“Dit is een gekke foto. Dat ben ik gebukt bij die klassieke Mercedes. Dat was in Griekenland op de Peloponnesos. Weet je wat ik sta te doen? Ik kijk naar de achterlichten. Toen ik langs die oldtimer liep dacht ik, die lampen ken ik. En, ja hoor, Kever-lichten.
Je leeft met zo'n auto. Ik heb een Karmann Ghia, een cabriolet, eentje met een open dak. Daarvoor heb ik een stuk of vijftien Kevers gehad. Met deze ga ik op vakantie. Hier heb je een foto, staan we in de Alpen in de eeuwige sneeuw. Tuurlijk redt ie dat. Het is wel een luxere uitvoering, de Karmann Ghia, maar het blijft een Kever, dus hij blijft lopen.
Dit is een foto van een van de eerste Kevers. Het is echt een ontwerp uit de jaren dertig. Rond, Bauhaus-stijl. De auto heeft door dat ronde iets zachts, ontroerends. De Kever heeft een hoge aaibaarheid, net als de FIAT 600.
Het is een foto van de KdF, zoals de Kever in 1936 werd genoemd. De Kraft durch Freude-wagen, die Ferdinand Porsche heeft ontworpen. Hitler wilde er een volkswagen van maken, een auto waar het volk in kon rijden, maar zover is het nooit gekomen. De Führer heeft de auto alleen maar misbruikt voor propaganda. De Engelsen hebben er tijdens hun bezetting van Duitsland, na de val van de nazi's, wel een echte burgermansauto van gemaakt.
Je zou het zo kunnen zeggen: Duitsland krabbelde omhoog en stapte in de VW-Kever. Heel Europa, trouwens. En uiteindelijk de hele wereld zo'n beetje, inclusief Amerika, dat toen nog in enorme sleeën rondreed.
Daar heb ik nog mooie foto's van, hoe ze in Amerika de Kever, de Beetle, in een markt met al die grote wagens toch aan de man wilden brengen. Wat trouwens gelukt is, want dat zogenaamd onooglijke, oncomfortabele autootje in de ogen van de Amerikanen toen, werd de best verkochte buitenlandse auto ooit. Geweldige slogans hadden ze daar in de jaren vijftig. Hier staan ze op een affiche een Kever in een andere kleur over te spuiten. Eronder staat: How to make a '54 look like a '64. Leuk hè, het model hoeft helemaal niet veranderd te worden, je maakt hem hooguit wat moderner met een ander kleurtje. En deze is ook mooi: He makes your house look bigger, je huis lijkt groter, als een Kevertje voor de deur staat! Of ze adverteerden met: Think smaller.
Hier heb je een beeldje dat ik van Internet afgeplukt heb. Dat is de nieuwe. Het is technisch natuurlijk een totaal andere auto. De historische Kever is heel eenvoudig. Als je een beetje benul hebt van techniek, kun je hem al in elkaar zetten en uit elkaar halen. Een echte volkswagen. Zuinig, tenminste..., en gemakkelijk in het gebruik. En psychlogisch lag hij vanaf het begin goed, het Kevertje. In de autopsychologie gaat om de vragen: wil ik er in rijen en wil ik in deze auto gezien worden? Met de wederopbouw wilde iedereen dat wel.
Ik ben van de eerste babyboom-generatie die op de achterbank van een auto opgroeide en zo snel mogelijk voorin wilde zitten. Op je achttiende was een Kever haalbaar en nog een leuke auto ook. Het gekke is dat de naam Kever, beetle, in alle talen voor dit type wordt gebruikt, maar nooit in verband is gebracht met de ook in de jaren zestig, zeventig populaire Beatles. Alleen op de hoes van hun LP Abbey Road, als ze met z'n vieren het zebrapad oversteken, staat er een klein wit Kevertje naast de stoep geparkeerd. Je weet als Kevergek de gekste dingen over de Kever, maar of dat toeval is of niet, dat weet ik niet.
In de jaren zestig en zeventig stond in iedere straat een Kever. Dat kwam omdat er mensen waren die erbij zwoeren of gewoon niks anders konden betalen. Mensen waren in die tijd merktrouw. Toch verlieten de meesten - met de welvaart - de Kever voor een luxer model. Dat kun je niemand kwalijk nemen, want de Kever is niet echt ruim en luxe. De motor zit achterin en maakt een hoop herrie. Je kunt elkaar ternauwernood verstaan.
Moet je hier eens kijken, een vergelijkend lijstje, komt ook van Internet. Een vergelijking tussen de ouwe en de nieuwe. Verwarming. Nieuwe: airco. Ouwe: alleen in de zomer. Geestig hè?
