BANGALORE - De lunchtijd zit er bijna op. Een groepje jongemannen staat keuvelend rond de scooters die naast de ingang zijn geparkeerd. De zon ketst van hun hagelwitte overhemden. Het stropdaspercentage ligt opvallend hoog. Aan de overkant van de straat schuifelt een losse koe voorbij. Zij kijken er niet eens naar: de heiligen van hun wereld zijn heel ergens anders te vinden. India zijn zij al bijna voorbij.
Op de trappen van het drie verdiepingen hoge gebouw, terug op weg naar de 'werkmodules', valt Sampath Srinavasan op door zijn wat tragere tred. “Ik ben erg oud voor de computerindustrie”, zegt hij lachend. Hij is 36, tien jaar ouder dan de gemiddelde leeftijd van de circa vierhonderd mensen die in Bangalore werken voor Tata Infotech, een van de grotere software-ontwikkelaars in India. Srinavasan zit er al tien jaar; 'senior manager', aldus zijn visitekaartje.
Bangalore staat bekend als de Silicon Valley van het Zuid-Aziatische land. In en vlak buiten de 'tuinstad' in het zuiden van India hebben de meeste grote, maar zeker ook talloze kleinere computerbedrijven een stek gevonden. Indiase zowel als buitenlandse. Ergens in de stad prijkt een trots bord van IBM. Het is als een ironisch monument voor een tijd waarin moderne technologie in India taboe leek; een tijd die voorgoed voorbij is.
De markt van de toekomst heet software. En “de toekomst is nu”, zo verkondigde Microsoft-topman Bill Gates vorig jaar zijn haast idolate Indiase publiek. “Over vijf tot tien jaar zal India het op een na grootste centrum voor de ontwikkeling van software zijn”, meent Harsh Chaudry, die onlangs in New Delhi een grote internationale software-beurs mede organiseerde. Voor het zo ver is, zal het land reeds enkele miljarden guldens hebben verdiend aan de oplossing van een probleem dat wereldwijd de aandacht vraagt: het cryptisch klinkende Y2K, ofwel 'de millennium-bom'.
Het probleem op zich is inmiddels ruim bekend. Als over minder dan twee jaar een nieuwe eeuw aanbreekt, zal mogelijk de helft van de computers op de wereld 100 jaar terugstappen in de tijd. Dat komt doordat in oude programmeertalen zoals COBOL alleen de laatste twee cijfers van jaartallen zijn ingevoerd. Dat bespaarde destijds erg veel rekenruimte op de computer, maar kan nu voor de nodige ellende gaan zorgen.
Voor het probleem zijn grofweg twee oplossingen: schaf nieuwe software aan, of pas de oude aan. Met de laatste oplossing is naar schatting een bedrag aan 'reparatiekosten' van in totaal 500 miljard gulden gemoeid. Een lucratieve markt derhalve voor die bedrijven die voor de nodige aanpassingen kunnen zorgen. In India is een groot aantal van dergelijke bedrijven te vinden. Zoals Tata Infotech in Bangalore.
De Indiase software-ontwikkelaars profiteren nu typisch genoeg van het feit dat lange tijd in het land minder computerkennis beschikbaar was dan elders in de wereld. Indira Gandhi, premier in de jaren zeventig, schopte op zeker moment verfoeide multinationals als Coca-Cola, Kellogg's en IBM het land uit. Daarmee verdween niet alleen investeringsgeld, maar ook expertise. Indiase programmeurs bleven werken met software die op andere plaatsen hopeloos verouderd bleek. Die 'historische kennis' komt hen nu bij het millenniumprobleem zeer van pas.
“De westerse landen stapten over op nieuwe computertechnologie”, zegt Srinavasan. “Wij waren in die tijd nog veel minder geautomatiseerd en de deskundigheid was veel beperkter. Nu zitten we in het hart van de Y2K-markt. Het blijkt een natuurlijke zaak te zijn om naar India te komen als je een oplossing voor het probleem zoekt.” En dat levert heel wat op, want momenteel gaat het grootste deel van de budgetten die bedrijven beschikbaar hebben voor informatietechnologie op aan het onschadelijk maken van de millennium-bom.
