*

 
dossier

Archief

Protectionisme treft Ecuador in het hart

HARRIET SALM − 16/04/94, 00:00

Ze komen uit twee arme landen die voor hun inkomsten afhankelijk zijn van de export van bananen naar Europa. Ecuador wordt door het huidige Europese bananenbeleid fiks gedupeerd, terwijl Dominica, een eiland in het Caribisch gebied, er juist van profiteert. Francisco Minda, uit dat eerste land, en Charles Pierre, uit het laatste, gaan vandaag met elkaar in debat op de 'Nieuwe wereldmarkt' in de binnenstad van Den Haag. Aan de vooravond van deze manifestatie leggen zij hun kaarten vast op tafel. Op en rond het Binnenhof presenteren zich vandaag vele milieu-, vrouwen- en ontwikkelingsorganisaties. De organisatoren eisen aandacht voor problemen rond internationale ontwikkeling, milieubehoud en veiligheid. De twee bananenexperts zijn uitgenodigd door de chistelijke vakcentale CNV. CNV-woordvoerster Mathilde Esselink: “De belangen van werknemers uit verschillende landen in de derde wereld kunnen met elkaar in conflict zijn. Om een goed beleid te kunnen voeren in Brussel en te pleiten voor een rechtvaardige behandeling van bananenboeren in ontwikkellingslanden is het voor ons noodzaak eerst eens goed te luisteren naar beide partijen. Dat bewijst het belang van ontwikkelingssamenwerking.”

Maar zijn betoog gaat verder dan pleiten voor plat liberalisme. De hele handelspolitiek in de wereld moet om, zegt Minda. “Vrijhandel moet niet betekenen dat grote ondernemingen voorgoed kleine bananenproducenten van de markt vegen. Er moet een produktiesysteem komen waarbij loonarbeiders op grote plantages en kleine zelfstandige boeren rechtvaardig beloond worden. En die laatsten ook een eerlijke kans krijgen op afzetmogelijkheden in Europa.”

Twee van de elf miljoen inwoners van Ecuador zijn direct of indirect afhankelijk van de bananenkweek. De meerderheid werkt op plantages als loonarbeider, een kleiner gedeelte is eigen baas. Bananen zijn na olie het belangrijkste exportprodukt van dit Latijns-Amerikaanse land. Vorig jaar zette Ecuador door de nieuwe politiek van de EU een kwart minder bananen af in Europa dan het jaar ervoor. “Terwijl de maatregel pas in juli is ingegaan. Voor dit jaar verwachten we nog minder afzet.”

Het wegvallen van de Europese binnengrenzen verplichtte Brussel vorig jaar om een Europese bananenregel te maken. Tot die tijd voerde ieder Europees land zijn eigen bananenpolitiek. Dat betekende dat in de Benelux en Duitsland een vrijhandelssituatie bestond, terwijl in de zuidelijke staten en Groot-Brittannie bananen uit de eigen kweek (Kreta, Canarische eilanden) of uit de voormalige kolonien voorrang genoten.

De zogenaamde 'dollarbananen' uit Latijns-Amerika worden voor een groot deel op grote plantages geproduceerd met moderne, vaak milieu-onvriendelijke technieken, waardoor ze goedkoper zijn dan de bananen uit voormalige Europese kolonien. Die laatsten behoren tot de zogenaamde ACS-landen (Afrika, Caribisch gebied en eilanden in Stille Zuidzee). Zou er nu vrijhandel komen voor heel Europa, dan zou dat betekenen dat de dollarbanaan overal de duurdere ACS-banaan van de markt zou drukken. Honderdduizenden bananenboeren zouden daarmee in grote problemen raken.

Brussel bereikte een compromis. Besloten werd vorig jaar vanaf juli de eerste twee miljoen ton dollarbananen tegen een laag invoertarief Europa binnen te laten. Alles wat daarboven naar Europa komt uit dollarbanaanlanden wordt zo zwaar belast dat import geen zin heeft. In 1991 werden er nog 2,3 miljoen ton dollarbananen geimporteerd. De Europeanen eten jaarlijks 3,3 miljoen ton bananen.

Voor een 'dollarbanaanland' als Ecuador is dat een zeer nadelig besluit. Ecuador steunde daarom het initiatief van vier andere benadeelden - Colombia, Venezuela, Nicaragua en Costa Rica - om een klacht in te dienen bij het vrijhandelsorgaan Gatt. Zelf is Ecuador echter geen lid van de Gatt. Toen de vier landen met de quotumverhoging instemden en daarop de eis van de EU inwilligden om hun klacht bij de Gatt in te trekken, was Ecuador zeer ontstemd. Inmiddels heeft de Europese Unie wel besloten om het quotum te verhogen naar 2,1 miljoen ton dit jaar en 2,2 miljoen ton volgend jaar.

