Poncke Princen komt niet naar Nederland, maar even leek het erop dat hij hier zijn laatste dagen zou slijten. Columnist Rob Schouten verbaasde zich over de beroering die 'een overloper van een halve eeuw geleden' nog veroorzaakt. Veteranen en hun familieleden reageren.
Nadat mijn broer Ad in 1945 eindexamen had gedaan, raadde het schoolhoofd - tevens reserve-kapitein - hem aan te 'tekenen voor Indië': Soekarno, collaborateur met de Japanners, bedreigde veel levens van Nederlandse gevangenen en van Indonesiërs die ervan werden verdacht met hen te sympathiseren. Nú, in deze 'bersiap'periode, zich voor hen inzetten zou vele levens kunnen sparen. Nú gaan betekende ook dat hij, na vervulling van zijn dienstplicht, over een jaar zou kunnen terugkeren en zich aan zijn toekomst zou kunnen wijden. Het liep echter anders: pas na ongeveer drieënhalf jaar kwam Ad weer thuis. Met een niet alleen langer, maar ook ingrijpender oorlogsverleden dan hem was voorgespiegeld. Ad overleed op 7 juli 1998, 70 jaar oud, op de dag dat Poncke Princen in Nederland aankwam. Twee achtereenvolgende avonden had het NOS-journaal de komst van deze 'mensenrechten-activist' aangekondigd.
Uit de column van Rob Schouten van 10 september blijkt dat hij met betrekking tot de Indië-veteranen nog wat te leren heeft. Er waren nogal wat dienstplichtigen die als ze werden opgeroepen dienst weigerden. Zij draaiden dan voor een aantal jaren de bak in. Poncke weigerde niet. Omdat hij er nog geen reden voor zag? Of omdat hij de bak niet in wilde? In Indië werd het hem duidelijk: hier moet ik mee stoppen. Twee dingen waren toen mogelijk: dienst weigeren (en de bak indraaien) of overlopen, zijn land verraden, zijn kameraden gaan beschieten of althans hun tegenstanders de weg wijzen hoe dezen hen het best konden raken. Het lijkt in hoge mate onwaarschijnlijk dat zijn verraad geen levens heeft gekost van één of meer van hen met wie hij, om welke reden ook, naar Indië trok. Schouten spreekt van 'blind verzet tegen de vermeende komst van een overloper van een halve eeuw geleden', van een 'rabiate reactie van het Veteranen Platform op Princen', waaraan 'je mooi zou kunnen afmeten hoezeer de wereld de afgelopen jaren veranderd is' en besluit met de suggestie dat 'een apart potje voor het bijpraten van hardleerse houwdegens misschien geen overbodige luxe is'.
Grover kan het haast niet. Mijn broer was 70 toen hij stierf. Zijn gezondheid bleek door zijn Indische jaren spoedig fors aangetast.
Als de positie van de Indië-veteranen in de media niet zo ernstig was verwaarloosd, was dat bijpraat-potje van Schouten beslist minder nodig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.