Bij gevechten tussen Servische troepen en rebellen van het Bevrijdingsleger van Kosovo (UCK) in drie dorpen in het zuiden van Kosovo zijn vrijdag zeker vijftien guerrillastrijders gedood.
Dat heeft het Servische Mediacentrum, dat gelieerd is aan de Servische autoriteiten, gemeld. Elders in de provincie, in Decani in het zuidwesten, raakten twee leden van de internationale waarnemingsmacht van de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE) door kogels gewond.
De hoop op ontspanning in Kosovo na de vrijlating eerder deze week van acht Servische soldaten die door de UCK waren gegijzeld, lijkt door het nieuwe geweld in een klap weggevaagd. Een bron bij de OVSE-waarnemingsmacht zei dat er werd gevochten in Racak en twee andere dorpen in de buurt van Stimlje, op ongeveer 25 kilometer ten zuiden van de provinciehoofdstad Pristina. Het Mediacentrum meldde dat de Servische troepen de rebellen hebben teruggedrongen en grote hoeveelheden wapens hebben buitgemaakt. Het aantal doden kon niet direct door andere bronnen worden bevestigd.
Het is voor het eerst dat leden van de OVSE-waarnemingsmacht gewond raakten bij gewelddadigheden in Kosovo. OVSE-woordvoerder Mons Nyberg zei dat de twee niet in kritieke toestand verkeren. Hun nationaliteit en verdere bijzonderheden werden niet direct vrijgegeven.
Servische bronnen zeiden dat de politie in de buurt van Stimlje zocht naar een “terroristische groep” die vijf dagen geleden in het gebied een patrouille van de regeringstroepen aanviel en een politieman doodde.
Leden van de van de Servische regering reisden vrijdag naar Kosovo voor een kabinetszitting in de opstandige provincie, waar 90 procent van de bevolking etnisch Albanees is. Kennelijk wil de regering hiermee laten zien dat ze vastbesloten is het gebied bij Servië te houden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.