AMSTERDAM - De dienstplicht gaat op de helling, de tijd voor beroepslegers is gekomen in Europa. Nu de koude oorlog al weer geruime tijd voorbij is wordt alom het nut van grote logge legerapparaten betwijfeld.
In Nederland hoeven jongeren zich geen zorgen meer te maken over een oproep voor de dienst. In België zal de dienstplicht waarschijnlijk over twee jaar niet meer bestaan en in Frankrijk heeft president Jacques Chirac zelf een debat over het nut van de militaire dienstplicht op gang gebracht. De Britten kennen al een beroepsleger. Alleen Duitsland piekert niet over opheffing van de dienstplicht.
Premier Alain Juppé van Frankrijk heeft dinsdag opgeroepen tot een nationaal debat over de hervorming van het leger en de daaraan verwante wapenindustrie, die aan zo'n 300 000 Fransen direct of indirect werk verschaft. Een commissie, gevormd uit leden van alle politieke partijen gaat zich bezighouden met het opheffen van de dienstplicht die Frankrijk na de Franse revolutie van 1789 als eerste in Europa instelde. Een andere overheidscommissie buigt zich al een tijd over herstructurering van de strijdkrachten en de verliesgevende wapenindustrie.
Chirac gaf eind januari de eerste aanzet tot het opheffen van de dienstplicht. In plaats daarvan zou de president graag een burgerplicht zien voor zowel mannen als vrouwen. Daarnaast zou Frankrijk een goed getraind afgeslankt beroepsleger moeten krijgen dat voor moeilijke taken zoals de vredeshandhaving in Bosnië geschikt is. Chirac filosofeerde al over jonge Fransen die dienen als hulppolitieagent, milieu- of natuurwachter in nieuwe 'humanitaire interventiebrigades'. De president wierp duidelijk een balletje op, wilde kijken wat de reacties zouden zijn van de politieke partijen en de bevolking.
Veel verzet kwam er tegen een vervangende dienstplicht. Het zou te vergelijken zijn met een soort dwangarbeid, iets wat volgens de Europese wetgeving verboden is. En minister van defensie, Charles Millon, zwakte na de heftige reacties de uitspraken van Chirac al weer wat af. De vervangende dienstplicht zou volgens Millon ook neer kunnen komen op defensie - of veiligheidstaken naast de burgerdiensten. Zij zou niet langer dan een half jaar moeten duren. En de dienstplicht voor vrouwen is volgens Millon nog steeds een discussiepunt.
De dienstplichtigen vormen op het ogenblik zo'n 40 procent van de Franse strijdkrachten. De meeste jongeren zien de tien maanden in het militaire uniform als tijdverspilling en obstakel om werk te vinden in de burgermaatschappij, waar om ieder baantje gevochten moet worden. Interessante taken in de strijdkrachten zijn voor hen niet weggelegd en naar andere landen worden zij niet uitgezonden. Sinds de Algerijnse oorlog van 1954 tot 1962 worden dienstplichtigen niet meer betrokken bij operaties buiten Europa zonder dat daar parlementaire goedkeuring voor gegeven is. Alleen beroepsmilitairen, mariniers en para's, of leden van het Vreemdelingenlegioen worden naar 'spannende' gebieden gestuurd.
Veel politici van de rechtse meerderheid in het Franse parlement zijn fel gekant tegen afslanking van het leger en andere bezuinigingen op defensie. Zij vrezen dat dit zal leiden tot sluiting van kazernes, legerbases en wapenfabrieken en veel banen zal kosten. En dat is in een tijd waarin juist wordt gestreefd naar het creëren van werkgelegenheid niet te verkopen aan de bevolking. Bovendien kan een groei van de werkloosheid leiden tot verlies voor de rechtse partijen bij de algemene verkiezingen in 1998.
Weerstand
Duitsland is vastbesloten om de dienstplicht te handhaven, ook al is de weerstand tegen de Bundeswehr onder jongeren groot. Begin deze week vroeg Bündnis '90/Grüne in de Bondsdag (het parlement) opnieuw om afschaffing van de dienstplicht. Maar de partij hoeft zich geen illusies te maken. De twee grote Duitse politieke formaties, de christendemocratische CDU/CSU en de sociaaldemocratische SPD staan vijandig tegenover wijzigingen in de opzet van de Bundeswehr, het leger dat in 1956 werd opgericht in het naoorlogse West-Duitsland. Bondskanselier Helmut Kohl herhaalde afgelopen zaterdag nog dat hij koste wat kost de dienstplicht wil handhaven, ook al besluiten landen als Frankrijk en Nederland tot een beroepsleger.
In de Bondsrepubliek bestaat met Hitler vers in het geheugen een gegronde vrees voor de terugkeer van een sterk leger, een staat binnen de staat. De voortdurende verversing van de strijdkrachten door de komst van recruten versterkt het democratisch karakter van de strijdkrachten, is de heersende mening in Bonn. Kohl herinnert eraan dat de dienstplicht verankerd is in de grondwet die na de oorlog onder toezicht van de geallieerden tot stand is gebracht.
Maar desondanks bestaat er veel verzet tegen de dienstplicht bij de oosterburen. Afgelopen jaar weigerden 160 000 jongeren militaire dienst, dat is ongeveer de helft van de 330 000 jongeren die werden opgeroepen. Zij kozen voor een vervangende burgerdienst van dertien maanden, drie maanden langer dan de militaire dienst. Het leger is in hun ogen verderfelijk, net zoiets als de Wehrmacht waarin hun ouders en grootouders vochten voor nazi-Duitsland. In een opiniepeiling van afgelopen zondag bleek een kleine meerderheid van 51 procent van de Duitsers voor handhaving van de dienstplicht. In de vraagstelling werd opgenomen dat de 'dreiging uit het oosten is verdwenen en dat Frankrijk de dienstplicht afschaft'. Zo'n 46 procent van de Duitsers is voor afschaffing.
Het ministerie van defensie in Bonn maakt zich zorgen over de toekomst van het leger. Tot en met de eeuwwisseling kan de Bondsrepubliek het nog wel uitzingen met het huidige leger en zijn er voldoende dienstplichtigen te vinden om de rangen aan te vullen. Maar na 2 000 kunnen er problemen komen, ook al zal de Bundeswehr afgeslankt worden. Opperbevelhebber Klaus Naumann vindt daarom dat het leger aantrekkelijker gemaakt moet worden voor jongeren. Recruten moeten serieuzer worden genomen. Ze moeten er weer plezier in krijgen om in de Bundeswehr te dienen, vindt Naumann.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.