De regelgeving rond de bananen is zeer ingewikkeld, doordat er tevens een verdeelsleutel is gemaakt over welke bananenimporteurs hoeveel uit een bepaald land mogen halen. Ecuador profiteert nu nauwelijks van de nieuwe verhoging. Want de vier klagers bij Gatt hebben door de EG de extraatjes toegewezen gekregen. Minda: “Nu is het zo dat een land als Costa Rica meer bananen naar Europa mag exporteren dan wij. In het verleden exporteerden wij echter veel meer en onze produktie is ook veel groter. Dat kan toch niet kloppen? ”

De vakbondsman denkt overigens dat alleen een situatie van vrijhandel voor bananen naar Europa niet genoeg is om arme boeren in Ecuador aan een beter bestaan te helpen. “Grote ondernemingen in Ecuador hebben de markt in handen. Het quotum dat wij hebben toegewezen gekregen, wordt nu door hen gevuld. Wie dus gepakt worden door de geringere toegang tot de Europese markt zijn de kleine zelfstandige boeren. Zij zijn hun markttoegang kwijt. Ook de loonarbeiders op de grote plantages zijn de dupe. Onder het mom van grote competitie moeten zij allerlei loonsverlagingen en slechtere arbeidsvoorwaarden slikken.”

Minda vindt niet dat zijn pleidooi voor een vrije markt boeren uit ACS-landen dupeert. “Kleine boeren in dollar-banaanlanden en de boeren in ACS-landen hebben met dezelfde problemen te maken. Met ontwikkelingsgelden moet hun produktie en marketing worden gemoderniseerd. Als we dan toegang krijgen tot de Europese markt zullen we goede afzet vinden. Daartoe moeten we wel in de gelegenheid gesteld worden. Grote ondernemingen moeten worden aangepakt, tussenhandel moet verdwijnen. Tja, eigenlijk moet de hele landbouwpolitiek in de wereld om. Zodat zij die het werk verrichten ook eerlijk betaald worden.”

'Geen export, geen ontwikkeling, geen Dominica'

Het ligt heel simpel, zegt Charles Pierre verbonden aan een vakbond voor bananenboeren in een ontwikkelingsland dat door de Europese Unie wordt beschermd. “Geen bananenexport naar Europa, geen economische ontwikkeling, geen Dominica.”

Dominica is een voormalig Britse kolonie in het Caribisch gebied en een zogenaamd ACS-land (Afrika, Caribisch gebied en Stille Zuidzee). Dat laatste betekent dat de bananen uit Dominica volgens het EU-bananenregime worden beschermd tegen concurrentie van de goedkopere dollarbananen uit landen als Ecuador. Pierre steunt dan ook het beleid uit Brussel.

Dat dit beleid ook broodroof betekent voor dollarbanaan-landen, ontkent hij niet. “Zij moeten zich echter realiseren dat hun pleidooi voor een vrije marktsituatie voor ons een doodvonnis is. Als hun hart vriendelijk is dan moeten zij zich realiseren dat wij tijd nodig hebben om onze produktie te moderniseren en met hen te kunnen concurreren.”

Veertig procent van de werkende bevolking van Dominica (71 000 inwoners) werkt in de bananenteelt. Het zijn, in tegenstelling tot Ecuador, allemaal kleine boeren die hun eigen grond bezitten. “Wij hebben altijd geleverd aan GrootBrittanie, waren verzekerd van onze afzet. Zou nu de hele EU een vrije markt situatie ontstaan voor de export van bananen dan zouden wij de concurrentie met dollarbananen niet aankunnen. Onze bedrijven zijn niet modern, ons produkt is daardoor duurder dan dat uit Ecuador.”

Zijn eiland is al vele jaren geheel in de greep van de Engelse mulitnational Geest. Met dit bedrijf is een contract getekend dat de bananenboeren verplicht de gehele afzet aan de Engelsen te leveren. De veranderingen op de Europese bananemarkt hebben ertoe geleid dat overal, ook in Nederland, de prijs voor bananen is gestegen. “Maar voor onze bananen kijgen wij een hele lage prijs van Geest.” Dit jaar hoopt Dominica een nieuw en beter contract af te sluiten met de Engelsen.

mailIcon print |