Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Minister Kosto van justitie vindt dat een nieuw kabinet pas beslissingen kan nemen over de organisatie van de bestrijding van de zware misdaad. De huidige regering kan wegens zijn demissionaire status over dergelijk controversieel beleid geen besluiten nemen.
De PvdA-bewindsman liet dat dit weekeinde weten. Hij wil met die mededeling speculaties uit de wereld helpen, dat hij toch aan de gang gaat met het opzetten van een speciaal rechercheteam in Noord-Holland en Utrecht. Iets dat de Tweede Kamer in het IRT-debat verboden had. Kosto reageert hiermee ook impliciet afwijzend op de plannen van procureur-generaal Gonsalves in Den Bosch. Die ziet volgens recente voorstellen van zijn hand voor zichzelf de rol weggelegd als dé toekomstige topman van het openbaar ministerie in de strijd tegen de zware criminaliteit. Onder zijn justitiële verantwoordelijkheid zouden alle zes Inter Regionale Rechercheteams (IRT's), de regionale criminele inlichtingendiensten en een te vormen landelijke opsporingsapparaat moeten vallen.
Gonsalves' voorstellen staan volgens de woordvoerder van het ministerie staan in een 'interne notitie'. Ze zouden op grote weerstand stuiten bij de andere vier procureurs-generaal.
De Bossche procureur-generaal haakt met zijn voorstellen in op de laatste brief aan de Tweede Kamer van de afgetreden minister Hirsch Ballin over de IRT-zaak. Daarin schreef deze dat Gonsalves de 'justitiële aansturing' over de IRT's kreeg en leiding zou moeten geven aan een landelijke IRT, een soort Nederlandse FBI.
Die brief was op 25 mei voor de Tweede Kamer aanleiding om via een motie uit te spreken dat Hirsch Ballin en Van Thijn (binnenlandse zaken) zich niet meer met een nieuw beleid inzake de strijd tegen de georganiseerde misdaad mochten bemoeien. De uitspraak leidde tot het vertrek van beide bewindslieden. Premier Lubbers bevestigde in een aparte brief dat er geen grote stappen gezet worden tot er een nieuw kabinet is.
Voorzitter Kohnstamm (D66) van de commissie justitie heeft inmiddels aangekondigd bij Kosto te zullen aankloppen om opheldering te vragen over de voorstellen van de Bossche procureur-generaal die hij 'onverstandig en niet passend' vindt.
Ook korpschef Brand van Den Haag, tevens voorzitter van de Raad van Hoofdcommissarissen, ziet weinig heil in een landelijk superteam. Een keuze voor een landelijk rechercheteam noemt hij een stap terug. Brand noemt het verkeerd om beleid te maken 'vanuit incidenten'
Hij herinnert eraan dat bij opzetten van de kernteams, er bewust voor is gekozen om de aansturing en het beheer niet uit te besteden aan een apart landelijk team. Dat Amsterdam daar kennelijk nog niet aan toe was, mag geen reden zijn daarvan af te zien, vindt Brand.
Wat hem betreft hadden de bewindslieden best mogen blijven zitten. De commissie-Wierenga heeft immers geconcludeerd dat de Noordhollandse en Utrechtse korpsen niet met elkaar overweg kunnen. “Welnu, eis dat dat wel gebeurt en stel de korpschef verantwoordelijk.” Oftewel zijn collega's Noordholt (Amsterdam) en Wiarda (Utrecht).
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.