Robbert Roos vindt (9 oktober) dat de twintig hedendaagse kunstenaars, die het thema Job verbeelden, “in de valkuil zijn gestapt” van de verleiding de nadruk te leggen op Jobs rampspoed.
Dit is naar zijn mening “iets te eenzijdig.” Maar wat te denken van Roos' visie: “het gaat niet om Jobs ellende, maar om het vasthouden aan het geloof in God”? Is die visie ook niet iets te eenzijdig? Is niet (te) lang met het accent op de berustende Job verhinderd, dat mensen hun woede, wanhoop en verbijstering uitschreeuwden over de absurditeit van hun lijden? Wordt zo niet het lijden van mensen gebagatelliseerd?
Voor mij ligt de kracht en het vertroostende van het boek Job juist in de enorme en herkenbare spanning tussen die twee polen: de totale chaos van het lijden èn het vertrouwen op God tegen de schijn van het tegendeel in. Een te eenzijdige nadruk op de ene of de andere pool houdt naar mijn mening het gevaar in geen recht te doen òf aan de mens in zijn ellendig lijden òf aan 'het Geheim dat wij God noemen'.
Nog één opmerking: Job heeft naar mijn overtuiging geen gevecht met Satan, maar een geding met God! De Satan komt na de proloog in het boek Job niet meer voor; hij verdwijnt eenvoudig uit het verhaal.
Kortenhoef Annie Visser-Leijstra
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.