Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Minister Borst van volksgezondheid vindt dat zij met haar uitspraak dat abortus op grond van sekse in uitzonderlijke gevallen is toegestaan, niets in strijd met de wet heeft gezegd.
“Ik heb geen intentie gehad om de mogelijkheden van de wet op te rekken”, aldus Borst gisteren tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer. Het CDA-Kamerlid Lansink verweet de minister juist wel 'grensoverschrijdende' uitspraken te hebben gedaan door te beweren dat een vrouw uit een andere cultuur in een noodsituatie kan komen te verkeren, wanneer zij voor de derde of vierde keer in verwachting is van een meisje. Volgens Borst is in zo'n geval abortus toegestaan.
Volgens Lansink is deze uitspraak 'in strijd met de beginselen van gelijkwaardigheid en beschermwaardigheid'. “De minister laat discriminatie van vrouwen en meisjes toe, ook in transculturele zin.” De CDA'er drong er op aan dat Borst haar uitspraak zou terugnemen.
Borst weigerde. Zij hield staande dat in de Wet afbreking zwangerschap het begrip 'noodsituatie' bewust niet nader is omschreven. Het is aan de vrouw om te bepalen of zij in een noodsituatie verkeert en om vast te stellen dat zij daar niet anders uit kan raken dan door een abortus. Vervolgens is het aan de abortus-arts om na te gaan of de vrouw in vrijheid tot haar besluit is gekomen, aldus Borst. In het algemeen is het afbreken van een zwangerschap, omdat het om een meisje gaat, onaanvaardbaar, aldus Borst. Maar er zijn concrete situaties denkbaar dat vrouwen wel degelijk in een noodsituatie verkeren doordat zij een meisje verwachten. Abortus is dan toegestaan. “Ook bij mij komen die woorden niet gemakkelijk over de lippen. Maar ik moet nu eenmaal de toepassing van de wet accepteren”, aldus Borst. Het pleidooi van Lansink om bepaalde uitzonderingssituaties in de wet op te nemen verwierp zij eveneens. Dat past volgens de minister niet in het systeem van de wet.
Lansink en woordvoerders van de kleine christelijke fractie toonden zich gisteren onthutst over een tv-reportage, waaruit zou zijn gebleken dat bepaalde abortusartsen de wet aan hun laars lappen. Zij zouden de wachttijd van vijf dagen niet in acht nemen en ook niet nagaan of de vrouw zorgvuldig en in vrijheid tot haar besluit is gekomen. Volgens Borst toonde de uitzending slechts 'een deel van het verhaal'. De twee betrokken abortusartsen hebben inmiddels 'enige nuancering' aangebracht, aldus de minister. Of tot vervolging van de twee artsen zal worden overgegaan, zoals Lansink bepleitte, zal pas later worden besloten. Het wachten is op de evaluatie over het functioneren van de abortuswet, in maart. Het oordeel over de twee artsen wordt 'meegenomen' in het algemene oordeel over de abortuspraktijk in Nederland, aldus Borst.
Het GPV-Kamerlid Schutte confronteerde de minister met een stelling uit haar proefschrift uit 1972: “Een vrouw, die zo weinig baas is in eigen buik, dat zij tegen haar wil zwanger wordt, dient niet het alleenbeslissingsrecht over het afbreken van de zwangerschap op te eisen.” Borst reageerde: “Dat vind ik nog steeds. Ik heb zelf altijd gevonden dat een kind iets is van man en vrouw samen. Maar natuurlijk komt het nogal eens voor dat de man helemaal van het toneel is verdwenen. In zo'n geval ligt de afweging helemaal bij de vrouw.”
Schutte wreef Lansink onder de neus dat zijn partij medeverantwoordelijk is voor de huidige wet. Lansink: “Wij hebben gekozen voor vuile handen met een wet die overigens verdedigbaar is. Maar het gaat er nu om dat de wet wordt overtreden. Daartegen moeten maatregelen worden genomen.”
De drie regeringspartijen PvdA, VVD en D66 hielden zich afzijdig tijdens het debat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.