*

 
dossier

Archief

Van Dijk treurt niet over gemiste kans

FRED BUDDENBERG − 16/04/94, 00:00

DEN BOSCH - Na een aantal kritische geluiden op de werkwijze van bondscoach Huub Franssen, stonden de neuzen van de Nederlandse spelers en speelsters gisteren bijna massaal dezelfde kant op: naar de uitgang van Sportcentrum Maaspoort. Het slotweekeinde van de EK badminton in Den Bosch wordt, zoals het hoort, een domein voor Europese toppers uit Zweden en Denemarken.

Op de eerste dag dat er veel mensen voor de sport (en niet voor muziek) waren gekomen, kwamen de Nederlanders niet tot grote triomfen. Met zeven kwartfinales-plaatsen stond de selectie van Franssen er goed voor. Zo ruim was Nederland nooit eerder vertegenwoordigd op de drempel van Europese medailles. In het meest belangrijke onderdeel, de single, ging het echter mis met Jeroen van Dijk en Astrid van der Knaap. Evenals twee jaar terug op de EK in Glasgow verloor Van Dijk van Anders Nielsen, een in Zuid-Afrika geboren Engelsman met Deens bloed: 15-12, 8-15 en 15-6. Voor Van der Knaap eindigde haar laatste partij op een Europese titelstrijd in een ontnuchtering. Met 11-2 en 114 werd zij overklast door de Zweedse Christine Magnusson. In het gemengddubbel verzekerden Erica van der Heuvel en Ron Michels zich in ieder geval van een bronzen plak.

Nadat Thomas Stuer-Lauridsen en Darren Hall door blessures uit zijn schema-helft waren verdwenen, werd Van Dijk door jan en alleman medaille-kansen toegedacht. De tweevoudig nationaal kampioen was zo'n beetje de enige in Den Bosch die zich niet bij voorbaat rijk rekende. Van Dijk kreeg het gelijk aan zijn zijde. De Rotterdammer was er tegen Nielsen dicht bij, maar treurde niet over de gemiste kans. “Als je de halve finales haalt, wordt iedereen wild”, meende Van Dijk, die komend seizoen waarschijnlijk voor het Duitse Brauweiler competitie gaat spelen. “Ik doe het rustig aan, stapje voor stapje. De halve finales zou een te grote stap zijn geweest. De kwartfinales was reeel. Over twee jaar is een plaats bij de laatste vier wel realistisch.”

De partij tegen Nielsen begon al met een domper voor Van Dijk. Van de wedstrijdleiding moest hij een ander shirt aantrekken, omdat de sponsornaam niet horizontaal, maar schuin op de voorkant van zijn tenue prijkte. Ja, ja, badminton goes professional. Het was overigens niet de eerste keer dat Van Dijk een gedragscode schond. Aan de vooravond van de EK liet hij zich in een interview weinig lovend uit over de trainers-capaciteiten van Huub Franssen. Van hem kan ik niets leren, luidde de kritiek van Van Dijk.

De bondscoach zelf en de technisch-directeur Martijn van Dooremalen weigerden in Den Bosch op die woorden van Van Dijk te reageren. Om de prestaties niet negatief te beinvloeden.

Een gesprek moest er komen in de ogen van de technische bazen, maar Van Dijk wist gisteren nog niet wanneer en waar. De speler vindt overigens wel dat er een onderhoud moet plaatsvinden, hoewel hij na zijn partij tegen Nielsen wel erg nonchalant deed over de mogelijke uitkomst van een praatsessie. “Het maakt mij niet uit wat er gebeurt”, zei Van Dijk, die niet verwachtte dat de zaak zou escaleren tot een conflict in de tafeltennis-sfeer. Wel gaf Van Dijk aan dat hij de komende tijd zijn eigen weg gaat, dus toch een beetje a la Bettine Vriesekoop, de rebelse prima donna van de Nederlandse (tafeltennis)sport. Hij heeft zijn zinnen gezet op een toernee door Azie, en als de bond hem daarin niet steunt, dan is de Rotterdammer bereid de onderneming op eigen houtje op te zetten.

Hogerop

“Ik wil hogerop, dus ik moet wel naar Azie”, opperde Van Dijk, die volledig is hersteld van een rugblessure, die hem acht maanden uit de roulatie hield. “Het kan natuurlijk niet zo zijn, zoals het in Nederland wel is, dat je in de zomermaanden helemaal niets doet en in augustus weer op nul moet beginnen. Ik ben nu lekker bezig en die lijn moet ik doortrekken. Het is goed voor mijn ontwikkeling om veel partijen te spelen zoals tegen Nielsen.” Van Dijk weet dat hij die partijen niet speelt in Utrecht waar de centrale trainingen worden gehouden. Hij beschouwde het niet als een onverantwoord risico om helemaal alleen de weide wereld in te trekken. “Als je met de bond reist, heb je ook geen medische begeleiding.”

Voor Van der Knaap kon het toernooi met het bereiken van de kwartfinales al niet meer stuk. Toch werd de afbouwende nationaal kampioene door Magnusson, de nummer vijftien van de wereld, wel erg hard op de feiten gedrukt. Hoewel Van der Knaap zelf vond dat zij een goede partij had gespeeld, kreeg zij geen moment uitzicht op een positief resultaat. Magnusson was superieur en zonder klaroengeschal werd in een minuut of twintig de internationale loopbaan van Van der Knaap afgeblazen. Na het afhaken van Eline Coene, die alleen nog competitie speelt in Duitsland (en de nationale ranglijst daar aanvoert) valt er met Van der Knaap nog een ervaren kracht weg uit de nationale selectie. In de single is alleen Monique Hoogland nog over, maar die houdt er wellicht na de Spelen in Atlanta mee op.

De opvolging van Coene, Van der Knaap en straks Hoogland kan nog een heel probleem worden voor de NBB. In de zeven jaar dat Martijn van Dooremalen op de stoel van bondscoach zat, ging alle sportieve en financiele aandacht uit naar het trio Van der Knaap, Coene en de dubbelspecialiste Erica van den Heuvel. Die bewuste, maar eenzijdige keuze van Van Dooremalen, leverde een (beperkt) aantal succesjes op, maar had tevens tot gevolg dat twee generaties talenten bekneld raakten tussen de wal en het schip en uiteindelijk verloren gingen “En dat los je niet in twee jaar op”, weet Eline Coene, de vijfvoudig nationaal kampioene, die vorig jaar als assistent van Franssen tot de technische staf van de bond toetrad.

Bij de eerste centrale trainingen die Coene als bondscoach bijwoonde, schrok zij wel van de ondermaatse instelling bij een aantal internationals. De donderspeech waarmee haar baas Franssen zijn pupillen wakker schudde, had dan ook zeker de instemming van de ex-international uit Velp. “De discipline was weg”, erkent Coene. Ze praten allemaal over Atlanta, maar dat redden ze niet met vier of vijf keer trainen in de week. Dat heeft Huub ze duidelijk proberen te maken. Dat ze daarvan schrokken was een logische reactie. Maar ik denk dat ze nu inzien dat Huub gelijk heeft gehad.”

mailIcon print |