*

 
dossier

Archief

Front National nog lang niet uitgespeeld

HANS MASSELINK − 28/03/98, 00:00

AMSTERDAM - Het Front National trok in 1981 slechts één procent van de stemmen, sinds enkele jaren blijft het steken bij gemiddeld vijftien procent. De grens leek ongeveer bereikt. Maar met een andere strategie, de 'open deur' naar gevestigde rechtse partijen, ligt de weg wellicht open voor een hoger percentage en mogelijk zelfs voor politieke verantwoordelijkheid in hogere bestuursorganen.

Door het politieke kiessysteem wist het FN nog geen ernstige schade te berokkenen. In alle verkiezingen, op de regionale na, zijn er twee rondes, waarbij in de tweede ronde de twee sterkste kandidaten overblijven. Daardoor heeft het FN relatief weinig macht kunnen ontwikkelen, vier burgemeestersposten, enkele departementale bestuurders, gemeenteraadsleden, één zetel in het parlement (Assemblée Nationale). Maar na eventuele afspraken met andere partijen zou het FN verder kunnen doordringen in de bestuurslagen.

Bij de regionale verkiezingen van bijna twee weken geleden is het FN erin geslaagd de gevestigde rechtse partijen tegen elkaar uit te spelen en zelfs van binnenuit uit te hollen in voor- en tegenstanders van samenwerking met het FN. De UDF heeft de vijf regio-presidenten die met steun van het FN zijn gekozen, de wacht aangezegd. Twee hebben zich inmiddels teruggetrokken.

Het FN was de enige grote oppositiepartij, tègen de cohabitation van de regeringscoalitie (socialisten, communisten, groen en ander links) met een president die wordt gesteund door zijn eigen neo-gaullistische RPR en de liberale UDF, een club van verschillende liberale partijen. Het Front is tegen Europa en de Euro (net als communisten), tegen de internationalisering, voor een Frankrijk voor de Fransen (zonder immigranten), voor netheid en orde, voor een Frankrijk dat voor zijn oude waarden opkomt. Het FN bevindt zich als het de extreemste kantjes van zijn politiek afhaalt, in een positie om te stoken binnen de gevestigde partijen, waar sommige punten van het FN-programma op welwillende steun kunnen rekenen.

FN-leider Jean-Marie Le Pen had als belangrijkste doel de vernietiging van rechts. Jacques Chirac was voor hem 'erger dan Jospin', zei hij vorig jaar bij de verkiezingen. Zijn luitenant Bruno Mégret heeft een genuanceerdere tactiek, is gebrand op een implosion van rechts. Hij zoekt medestanders binnen de gevestigde rechtse partijen. Zelf is hij afkomstig uit de RPR. Volgens een recente peiling voelt 30 procent van de vaste aanhang (de militanten) van de gevestigde rechtse partijen zich aangetrokken door sommige denkbeelden van het FN en voelt wel voor samenwerking.

Deze samenwerking kwam in Frankrijk nooit van de grond, terwijl een coalitie tussen socialisten en communisten altijd de gewoonste zaak van de wereld is geweest. Communisten waren en zijn in Frankrijk geen buitenbeentje, ook al steunden zij volmondig mannenbroeders als Stalin en Brezjnev in de Sovjet-Unie.

Het FN heeft zich vooral als protestpartij opgesteld. In de gelederen bevinden zich naast de notoire vreemdenlingenhaters veel Fransen die met heimwee denken aan de koloniale tijd, aan Indo-China en Algerije, waar voor het behoud van de Franse waarden werd gestreden. Ze verlangen terug naar de tijd dat Frankrijk nog 'groot' was en zich niet door anderen liet koeioneren.

De nieuwe tactiek van het FN, zoals uitgespeeld door Bruno Mégret heeft veel weg van de strategie van de Italiaanse fascisten, de MSI van Gianfranco Fini, die zich sinds 1992 een degelijke positie heeft verworven binnen het Italiaanse politieke systeem. Mégret heeft wellicht gekeken naar de MSI. De opvolgers van Mussolini, al actief sinds 1948, pasten zich aan, maar behielden hun eigen fascistische waarden. De MSI sloot compromissen met andere rechtse partijen in een tijd dat de Italiaanse politiek door onderlinge strijd en corruptie tot op het bot verrot raakte.

Welke kant gaat het op met het FN in Frankrijk? Le Pen zelf heeft nooit gevoeld voor de 'Italiaanse weg'; Mégret naar het lijkt wel. Er zijn enkele mogelijke scenario's, zoals de Franse FN-kenner Pascal Perrineau beschrijft in Le symptome Le Pen (uitgegeven bij Fayard):

- Profiterend van onvrede onder de bevolking, grote werkloosheid, desinteresse in de politiek, een groeiende invloed van Europa op de gang van zaken zijn Le Pen en de zijnen uit op een machtsovername. Het is een scenario naar het voorbeeld van het Duitsland van de jaren twintig en dertig. Het is onwaarschijnlijk dat het FN daarin zal slagen. Er heerst welvaart, er is minder onvrede en het democratisch gehalte van de politiek is groter.

- Het FN gaat zich opstellen als een Volksfront dat de politieke wereld wil omverwerpen. Het is gekant tegen een 'Frankrijk met open grenzen', wil 'Marianne' beschermen tegen de boze buitenwereld, het mondialisme, de veramerikanisering, het kosmopolitisme. Deze gevoelens leven sterk in Frankrijk en kwamen al tot uiting in stemmingen over Maastricht en Amsterdam. Het ja en nee tegen het nieuwe Europa met haar Euro houdt elkaar ongeveer in evenwicht. Een deel van de gaullisten, en de communisten zijn tegen het nieuwe Europa.

De ambitieuze schoonzoon van Le Pen, Samuel Maréchal is voor een dergelijk Front, dat 'niet links en niet rechts' is, maar een beweging met wortels in alle schakeringen van de bevolking. Het Front zou een nationale beweging moeten worden die het Franse volk verbindt en Frankrijk moet redden van de (Europese) ondergang. En een Front dat de oude tegenstelling tussen links en rechts ongedaan zal maken.

- Streven naar samenwerking tussen alle rechtse partijen, zoals alle linkse partijen in Frankrijk zich ook steeds wisten te verenigen ondanks hun meningsverschillen. Het is de politiek van de uitgestoken hand, zoals Bruno Mégret dat wil. Vorig jaar juni verwoordde hij in Le Monde al zijn ideeën. Het gaat om een 'strategie van rassemblement national', niet direct een regeringsakkoord met RPR en UDF, maar een 'nationale discipline van wederzijds respect'.

- Ineenstorting van het FN. Tot nu toe wijst niets daarop. Alle verkiezingen in de jaren negentig hebben slechts winst opgeleverd. De grens van 15 procent kan zelfs nog iets omhoog. Maar Le Pen is oud en heeft zijn gloriedagen gehad. Zijn vertrek kan leiden tot een interne broedermoord, een opvolgingsoorlog tussen de verschillende stromingen die zeker bestaan binnen het FN. Maar alles wijst er op dat het FN ook zonder Le Pen kan voortbestaan. Nieuwe leiders als Mégret hebben voldoende capaciteiten om de kiezers binnen te houden. Wellicht kan een opleving van de economie en een drastische daling van de werkloosheid bijdragen tot verzwakking van het FN.

- Het blijft zoals het is, het FN blijft een protestpartij die rond het percentage van 15 schommelt en in de marge van het politieke systeem blijft werken. Andere politieke partijen houden hun been stijf, sluiten elke samenwerking uit.

mailIcon print |