Maar waarom juist India? Het land heeft in de afgelopen jaren bewezen software-programma's van hoge kwaliteit te leveren. Bedrijven als Tata Infotech werken met eigen satellietlijnen en worden bij het doorsturen van hun programma's dan ook niet - zoals de Indiase burger - gehinderd door de vaak belabberde kwaliteit van de telefoonlijnen.
De Indiase softwaredeskundige spreekt in alle gevallen uitstekend Engels. En de lonen zijn relatief laag. Nog wel. Een jonge programmeur kan volgens Srinavasan in eigen land zo'n 1200 gulden per maand verdienen: een voor dit land erg hoog salaris. Maar toch verkiezen velen de hogere lonen en vertrekken naar het buitenland.
In India zelf bedragen de loonsverhogingen soms veertig procent per jaar en daarmee dreigt het land een belangrijk deel van zijn voordeel boven andere lagelonenlanden te verliezen. “Maar de kennis die wij in huis hebben, hebben landen als China voorlopig nog zeker niet”, meent Srinavasan.
Spannend is het demonteren van de millennium-bom allesbehalve. Achter een van de schotten op de derde verdieping zit Vyshal Reddy. Zij is 22 jaar, net afgestudeerd aan een van Bangalores hooggekwalificeerde opleidingen en heeft bij Tata haar eerste baan gevonden. “Het meeste werk speelt zich af in het hoofd”, had Srinavasan al gewaarschuwd. Het enige dat bij Reddy te zien is, is de rechterwijsvinger die nu en dan op het toetsenbord drukt.
Zij probeert uit te leggen hoe zij het Y2K-probleem voor een Australische firma te lijf gaat. “Ik controleer elke beweging die de verschillende data maken”, zegt zij, en kijkt erbij alsof al het andere dan vanzelf wel duidelijk zal zijn. De cijfers en letters op het scherm kennen voor haar in elk geval weinig geheimen. Al enkele maanden werkt zij aan deze klus, samen met een viertal jonge collega's. Zeker tot het jaar 2000 is haar toekomst gekocht.
Met het Y2K-probleem heeft India een nieuwe software-markt betreden. Maar de whizzkids van dit land zijn ook op tal van andere computergebieden actief. Zo heeft Srinavasan nog niet zo lang geleden een poosje in Zeist gewoond, waar hij voor de Rabo-bank heeft gewerkt aan het opzetten van een geïntegreerd klantensysteem. Op zijn tochten door Nederland heeft hij de scherpe klanken van plaatsen als Schiphol en Scheveningen leren uitspreken zoals slechts weinig buitenlanders dat kunnen. De boodschap hierachter is duidelijk: Indiase computerdeskundigen staan klaar om de wereld te veroveren.
Niet toevallig sluiten de meeste buitenlandse bedrijven die in India joint-ventures aangaan contracten af met softwarefirma's. Het is een economische sector die veel minder te lijden heeft van de vaak nog zeer gebrekkige infrastructuur. Wie uit India voedsel wil exporteren, moet er rekening mee houden dat zijn product al bedorven is voordat het de hobbelige tocht per vrachtwagen naar een luchthaven heeft gemaakt. Wie zich richt op bits en bytes heeft aan een goede satellietverbinding al bijna voldoende.
Volgens de Amerikaanse computer-goeroe Peter de Jager komen alleen al de Verenigde Staten 190 000 mensen tekort om het millenniumprobleem aan te pakken. Aan mensen is in India geen gebrek, ook niet aan mensen die geduldig acht tot tien uur per dag op een scherm turen, de rechterwijsvinger het taaie werk laten doen, en er nog plezier in hebben ook.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.