*

 
dossier

Archief

Aanslag op Oedai begon in Weens kamertje

EILDERT MULDER − 13/01/98, 00:00

AMSTERDAM - Ter ontspanning bekeek hij filmpjes van martelsessies. En hij joeg achter de meiden aan. Dat laatste werd Oedai, de zoon van de Iraakse dictator Saddam Hoessein, noodlottig. Elke donderdagavond (begin van het Iraakse weekeinde) trok hij er in een van zijn luxewagens op uit om in de chique wijk Al-Mansoer in Bagdad op te pikken wat hem beviel. De laatste maal was op 12 december 1996.

Vier gewapende mannen doorzeefden hem met kogels. Dat Oedai nog leeft dankt hij aan Iraakse en buitenlandse topspecialisten. Maar wat er van zijn lichaam en verrotte geest nog functioneert is onduidelijk.

Net als bij de moord op Kennedy zijn er ook over de aanslag op Oedai veel theorieën. Zelfs de eigen familie zit in de verdachtenbank. Want ook onder zijn verwanten heeft Oedai zich gehaat gemaakt. In 1995 verwondde hij een halfbroer van zijn vader zwaar. Toen zijn twee zwagers Hoessein Kamil en Saddam Kamil begin 1996 terugkeerden naar Irak, nadat ze een half jaar eerder waren gevlucht naar Jordanië, leidden hij en zijn broer Koesai de vergeldingsactie. Ruim veertig mensen lieten het leven.

Bij aanslagen op Saddam en zijn verwanten gaan de gedachten doorgaans uit naar oppositiepartijen, ontevreden militairen, buitenlandse geheime diensten of dissidenten binnen Saddams eigen clan. Maar nu is er ineens een theorie dat de aanslag op Oedai het werk was van vier willekeurige Iraakse ballingen in Europa, die niets hadden uit te staan met welke politieke beweging of welke mogendheid dan ook.

Vorige week liet het Arabische weekblad Al-Wasat één van de complottanten aan het woord. Aardig detail: hij meldt dat het viertal gebruik zou hebben gemaakt van vervalste Nederlandse paspoorten. Het verhaal zit vol leemtes. De verteller wil die pas opvullen als alle familieleden van de aanslagplegers veilig zijn. Het enige bewijs dat hij laat afdrukken is een visum voor Cambodja, november 1994. Voorlopig moeten we het doen met grote lijnen. Een daarvan begint in een optrekje in Wenen, waar vier Iraakse twintigers, een arts, een veearts en twee militairen, gekweld hun lot overdenken. Ze vragen zich af hoe het zover heeft kunnen komen dat ze, ondanks mooie vooruitzichten die ze eens hadden, nu afhankelijk zijn van hun gastlanden. En ze vragen zich ook af hoe Saddam aan de macht kan blijven.

Ze zien twee hoofdschuldigen: de Iraakse oppositie die corrupt en verdeeld is, en Amerika dat wil dat Saddam in het zadel blijft. Het houdt daardoor een excuus voor zijn militaire aanwezigheid in de Golf en het kan wapencontracten afsluiten met Saoedi-Arabië en Koeweit, die miljarden neertellen voor veiligheid.

Samenwerking met de Iraakse oppositie sluit het viertal uit, omdat die vergeven is van Saddams agenten. Ook met een buitenlands regime durven ze niet in zee, want dat kan hen slachtofferen bij een koehandel met Saddam. Ze kiezen als doelwit niet Saddam maar zijn zoon Oedai, zogenaamd omdat die nog erger is. Waarschijnlijker lijkt het dat goud onhaalbaar was en ze daarom op jacht gingen naar zilver.

Het viertal trekt naar Thailand, omdat dat land veilig ver weg ligt. Misschien ook omdat je daar met illegale handel, bijvoorbeeld heroïne, snel veel geld kunt verdienen. Want geld blijken ze nodig te hebben.

Ze betalen een vermogen aan een Cambodjaanse officier, een smokkelaar, voor schietlessen, ter zelfverdediging. Maar tijdens de training, in Cambodja, krijgt de officier argwaan, omdat de verlangde oefeningen weinig met zelfverdediging hebben uit te staan. Hij laat zijn nieuwsgierigheid liever bevredigen met dollars dan met de waarheid.

Drie van de vier gaan via Turkije naar Bagdad, waar ze hulp krijgen van een daar wonende Koerd. De verteller in Al-Wasat blijft in Turkije. De vier aanvallers gebruiken een mooie vrouw als lokker. Oedai hapt meteen, al heeft hij een van zijn vele bruiden naast zich zitten. Op de vraag wat er met dát meisje is gebeurd antwoordt de verteller laconiek dat zij is doodgefolterd. Maar hun lokvogel is veilig. Hij zegt nog dat de aanvallers via Iran zijn gevlucht en verder laat hij vele vragen onbeantwoord. Zoals hoe ze hun hinderlaag konden leggen in een zo zwaar bewaakte buurt. En hoe ze op Oedai konden inschieten, terwijl er twee auto's met lijfwachten meereden. Evenmin onthult hij waarom hij nu uit de school klapt.

Wel wil hij kwijt dat hij blij is dat Oedai niet dood is. Ervan uitgaande dat diens leven voortaan bestaat uit helse pijn en onmacht gnuift hij: “Hij kan nu zelf ervaren wat foltering betekent.”

mailIcon print |