Van Aartsen zijn Plan van Aanpak voor de biologische sector bekend maakt - het had er al moeten zijn, wanneer het af is, weet het ministerie niet. Dat plan zou volgens het appèl de dominosteen moeten zijn die nu moet omvallen. Volgend jaar zou Van Aartsen 32 miljoen gulden moeten uittrekken om de sector te stimuleren, oplopend tot 74 miljoen in 2000. Een in juli uitgelekt concept van Van Aartsens plan houdt het op in totaal 50 miljoen gulden in vier jaar.

Het appèl denkt dat in 2005 10 procent van de landbouwgrond biologisch kan worden gebruikt. Het project van de biologische sector in Noord-Nederland schat dat het aandeel van biologische levensmiddelen binnen vijf jaar kan stijgen van één naar tien procent. Directeur Van den Doel van Sperwer vindt dat “een vrij optimistische stelling”. “In deze sector zal het niet drastisch gaan.”

mailIcon print |