Wie rondloopt op de planetoïde Ida kan geen stap zetten zonder op het resultaat van een kosmische inslag te trappen. En wie aan het lijnen is, heeft het gemakkelijk: die zoekt gewoon het plekje op waar hij het lichtst is.
Ida is de tweede planetoïde die van dichtbij met een bezoek vereerd is door een ruimtevaartuig, na Gaspra. Galileo, de verkenner die op weg is naar Jupiter en van ver weg deze zomer al de spectaculaire inslag van komeet ShoemakerLevy 9 op Jupiter waarnam, passeerde Ida vorig jaar op korte afstand. In het tijdschrift Science (9/9) doen de bij de fly-by betrokken onderzoekers verslag van de analyse van de eerste foto's.
Veel van wat op die foto's te zien is, wordt bepaald door de uitgesproken eivorm van Ida. De planetoïde meet 56 bij 24 bij 21 kilometer. De lengte-as is niet de draaiingsas: de 'punten' van Ida zwiepen dus flink in het rond, met als gevolg dat het voor het gewicht van een fictieve bezoeker nogal wat uitmaakt of hij zich in het midden of aan een uiteinde bevindt. In dat laatste geval is hij door de middelpuntvliedende kracht de helft lichter. Door die draaiing lijkt ook de ene punt vaker te zijn geraakt door kosmisch puin dan de andere.
Werkelijk overal op Ida zijn sporen van geweld te zien. Kraters in alle soorten en maten, losgeslagen rotsblokken, groeven en tekenen die erop wijzen dat het oppervlak bestaat uit regolith, een laag fijngemalen gesteente zoals dat ook op de maan te vinden is.
Astronomen spreken in zo'n geval van een met kraters verzadigd oppervlak. En dat is een belangrijk verschil met Gaspra, waarvan sommige stukken nog nooit een dreun vanuit de ruimte lijken hebben gehad. En toch doorkruisen die twee planetoïden ruwweg hetzelfde stuk van het zonnestelsel, zodat het aantal objecten waarmee ze in botsing zouden kunnen komen voor beide ongeveer gelijk zal zijn.
Als dat zo is, zijn er voor het waargenomen verschil twee verklaringen mogelijk, volgens de astronomen. Ofwel Gaspra is van steviger materiaal gemaakt, waardoor de inslagkraters kleiner zijn en er dus nog maagdelijk oppervlak overbleef, ofwel Ida is stukken ouder.
Op grond van hun waarnemingen neigen ze naar de tweede verklaring. Ida is een lid van de 'Koronisgroep', planetoïden waarvan wordt aangenomen dat ze ontstonden toen een groter hemellichaam uiteenviel. Afgaande op de Galileo-foto's moet dat minstens een miljard jaar geleden zijn gebeurd.
Puur toevallig werd op de foto's die Galileo overseinde ontdekt dat Ida, zo klein als ze is, een maantje heeft op een afstand van ongeveer negentig kilometer . Het ruimtevaartuig bleek er van 3 900 kilometer afstand goede opnamen van gemaakt te hebben. Het is 1,2 bij 1,4 bij 1,6 kilometer groot, en telt zeker een dozijn kraters. De grootste krater op de foto heeft een doorsnee van driehonderd meter.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.