*

 
dossier

Archief

Een geschenk voor het leven

LIEKE VAN DUIN − 29/01/97, 00:00

Arnold Lobel: 'Alle verhalen van Kikker en Pad', vert. Ed Leeflang, A.G. Van Melle en W.J. van Melle-Meijer, Ank van Wijngaarden, Ploegsma, 256 p, ¿ 59,50, alle leeftijden; Paul van Loon: 'Een spook in de school', ill. Jan Jutte, Zwijsen, Bisonreeks, 56 p, AVI-4, ¿ 15,95, 6-7 jaar; Mirjam Pressler: 'Slaap lekker, Nora', vert. Henk Hokke, ill. Ulrike Baier, La Rivière en Voorhoeve, 49 p, 6-8 jaar; Annemie Heymans: 'Mattea's paleis', Zwijsen, Bisonreeks, 85 p, ¿ 17,95, vanaf 8 jaar.

Gelukkig zijn er ook boekjes van hoge kwaliteit, zowel literair als qua illustraties, bijvoorbeeld in de 'Ster'-en 'Bison'-series van Zwijsen.

Het absolute hoogtepunt van wat er het laatste jaar op dit gebied verschenen is, is echter een herdruk: 'Alle verhalen van Kikker en Pad' van Arnold Lobel (1933-1987). In dit dikke boek zijn de vier geliefde verhalen van Lobel over het vriendenpaar Kikker en Pad gebundeld: 'Kikker en Pad zijn vrienden' (1980), 'Kikker en Pad zijn altijd samen' (1981), 'Kikker en Pad zijn best tevreden' (1982) en 'Een jaar bij Kikker en Pad' (1985).

Het is een schitterende bundel met stofomslag, door Ploegsma helderder van kleur en met meer ruimte uitgegeven dan de oorspronkelijke vier 'blokboekjes'. De inmiddels klassiek geworden verhalen zijn deze fraaie presentatie meer dan waard. Lobel is er in geslaagd zijn personages in weinig, raak gekozen woorden en zinnen een diep menselijke lading mee te geven, die niet beperkt blijft tot de wereld van kinderen, maar ook volwassenen raakt. Kikker is de meer wijze, nuchtere, creatieve van de twee, Pad de impulsieve, flegmatieke, ijdele. Hun vriendschap wordt naar alle aspecten uitgewerkt: het fijne van samenzijn, de behoefte aan alleen zijn, maar ook de angst daarvoor. Pad ervaart het alleen zijn anders dan Kikker: in het verhaal 'De heuvel af' overtuigt Kikker de bange Pad ervan dat sleeën heerlijk is. Samen met Kikker durft Pad wel. Kikker, die achter zit, valt van de slee af. Pad heeft dat eerst niet in de gaten en voelt zich heerlijk op de naar beneden zoevende slee. Pas als hij merkt dat Kikker niet meer bij hem is gaat het mis en valt hij. Het gevóel samen te zijn is voor hem dus belangrijker dan werkelijk samen te zijn. Kikker daarentegen kíest er bewust voor om een keer alleen te zijn. Pad begrijpt daar niets van, denkt dat het zijn schuld is en gaat hem vol wroeging zoeken:

“'Kikker!' riep Pad./ 'Ik heb spijt van alle domme dingen/ die ik altijd doe./ Ik heb spijt van alle rare dingen/ die ik altijd zeg. Wil je alsjeblieft weer mijn vriend zijn?”'

Kikker is verbaasd:

“'Ik voelde me blij/ omdat ik een kikker was. /En ik voelde me blij/ omdat jij mijn vriend bent./ Ik wilde alleen zijn./ Ik wilde erover nadenken/ hoe mooi alles is.”'

De verhalen zijn van grote eenvoud en sereniteit. Herhalingen geven ritme aan de tekst. Veel handelingen gaan in drieën: Kikker loopt in zijn eigen verhaal drie keer vergeefs een hoek om om de lente te zoeken, en de vrienden doen drie al even vergeefse pogingen om zichzelf te dwingen van de koekjes af te blijven.

Ondanks de eenvoud zijn sommige verhalen gelaagd. Zo gaat 'Griezelen', waarin Kikker zijn vriend bij de open haard een spookverhaal vertelt, over echt en verzonnen. Pad wil maar weten of het verhaal echt gebeurd is. Kikker antwoordt steeds: 'Misschien wel, misschien niet.' Intussen zitten ze samen te bibberen van spanning bij het vuur, en dat is 'toch een lekker, warm gevoel'.

'Alle verhalen van Kikker en Pad' is een groot geschenk voor beginnende lezers: een geschenk voor het leven.

Dit niveau haalt geen van de recentere boekjes voor beginnende lezers. Toch vallen er een paar op. Bijvoorbeeld 'Een spook in de school' van Paul van Loon, in zijn reeks over Sam Schoffel, de Meester-speurder die voor een reep chocola boeven vangt en verloren spullen vindt. Een mooi rond verhaal, dat eindigt zoals het begon, en waarin Paul van Loon behendig speelt met de angst voor spoken: 'Ik geloof daar geen snars van./ Maar je weet maar nooit.' Het verhaal is geschreven op AVI-4 niveau, maar heeft niets houterigs: het taalgebruik is lekker stoer en eigentijds, en het verhaal is spannend en heeft, zo kort als het is, een heuse plot.

Ook 'Slaap lekker, Nora' van Mirjam Pressler is een goed verhaal (zonder AVI-aanduiding, maar ongeveer AVI-5). Hier gaat het om een meisje dat 's avonds, als haar ouders op visite zijn, bang is voor het onweer. Het aardige is, dat ze haar knuffels en de oude tinnen soldaatjes van haar vader als bewakers inzet tegen mogelijke enge mannen. Dat stelt haar gerust, zodat ze daarna haar jongere zusje kan troosten door pappa en mamma op te bellen. Een warm verhaal met een vleugje griezeligheid, waarin angst en moed samengaan.

Erg in zijn momenteel verhalen over onaangepaste mensen, vanuit het beginsel dat anders niet slecht hoeft te zijn. 'De straat-oma' van Johanna Kruit (AVI-3) is wat dat betreft aardig, maar vlak. In 'Mattea's paleis' van Annemie Heymans (AVI-7), is de vriendschap tussen een kind en een lieve, overgevoelige en excentrieke vrouw veel sterker uitgewerkt. Hier is het taalgebruik bijna zo kwetsbaar als de wereldvreemde Mattea zelf, die uiteindelijk in een inrichting belandt. Een pleidooi voor anders zijn dat veel van beginnende lezers vergt.

mailIcon print |