Waar was ik, o ja, waarom de Kever uit raakte. Nou ja, uit is ie nooit geraakt. Maar de mensen gingen, wat ze toen zeiden, een leuke middenklasser kopen. De Kever werd een underdog-auto. Maar vergis je niet, de Kever bleef van de lopende band komen, simpel vanwege het feit dat de vraag bleef.
Weet je dat na het Coca-Cola-flesje de Kever de enige vorm is die tot nu toe nog steeds bestaat? Iedere dag komen er in het Mexicaanse Puebla nog tachtig auto's de fabriek uitrijden. In de auto zijn wel tienduizenden veranderingen getroffen. Maar het wezen van de Kever is hetzelfde gebleven. Daarom kun je deze hobby nog steeds uitoefenen. Onderdelen zat. De slogan uit de jaren zestig geldt nog steeds: De Kever loopt, loopt, en loopt.
Er zijn tientallen Kevershops in Nederland, het is totaal geen probleem om aan onderdelen te komen. En als je het daar niet kunt vinden is Internet wat dat betreft een zegen. Maar ondanks al die hulpmiddelen, heb ik nog steeds geen stekkertje kunnen vinden voor de Karmann Ghia die ik aan het opknappen ben.
Je kunt wel zeggen dat ik daar meer wakker van lig, dan van die nieuwe Kever. De dag dat ie gepresenteerd wordt, vlieg ik niet naar CNN of zo. Ik beschouw het als een logische ontwikkeling. Heel nuchter. Na de ronde auto's, kwamen de vierkante, zoals de Volvo. Nu zie je die autootjes met die platte achterkanten en aerodynamische neus. Ze zeggen bij Volkswagen dat Ray Mace, de ontwerper van de nieuwe, bij toeval tot dit ontwerp kwam. Dat lijkt me toch niet. Alles wordt in de autowereld ronder en zo langzamerhand schaamt Volkswagen zich niet meer voor de Kever, het autootje dat ze ergens achteraf in Mexico nog voor de derde wereld aan het maken waren. De tijd was er rijp voor.
In Nederland rijden er nog duizenden. Er zijn acht Keververenigingen. De oudste is de Brillen-vereniging. Je weet wel, Kevers met twee voorruitjes. Die club heet nu de Algemene Luchtgekoelde VW-club. Want daar ligt de scheidslijn voor ons, de historische Kever-rijders. Ik ben zelf voorzitter van de Carbrio-club met 600 leden. Daar kun je een dagtaak van maken, zoveel wordt er georganiseerd aan bijeenkomsten en gezamenlijke ritjes.
Maar ik organiseer al genoeg als inspecteur bij het Noordhollands Philharmonisch Orkest. Dat is gewoon mijn werk en die Kever is mijn hobby. Dat moet ik goed tegen mezelf zeggen, soms, want het loopt gemakkelijk uit de hand. Je volgt natuurlijk alles. Toen drie jaar geleden het prototypetje van de new beetle werd gepresenteerd, volgde ik het allemaal wel. Dat was ook in Detroit en er werd gezegd, het is maar een geintje. Zulke dingen gebeuren wel meer op grote autobeurzen, om de aandacht te trekken.
Moet je trouwens hier eens kijken. Dit is het interieur van de nieuwe Kever. Heb ik op dezelfde dag van het net geplukt. Zie je het dashboard? Ze hebben wel één kilometerteller gehandhaafd, zoals in de ouwe Kever. Dat vind ik weer heel aandoenlijk. Maar dan zit er zo'n audioblok tussen de voorstoelen, waar alleen die rare balk en het pookje hoort te zitten. En achterin zit de motor niet meer hè. De vier cilinder, luchtgekoelde, boxermotor, zo genoemd omdat ze tegenover elkaar liggen. Toen Volkswagen overging op waterkoeling, was het eigenlijk afgelopen.
Behalve de naam en in de verte de vorm, heeft de nieuwe Kever niet veel meer met de onze te maken. Hypermoderne techniek in een nostalgische verpakking. Ik denk dat de liefhebbers nog wel zullen schrikken als hij in de loop van het jaar hier zal rondrijden. Geen ge-brrrrpploplop, maar geluidloos. Het geluid van de ouwe zal niet verstommen. In totaal zijn er 25 miljoen van gemaakt en er rijden er nog duizenden rond.
Er is er eentje gevonden in de Sahara, die in de oorlog is achtergelaten. Hij lag helemaal onder het zand begraven. Ze hebben hem eruit gehaald, afgestoft en er een nieuwe accu ingezet en benzine ingegooid. Na vijftig jaar zei ie plofplof en liep weer. Dat zie ik die nieuwe nog niet doen. Ik denk wel dat ik even ga kijken, als hij in Nederland in de showroom staat.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.